door
Administrator
5 okt 2006
Taskforce jeugdwerkloosheid had jongeren moeten leren dat werken de norm is, of ze nu willen of niet
Esther van Rijswijk
Nu de donkere mist van de laagconjunctuur definitief is opgetrokken en een zonnige arbeidsmarkt zich openbaart, blijkt de jeugdwerkloosheid ineens geen kwestie te zijn van te weinig banen en te weinig stageplekken, maar van onwilligheid. Er zijn stageplaatsen genoeg, maar jongeren willen niet werken.
Natuurlijk: het gaat niet om alle jongeren, maar om een harde kern van luiwammesen en gespuis dat simpelweg geen zin heeft om aan de slag te gaan, zo klaagt de taskforce jeugdwerkloosheid.
Menig stageplek blijft onvervuld omdat jongeren op het laatste moment – veelal pas als de wekker gaat – alsnog afhaken. Onder de titel ‘Help! Ik krijg een baan!’ wil de taskforce jongeren met een campagne duidelijk gaan maken dat werken de norm is, of ze nou willen of niet.
De Boer oppert om ongemotiveerde jongeren op te sluiten in kazernes om ze met militaire discipline voor te bereiden op een arbeidzaam leven. Zijn eigen taskforce heft hij overigens volgend jaar op wegens succes: de doelstelling is bereikt. Er zijn in de afgelopen jaren bijna 40 duizend banen voor jongeren ‘gecreëerd’.
Toch is dat iets te makkelijk. Zijn succes heeft De Boer voor een groot deel aan de conjunctuur te danken. Als die aantrekt, vinden welwillende jongeren vanzelf een baan of stageplek. Natuurlijk heeft hij ze geholpen door het concept 'stageplek' beter in de hoofden van werkgevers te prenten, maar die zouden die jongeren in tijden van tekorten ook wel op andere manier gevonden hebben.
Wel is het jammer dat De Boer de afgelopen jaren niet meer zijn best heeft gedaan om ook het concept ‘werken’ beter in de hoofden van de jongeren te prenten. Op deze manier blijft jeugdwerkloosheid iets wat in tijden van laagconjunctuur een gebrek aan kansen is, en in tijden van economische voorspoed een kwestie van werkschuw tuig.
Op die manier houdt de conjunctuur vooral mensen als De Boer aan de slag, maar aan structurele oplossingen die voorkomen dat er een ‘outcast’ ontstaat op de arbeidsmarkt, komen we dan niet toe. Die blijven steken in wanhopige kreten over opvoedingskampen.