door
Robin van der Kloor
16 jun 2009
Nout Wellink krijgt kritiek in het rapport, maar wordt toch ook verdedigd
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in de Icesave-affaire te weinig daadkracht getoond en is niet streng genoeg geweest met het toelaten van de IJslandse bank tot het garantiestelsel.
Dat concluderen twee hoogleraren in een onderzoek naar de affaire in opdracht van het ministerie van Financiën.
Problemen
Professor De Moor en professor Du Perron stellen dat DNB, met als Nout Wellink als president, niet daadkrachtig heeft opgetreden toen Landsbanki (de moederonderneming van Icesave) eind vorig jaar in de problemen kwam.
Ook had DNB had ook veel strenger moeten zijn met het toelaten van spaarbank Icesave tot het Nederlandse garantiestelsel.
Failliet
Landsbanki ging in oktober 2008 failliet waardoor meer dan honderdduizend Nederlanders en overheden hun spaargeld dreigden kwijt te raken. Zo gingen provincies en gemeenten voor honderden miljoenen het schip in, zoals Noord-Holland en de gemeenten Amstelveen en Den Haag.
De onderzoekers nemen het in hun conclusies ook op voor DNB. De bank kon rekeninghouders bij Icesave vorig jaar nauwelijks waarschuwen dat de bank op omvallen stond, omdat Wellink als toezichthouder ‘juridisch zeer weinig speelruimte heeft om uitspraken te doen over de toestand bij een bank’.
Daarnaast zou hij met een waarschuwing een run op Icesave in gang zetten, niet alleen in Nederland maar wereldwijd, aldus de onderzoekers. Een argument waarmee Wellink zich ook altijd heeft verdedigd.