door
Johannes Baas
7 mei 2010
Nederland en Italië ruziën op regeringsniveau over gasprijs
Het moet afgelopen zijn met de spotprijzen die Italië sinds de Koude Oorlog betaalt voor Nederlands aardgas, vindt de Nederlandse gasexporteur GasTerra.
Het Financieele Dagblad bericht vrijdag over een gasruzie tussen GasTerra en de Italiaanse afnemer, oliemaatschappij Eni, die tot een arbitrageprocedure in Zwitserland heeft geleid.
Regeringsniveau
Het conflict loopt volgens bronnen zo hoog op, dat het op regeringsniveau besproken wordt. GasTerra is voor vijftig procent in overheidshanden, Eni voor dertig procent.
Nederland heeft de gasprijs sinds de jaren tachtig geleidelijk opgetrokken, maar de Italianen willen vasthouden aan de lage prijzen, die stammen uit de jaren zestig. Destijds kreeg Italië – op aandringen van de NAVO - goedkoop aardgas om te voorkomen dat ze met Rusland zouden samenwerken.
Een miljard
Italië neemt per jaar ongeveer tien miljard kubieke meter gas af. Volgens het Nederlandse gashandelbedrijf moet Eni nog ruim een miljard euro betalen voor gas dat sinds 2005 is gekocht.
GasTerra beroept zich op een 'heronderhandelingsclausule' die de mogelijkheid geeft, om de drie jaar de contractprijs aan te passen zodra de marktprijs buiten een vastgestelde bandbreedte komt. Dat was in 2005 en 2008 het geval. Italië zegt dat de gasprijs het afgelopen jaar weer is gedaald en claimt een lagere prijs.
Gasconflicten
De ruzie met Italië is niet het eerste conflict over gasprijzen. De afgelopen jaren discussieerde Nederland met Frankrijk en Duitsland. Eerstegenoemde land ging door de knieën. Duitsland startte een arbitrageprocedure, die uiteindelijk in 2008 in het voordeel van GasTerra werd geschikt.