Artikel

Europese Unie

Europese Unie: lastige keuze

door Syp Wynia 8 mrt 2005

Woensdag 1 juni wordt in Nederland voor het eerst in de geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden een nationaal referendum gehouden. Bij dat referendum wordt alle kiesgerechtigde Nederlanders gevraagd of ze al dan niet instemmen met het nieuwe Europese 'grondwettelijke' verdrag.

Formeel is de referendumuitslag niet beslissend, want de Tweede Kamer kan de uitslag naast zich neerleggen - al heeft een meerderheid in de huidige kamer aangegeven dat ze de uitslag van het referendum zal volgen.

Als de Tweede Kamer zou afzien van ratificatie, komt het verdrag niet tot stand. Want alle 25 lidstaten van de Europese Unie moeten het verdrag goedkeuren. Het is echter ook denkbaar dat parlementen of kiezers in andere landen het nieuwe verdrag afwijzen.

Frankrijk
De Spanjaarden hebben al gestemd (voor, met bescheiden opkomst). Behalve in Nederland en Spanje worden nog acht referenda gehouden. Vooral die in Frankrijk (eind mei waarschijnlijk) en Groot-Brittannie (volgend jaar) zijn van groot belang.

Als de Fransen bijvoorbeeld nee zeggen, wat niet ondenkbaar is, is de uitspraak van de Nederlandse kiezer van beperkt belang. De vraag of het referendum er uberhaupt moet komen, is al door de Tweede en Eerste Kamer beantwoord.

Dit neemt niet weg dat het initiatief voor dit referendum, nogal merkwaardig, van de Tweede Kamer zelf komt. Dat een volksvertegenwoordiging zichzelf onbevoegd verklaart om over een nieuw verdrag te oordelen, getuigt niet van groot vertrouwen van die volksvertegenwoordiging in zichzelf.

Draagvlak
De motieven - zoals het vergroten van het draagvlak van 'Europa' onder de bevolking - zijn weinig overtuigend. Een wijziging van de Nederlandse Grondwet moet door een tweederde meerderheid van de Eerste en Tweede Kamer, en dan ook nog na het houden van verkiezingen, worden goedgekeurd.

Het is dan ook vreemd dat zo'n tweederde meerderheid bij dit als 'grondwettelijk' betitelde verdrag niet nodig wordt gevonden. Zowel de opkomst als de uitslag als de gebezigde stemmotieven voor het referendum van juni, kunnen invloed hebben op de toekomst van het fenomeen referendum in Nederland.


Wie bezwaar heeft tegen referenda, bijvoorbeeld omdat die strijdig zouden zijn met het grondwettelijke gegeven dat de democratische zeggenschap in handen is van de volksvertegenwoordiging, kan om die reden overwegen op 1 juni maar niet naar de stembus te gaan.

Risico
Kiezers gebruiken referenda vaak om hun mening te geven over andere zaken dan die in het referendum aan hen worden voorgelegd. Dat risico is ook bij dit referendum zeer wel aanwezig. Al was het maar omdat de meeste burgers tot dusver niet weten wat de belangrijkste verdragswijzigingen zijn, en als ze het al weten daarbij hun schouders ophalen.

Ook kunnen de voorgelegde verdragswijzigingen verschillend worden uitgelegd. Zo pretenderen voorstanders van deze 'grondwet' dat de Europese Unie democratischer wordt, omdat zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen meer invloed krijgen op de besluitvorming.

Op die pretentie valt veel af te dingen. Zo kan de Tweede Kamer, als het nieuwe verdrag er komt, alleen samen met acht andere parlementen aan de Europese Commissie vragen om een voorstel maar niet in te dienen. De Commissie kan dat verzoek vervolgens naast zich neerleggen. Dat is geen overtuigende versterking van de democratie.

Invloed
Minstens zo belangrijk is dat het nieuwe verdrag, in vergelijking met het nu nog geldende Verdrag van Nice, meer stemmen en dus meer invloed toekent aan de grote landen in de Europese Unie.

Dat impliceert vanuit Nederlands perspectief geen toename, maar een afname van democratische invloed. Vanuit datzelfde perspectief - de toenemende invloed van de grote landen - staat trouwens ook de voorgenomen toekomstige toetreding van het tegen die tijd volkrijkste land van de Europese Unie, Turkije, anders dan wel wordt beweerd, niet geheel los van deze verdragswijziging.

Er zijn goede redenen om op 1 juni juist wel naar de stembus te gaan en wel voor de nieuwe grondwet te stemmen. Maar de allerslechtste reden om te gaan en voor te stemmen, is om zo te zwichten voor de dreigementen die door veel Nederlandse delegatievoorzitters in het Europees Parlement worden gebezigd.

Belachelijk
Volgens hen mag Nederland het verdrag eigenlijk niet tegenhouden, zou Nederland zich belachelijk maken als het zou tegenstemmen, en zou het land dan buitenspel komen te staan.

Als die spookbeelden al juist zijn, dan staan de gebezigde dreigementen haaks op de bevoegdheid van de Nederlandse volksvertegenwoordiging en van de Nederlandse burgers om in vrijheid hun oordeel te vellen.


Eerder gepubliceerd in Elsevier, 26 februari 2005

zie ook

6 reacties

  • Eén ding staat vast, ik zal niet vóór stemmen.
    Op internet heb ik die grondwet eens bekeken en die staat vol tegenstrijdigheden en zaken waar ikme totaal niet in kan vinden.

  • Citaat:
    [i]Dit neemt niet weg dat het initiatief voor dit referendum, nogal merkwaardig, van de Tweede Kamer zelf komt. Dat een volksvertegenwoordiging zichzelf onbevoegd verklaart om over een nieuw verdrag te oordelen, getuigt niet van groot vertrouwen van die volksvertegenwoordiging in zichzelf. [/i]

    Heel juist opgemerkt. Dit is mijns inziens tekenend voor de zenuwachtige houding van het huidige parlement ten aanzien van de burger. Men durft geen verantwoordelijkheid meer te nemen, zoals men ook niet meer saai durft te wezen en zich door de media laat opjagen.

  • De keus is niet moeilijk;

    NEE, NEE, NEE, NEE, NEE en nog eens NEE.

    zo duidelijk genoeg

  • Terecht dat de Tweede Kamer voor een referendum over zo'n belangrijke zaak heeft gestemd.

    Immers, ten tijde van de verkiezingen voor de Tweede Kamer was de definitieve tekst van de grondwet nog niet bekend en konden de kiezers dus het standpunt van de partijen over de grondwet niet laten meewegen bij hun keuze. Niet voor niets zijn voor grondwetswijzigingen twee stemrondes nodig en moeten er verkiezingen zitten tussen die stemrondes: dan kunnen de kiezers in die verkiezingen hun oordeel laten meewegen in hun stemgedrag.

    Dus de Tweede Kamer had twee mogelijkheden die in de geest van onze grondwet zijn: ofwel de ratificatie uitstellen tot na de verkiezingen van 2007 (en aangezien 90% van de kamer en 50% van de bevolking voor is, zou dat de grote partijen een boel stemmen kosten) of een referendum uitschrijven.

    Ik ben blij dat de andere optie, regentje spelen en de kiezer negeren, niet is gekozen.

  • De Europese Plukzewetgeving werkt.. Zoals bekend functioneert de Nederlandse Plukzewetgeving helemaal niet, in tegenstelling tot de Europese. Als grootste nettobetaler per hoofd van de bevolking krijgt Nederland nog minder te vertellen als het verdrag van de Conventie wordt geratificeerd. De aanstaande aanpassingen van het Stabiliteitspact zullen eveneens sterk in ons nadeel uitvallen. Langzaam zal onze bereikte welvaart door Europa worden leeggezogen, door onbeïnvloedbare rentestanden en transfers.
    Neen, dus bij het referendum. De terug-naar-de gulden-weg-partij dient te worden opgericht.