door
Administrator
22 mrt 2007
Feest in Den Haag en Berlijn: Europa heeft goed nieuws nodig, maar het herschrijven van de geschiedenis zal daar niet bij helpen
Syp Wynia
Vandaag in de Ridderzaal en zondag in Berlijn wordt gevierd dat vijftig jaar geleden in Rome de verdragen werden getekend die mede de basis vormen van de huidige Europese Unie.
Europa, dat onzeker is over zijn toekomst, heeft goed nieuws over het verleden nodig. Al was het maar omdat het jongste verdrag, de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland bakzeil heeft gehaald.
Zonder die afgewezen Grondwet was er vast geen Ridderzaal-viering geweest en al helemaal geen rechtstreekse tv-uitzending: zo’n kijkcijferkanon is de Europese eenwording nou ook weer niet.
Mythische verdiensten
Zoals gebruikelijk worden jubilarissen tal van mythische verdiensten toegekend en vuiltjes weggepoetst. Zo wordt al langere tijd gesuggereerd dat de pogingen tot Europese eenwording waren ingegeven door het idee dat er nooit weer een Wereldoorlog op basis van Frans-Duitse tegenstellingen mocht komen en dat het aan de Europese Unie te danken is dat er geen oorlog meer is geweest. Het zijn op zijn minst een gedeeltelijke falsificaties.
De basis voor de West-Europese samenwerking – iets anders dan eenwording – werd niet vijftig jaar geleden, maar zestig jaar geleden gelegd, en had minder te maken met de eerdere Wereldoorlogen dan met de zich rap ontwikkelende Koude Oorlog tussen het Vrije Westen en het communistische oosten.
Het waren niet Frankrijk of Duitsland, maar de Verenigde Staten die in 1947 het Marshall-plan lanceerden, dat de basis legde voor een Atlantisch georiënteerde economische Europese samenwerking tegen het door Rusland gedomineerde Sovjet-blok. Op militair gebied creërden de Verenigde Staten in 1949 om dezelfde reden de Navo.
Nu heet het dat de Europese eenwording voor vrede op het continent heeft gezorgd. Maar de vrede, voorzover die er was, is vooral bewerkstelligd door een sterke Amerikaanse militaire aanwezigheid, die voorkwam dat de Russen op het idee konden komen om ook West-Europa te overlopen.
Onder de duim
De Franse president Charles de Gaulle, in 1959 aangetreden, misgunde de Amerikanen al hun prominente rol. Hij zag ‘Europa’ vooral als een project om onder Franse leiding de Amerikanen (en dus ook de Britten) buiten de deur en de Duitsers onder de duim te houden. Dat Franse idee leefde voort in de promotie voor de Europese Grondwet, die mede aan de man werd gebracht als alternatief voor, en een blok tégen de Verenigde Staten.
Ook het jongste kabinet-Balkenende doet, net als eerder bij het aan de man brengen van de Grondwet, weer mee aan de mythe van Europa als vredesproject.
Maar wat de verdiensten van de Verdragen van Rome ook mogen zijn, zij liggen vooral op het gebied van de vrijere handel, die in de jaren tachtig een nieuwe impuls kregen door de nota bene als ‘eurosceptisch’ beschouwde Britse premier Margaret Thatcher.
Op één punt had Charles de Gaulle gelijk: de achtergronden van de Europese staten zijn te verschillend om die onder het dak van één superstaat onder te brengen. Die ambitie wordt al helemaal topzwaar als die superstaat zich ook nog eens tot buiten Europa wil uitstrekken. Geen enkele mythe is sterk genoeg om die waarheid te maskeren.