door
Administrator
1 mei 2007
Met een islamist als staatshoofd vergroot Turkije de mentale en politieke kloof met de overwegend christelijke Europese Unie waarvan het lid wil worden
Oene van der Wal
Voor de tweede keer in twee weken tijd gingen dezer dagen seculiere Turken massaal de straat op om te protesteren tegen de kandidatuur van de conservatieve moslim Abdullah Gül voor het Turkse presidentschap.
De strijd om het Turkse presidentschap gaat natuurlijk niet om de persoon Abdullah Gül. Wel om de AK-partij die hij vertegenwoordigt. Deze van oorsprong islamistische partij zou kunnen gaan morrelen aan de scheiding tussen kerk (of beter: moskee) en staat in Turkije, zo vrezen de tegenstanders van Gül.
Deze scheiding vormt de basis van het moderne Turkije en wordt bewaakt door het leger. Sinds 1923 wordt zo officieel vermeden dat religie de politiek domineert.
De afgelopen weken en maanden speelde zich in Turkije een fel politiek gevecht af over het presidentschap. Lange tijd leek premier Recep Tayyip Erdogan de post te ambiëren, maar hij maakte na zware druk van de legertop plaats voor zijn rechterhand Gül, die minister van Buitenlandse Zaken is.
Voor de demonstranten maakt dit natuurlijk geen verschil. Zij willen dat het parlement, dat de president kiest, Gül weigert. Vorige week kwam hij in een eerste stemronde tien stemmen tekort omdat tegenstanders uit protest wegbleven. Maar Gül heeft nog drie stemrondes over, waarvan de laatste op 9 mei. Een eenvoudige meerderheid volstaat dan. Omdat de AK-partij 353 van de 550 zetels heeft, kan hem de winst bijna niet meer ontgaan.
Hooguit kan het Constitutionele Hof morgen nog roet in het eten gooien als het de eerste stemronde ongeldig verklaart. In dat geval zijn nieuwe parlementsverkiezingen nodig.
Het is hetzelfde parlement dat in 2003 weigerde bondgenoot Amerika te hulp te komen bij de invasie in Irak. Sindsdien is de relatie tussen Ankara en Washington behoorlijk verzuurd.
Maar ook met Europa botert het steeds minder. Met een islamist als staatshoofd vergroot Turkije de mentale en politieke kloof met de overwegend christelijke Europese Unie waarvan het lid wil worden. De islam, in het bijzonder de politieke islam, is nu – naast de prominente rol van het leger, immers al het grote struikelblok bij de toenadering tussen Brussel en Ankara, al wordt dat vaak niet hardop uitgesproken.
Het Turkse lidmaatschap van de EU wordt vaak aangeprezen met het argument dat zo een brug kan worden geslagen tussen Europa en de Arabisch-islamitische wereld. Het aanstaande presidentschap van Gül maakt deze illusie eens te meer tot een fabeltje.