door
Carla Joosten
8 feb 2012
D66'er Gerbrandy is boos over Huis voor de Europese Geschiedenis
De Europese Unie legt lidstaten strenge bezuinigingen op, maar in het Europees Parlement is van bezuinigingswoede niets te merken.
Het Europees Parlement onttrekt zich nog altijd aan de bezuinigingswoede in de Europese Unie. In eigen huis geeft het parlement geld uit alsof er van crisis geen sprake is. Dure initiatieven, zoals een Huis voor de Europese Geschiedenis, gaan gewoon door ook al werd afgelopen oktober nog een nieuw bezoekerscentrum geopend.
Vloot auto's
Ook op eigen voorzieningen besparen de europarlementariërs niet. De termijn dat de vertrekkend parlementsvoorzitter een auto met chauffeur mag houden werd verlengd van een half jaar tot tweeënhalf jaar. Terwijl alle parlementariërs gebruik kunnen maken van de door het parlement gehuurde vloot auto’s met chauffeur.
Ook op reizen wordt niet bezuinigd: in 2010 kostte de reis van vijftig europarlementariërs naar Kinshasa (Democratische Republiek Congo) ruim 1 miljoen euro: 20.511 euro per lid. Nog duurder was een reis naar Buenos Aires: 26.296 euro per persoon.
Weekblad Elsevier bericht deze week over het gebrek aan urgentie in het Europees Parlement om op eigen uitgaven te bezuinigen.
Woede
De gang van zaken rond het 56 miljoen euro kostende Huis voor de Europese Geschiedenis heeft de woede gewekt van europarlementariërs Dennis de Jong (SP) en Gerben Jan Gerbrandy (D66). De twee uitten in de begrotingscontrolecommissie hun frustratie. Maar de zaak is al beklonken: plenair werd er nooit over gestemd.
Gerbrandy kreeg wel een meerderheid achter zich om een extern bureau de kosten van het Europees Parlement onder de loep te laten nemen. Maar de hoogste ambtenaar van het parlement, Klaus Welle, vond dat onnodig. Liever sneed hij zelf in kosten, zei hij.
Bevriezen
Gerbrandy laat het er niet bij zitten. Deze week steunde de budgetcommissie zijn initiatief om de uitgaven in de toekomst, ondanks de toetreding van Kroatië in 2013, niet méér te laten stijgen dan de inflatie.
De uitgaven aan dienstreizen en vergoedingen van europarlementariërs moeten tot het einde van de huidige zittingsperiode worden bevroren.