kennis

Nederlander in de voetsporen van Thomas Alva Edison

Door Simon Rozendaal - 17 augustus 2015

Simon Rozendaal eet een broodje met Erik Wellen, die met een slimme Amerikaanse tweeling een veilige laserlamp voor in huis produceert.

In Bahrein trad Erik Wellen in de voetsporen van Thomas Alva Edison. Ontbijtend in het Rotterdamse Westerpaviljoen vertelt de 43-jarige Wellen, kind aan huis in het Midden-Oosten waar hij contacten legt tussen Nederlandse en Arabische bedrijven, dat hij daar de Amerikaanse eeneiïge slimmeriken Jim en Richard Redpath leerde kennen. Die hadden een laserlamp.

Dat klinkt niet revolutionair – per slot van rekening wordt laserlicht al vele jaren gebruikt op festivals en als pointer. Maar de twee Amerikanen hadden een laserlamp voor in huis uitgevonden.

Rook

Die genereert een wolk van lichtpunten op plafond, muur of vloer. Dat ziet er grappig uit, verbruikt maar een paar procent van de energie die andere lampen nodig hebben en – nu komt het – kan levens redden.

Gewoon licht (van gloei-, halogeen-,  tl- en ledlampen) is tamelijk diffuus en wordt weerkaatst door rook en stofdeeltjes. De gerichte laserstralen hebben daar veel minder last van. Dus is het mogelijk om met zo’n laserlamp in een woonkamer of trappenhuis de uitgang te vinden. Idem voor een fabriekshal dan wel een vliegtuig vol rook.

Het klikte tussen de drie en sinds kort is Wellen partner in het bedrijf Parhelion. De drie hebben er zelf geld in gestopt en er via internet (‘crowdfunding’) een half miljoen aan toegevoegd. Wellen: ‘We hadden destijds eigenlijk maar 250.000 dollar nodig, maar er was ­zoveel enthousiasme dat we een half miljoen binnenhaalden.’

Binnenkort zijn de lampen te koop, voor zo’n 120 euro. Eind april kregen de drie in New York de Edison-prijs voor uitvinders uitgereikt. Wellen en de tweeling kregen de prijs in de categorie ‘verlichting’, wat de prijs dubbel interessant maakt. ­Edison zelf kwam meer dan honderd jaar geleden ook met een totaal nieu­we vorm van verlichting: de gloeilamp.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.