Je voorspelling is uitgekomen: ik heb mezelf opnieuw in de problemen gebracht. Maar wees niet bang, ik leef in een veilig en democratisch land.
Lieve zus,
Vandaag komen ze allemaal bij je graf. Maar ik weet niet of je echt dood bent. Het enige bewijs van je dood is een grafsteen. Ik heb je niet gezien toen je stierf. Ik heb je niet begraven. Dat hebben anderen gedaan, in een land waar onwaarheden verkondigen een essentieel onderdeel is van het maatschappelijke leven. Ook nu ga ik ervan uit dat je leeft.
Dit is geen brief aan een dode vrouw. Iemand is dood zodra zijn geliefden zijn dood hebben erkend. Volgens het recht ben je dood. Maar wat rechtgeldig is, hoeft niet per se waar te zijn. Ik erken je dood niet. Ik bedoel dit niet blasfemisch; ook God heeft nog geen teken gegeven dat je dood bent. Ook Hij kan het niet weten, of Hij wil het niet weten.
Niet krankzinnig
Ik weet dat je nu tegen mij zegt: 'Nee, azizam, mijn liefste, je moet de waarheid aanvaarden.' De dood is een waarheid die ik zonder meer erken. Sterker nog: ik leef met de doden, met de herinneringen aan hen die zijn heengegaan. Maar ik erken op dit moment jouw dood, deze concrete dood, niet, omdat ik daarvan geen tastbaar bewijs heb gezien. Het is een waarheid van horen zeggen.
Laten we ophouden met filosoferen over dit fenomeen. Ik ben niet krankzinnig. Het zijn de vertegenwoordigers van Allah op aarde die het mij onmogelijk hebben gemaakt om een bewijs te vinden van je dood. Dus terug naar het normale leven.
Geluk
Hoe gaat het met je? Verscheidene keren heb ik geprobeerd jou te bellen, om je geluk te wensen bij het Iraanse nieuwjaar. Maar ik kon je niet te pakken krijgen. Daarom heb ik traditiegetrouw imam Reza uitgescholden, omdat ik dacht dat jij in Mashhad was, waar Reza is begraven. Uiteindelijk heb ik je kunnen bereiken. Je was gelukkig niet in Mashhad, maar gewoon bij familie in Teheran. Waarom heb je niet geprobeerd mij te bellen? Voelde je je niet lekker? Ik heb je aan het lachen gebracht met een paar stevige opmerkingen over die imam Reza.
Toen ik naar je gezondheid vroeg, zei je dat alles veel beter ging. Ook vroeg ik of je bijzondere medicijnen nodig had. Maar je zei dat je van alles voorzien was. Ik hoop dat je niet hebt gelogen.
Schaduwmoeder
Wat ik raar vind, is dat je mij nooit hebt willen verbieden om iets te doen of na te laten. Waarom eigenlijk? Waarom had ik zoveel vrijheid bij jou? In Nederland vertelde ik je dat ik de familieleden niets schuldig ben. Omdat ze mij in moeilijke dagen in de steek hebben gelaten. Natuurlijk niet altijd bewust. Tegelijkertijd vertelde ik je dat jij niet zomaar tot de familieleden behoort: je was mijn schaduwmoeder. Je vond het erg dat ik vaak honger heb geleden.
In Pakistan had ik soms drie dagen niets te eten. Daarover vroeg je: 'Waarom belde je ons niet om geld te vragen?' Het kon niet, het regime zou jullie arresteren en onder druk zetten.
Ik had van anderen geleerd dat ik via jullie de Iraanse inlichtingendiensten op het verkeerde been moest zetten: de schijn van onverschilligheid, waarbij ik de indruk moest wekken dat ik niets om mijn familie gaf. Dan zouden jullie allemaal veilig zijn. Hoe deed ik dat? Mama was de beste agent.
Tirade
De laatste keer dat ik haar sprak, heb ik haar gezegd dat als ze haar zouden aanhouden, zij vooral zichzelf moest zijn en haar oorspronkelijke houding tegenover mij moest aannemen. Wees jezelf, zei ik tegen mama.
Zij moest alle vragen naar waarheid beantwoorden. Mama vroeg of zij alle namen en adressen van mijn vrienden mocht geven. Ook dat moest zij doen. Zij had geen informatie die anderen in gevaar kon brengen. En inderdaad, ze werd aangehouden.
Toen de chief van die inlichtingeneenheid - een broeder, zoals ze in Iran worden genoemd - langskwam om mama te ondervragen, had ze haar geduld allang verloren en stak ze een ware tirade af over mij. De chief-broeder werd ongeduldig en vroeg haar: 'Waar zou hij nu zijn?'
Naar huis
Mama's antwoord was oprecht en simpel: 'Geen idee, en ik hoop dat jullie hem zo spoedig mogelijk vinden want ik heb nog een appeltje met hem te schillen.' De authenticiteit van mama overtuigde de broeder. Zij werd gewoon naar huis gebracht. Wel zeiden ze haar dat als een broeder haar zoon zou vinden, hij schietbevoegdheid had. Wat heeft mama gezegd? Een antwoord dat alleen mama kon geven: 'Ja ja, maar je moet hem eerst vinden.'
Lieve Fati,
Zoals je weet, had mama het rotsvaste geloof dat ze mij nooit zouden vinden. Ik kon jullie in die gevaarlijke periode, waarin ik nota bene zeer dicht bij Iran verbleef, niet bellen. Een tegenstander die in de nabijheid van Iran verkeerde, werd toen, maar ook nu, als een onmiddellijk gevaar gezien. En in zo'n geval is alles toegestaan, ook jegens onschuldige familieleden. Die wijsheden leerde ik van mensen die al ruim vijftig jaar ervaring hadden in het verzet tegen tirannie en het misleiden van een politiestaat.
Met mij gaat het goed. Ik schrijf bijna elke dag. Je voorspelling is uitgekomen: ik heb mezelf opnieuw in de problemen gebracht. Hoe? Het ene deel van Nederland kan mijn bloed wel drinken en het andere deel vindt mij nog steeds interessant. Maar wees gerust. Ik leef in een veilig en democratisch land. Hier worden meningsverschillen niet met geweld of uitsluiting uitgevochten.
Dus wees niet bang.
Wil je mij het boekje van Ibn Sina (Avicenna) over liefde sturen? Ik ben heel benieuwd naar wat de meester uit het oosten over de liefde heeft geschreven. Doe mijn hartelijke groeten aan iedereen.
Wat ben je aan het doen? Verwerken?
Ik verwerk niets. Er valt niets te verwerken. Ik bewerk iets, ik bewerk de strijd tegen de vergetelheid.
Mibousametazrahe dour, dosetdaram.
Ik kus je van veraf, ik hou van je.
Godahafis, god beware je.
Je Afshin
En zoals altijd zeg ik tegen de broeders die uit plichtsbesef deze brief lezen: lees zorgvuldig.