door
Administrator
13 mrt 2006
Ouders die hun studerende kinderen financieel ondersteunen als die geen recht meer hebben op studiefinanciering, kunnen deze kosten aftrekken van de belastingen.
Dat heeft de Hoge Raad onlangs in een uitspraak bepaald. Maximaal gaat het jaarlijks om een bedrag van 3960 euro.
Lening
Studenten in Nederland krijgen vier jaar lang een renteloze prestatiebeurs van de overheid als tegemoetkoming in de studiekosten. Wie langer dan vier jaar over zijn studie doet, moet daarna de kosten zelf betalen. Studenten kunnen in dat geval een rentedragende lening afsluiten bij de Informatie Beheer Groep (IBG).
Voor de Belastingdienst was dat tot nu toe de reden om verzoeken van ouders die hun kinderen financieel ondersteunden en dit wensten af te trekken van de belastingen af te wijzen. De Hoge Raad, het hoogste juridische rechtsorgaan, heeft nu geoordeeld dat dit niet terecht is. De Raad oordeelde dat het feit dat iemand een lening afsluit niet voldoende is om aan te nemen dat hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.
Aanleiding was de zaak die een Amsterdamse studente en haar vader in 2000 aanspanden, omdat de vader zijn dochter financieel ging ondersteunen toen zij geen recht meer had op studiefinanciering. Het gerechtshof in Den Bosch stelde hen al in het gelijk, maar staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (CDA) ging in cassatie bij de Hoge Raad. De raad heeft zijn beroep afgewezen.
Het kabinet wil dat studenten sneller gaan studeren en heeft daarvoor een nieuw studiefinancieringsplan opgesteld. Een van de voorstellen is dat het collegegeld voor studenten die langer dan zes jaar over hun studie doen omhoog gaat naar drieduizend euro. Ook wil het kabinet dat afgestudeerden hun studieschuld langer kunnen afbetalen. De schuld wordt dan niet na 15 maar pas na 25 jaar kwijtgescholden (lees Kwijtschelding studieschuld pas na 25 jaar).
Door Fleuriëtte van de Velde