door
Jeroen Langelaar
6 jul 2010
De plaats waar het in 1995 allemaal gebeurde
Nabestaanden van slachtoffers van de Srebrenica-moorden hebben aangifte gedaan van genocide en oorlogsmisdrijven tegen onder anderen de Nederlandse overste Thom Karremans.
Dat heeft advocate Liesbeth Zegveld dinsdag bekendgemaakt. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft nooit strafrechtelijk onderzoek gedaan, terwijl het daartoe volgens Europese verdragen verplicht is, meent Zegveld.
Vermoord
Hasan Nuhanovic en de nabestaanden van Rizo Mustafic hebben aangifte gedaan, omdat de Nederlandse militairen in juli 1995 hun familieleden overdroegen aan de Bosnische Serviërs, die hen hebben vermoord.
Behalve tegen Karremans, commandant van het VN-bataljon Dutchbat, is aangifte gedaan tegen zijn plaatsvervanger Franken en tegen personeelsfunctionaris Oosterveen.
Arnhem
Het bataljon had als taak in Srebrenica de groep mensen beschermen. Op 11 juli 1995 viel de enclave echter in handen van de Bosnisch-Servische vijand, die vervolgens achtduizend mannen en -jongens vermoordde.
De aangifte is bij het OM in Arnhem gedaan, omdat die rechtbank strafzaken tegen militairen behandelt.
Homo
Nuhanovic was tolk bij Dutchbat. Hij zocht met zijn ouders en broer zijn toevlucht tot het hoofdkwartier van Dutchbat. Op 13 juli dwongen Dutchbat-soldaten hen de compound te verlaten. Ook elektricien Rizo Mustafic, die sinds 1994 bij het lokale personeel van het bataljon hoorde, moest weg. Hij is sindsdien spoorloos.
De Srebrenica-kwestie kwam onlangs weer in het nieuws toen de Amerikaanse generaal John Sheehan zei dat Nederlandse legerofficieren hem hadden verteld dat het drama een gevolg was van allerlei sociale experimenten in het leger, zoals homo-emancipatie. Het Nederlandse leger zou daardoor verzwakt zijn geweest.