door
Marlou Visser
7 okt 2011
Een sociale werkplaats waar veel Wajongers werken
Als de regering niet ingrijpt in de Wajong-regeling, verdubbelt in dertig jaar het aantal Nederlanders dat gebruik maakt van de regeling voor jonge gehandicapten. De kosten voor de regeling lopen dan uit de hand.
Dat blijkt uit onderzoek (pdf) van het Centraal Planbureau (CPB).
Nu komen er jaarlijks 16.000 tot 17.000 Wajongers bij. Dit betekent dat een op de twaalf jongeren in de regeling terechtkomt. De regeling is bedoeld voor Nederlanders die voor hun zeventiende verjaardag al arbeidsongeschikt zijn.
Groei
Tien jaar geleden groeide het aantal jonge gehandicapten nog met de helft per jaar. De instroom is vier keer zo hoog als bij het begin van de AAW-regeling, de voorloper van de Wajong.
Vooral sinds 2004 is het aantal Wajongers sterk toegenomen. Volgens het CPB komt dit door de Wet Werk en Bijstand, die in dat jaar is ingevoerd. Sindsdien worden bijstandsuitkeringen betaald door gemeenten, die er belang bij hebben zo min mogelijk bijstandsuitkeringen te verlenen. Overschotten op het budget mogen gemeenten houden.
Minimumloon
Een substantieel deel van de steuntrekkers is door gemeenten naar de Wajong gedirigeerd, blijkt uit het onderzoek. Andere oorzaken van de groei zijn de groei van het speciaal onderwijs en het relatief hoge minimumloon in Nederland, waardoor aan 'de onderkant van de arbeidsmarkt' veel gehandicapten niet aan een baan komen.
Er zitten momenteel ongeveer 200.000 Nederlanders in de Wajong. In 2010 kostte de regeling 2,2 miljard euro.
Vooral jongeren met een gedragsstoornis als ADHD maken vaker gebruik van de regeling. Het aantal personen met fysieke of psychische klachten is de afgelopen tien jaar ongeveer gelijk gebleven. De regering wil een groot deel van de Wajongers naar een reguliere baan begeleiden.