door
Shari Deira
15 nov 2011
In Duitsland bestaan al commissies die autoriteiten adviseren over moeilijke gevallen
Niet alleen ambtenaren moeten bepalen of uitgeprocedeerde asielzoekers zoals de Angolees Mauro Manuel in Nederland mogen blijven. Volgens de Adviescommissie Vreemdelingenzaken moet 'de lokale samenleving' bij schrijnende gevallen ook een belangrijke stem krijgen.
Dat kan door burgemeester, vluchtelingenorganisaties en kerken te betrekken bij de besluitvorming. De Adviescommissie, een adviesorgaan van de regering en het parlement, schijft dit in een rapport over schrijnende gevallen aan minister Gerd Leers (CDA) van Immigratie en Asiel, meldt de NOS.
Duitsland
Leers heeft eerder dit jaar gezegd dat burgemeesters beter kunnen bepalen welke gevallen zo schrijnend zijn dat ze na afwijzing toch mogen blijven. De minister kreeg hierover veel kritiek, waarna hij de Adviescommissie vroeg uitspraak te doen over het idee.
De commissie schrijft dat organisaties die veel met uitgeprocedeerde asielzoekers te maken hebben, met interesse kijken naar Duitsland. Daar zijn speciale commissies voor 'moeilijke gevallen'. Iedere deelstaat heeft een commissie waarin behalve ambtenaren ook kerken, vluchtelingenorganisaties, sociale diensten en een arts zijn vertegenwoordigd.
Advies
De commissies buigen zich op verzoek over de zaak en bepalen of een asielzoeker uit humanitaire en persoonlijke redenen toch mag blijven. Belangrijk is dat de persoon goed is geïntegreerd in de samenleving.
Jaarlijks buigen de commissies zich over zo'n vierhonderd gevallen. Daarvan krijgen gemiddeld tachtig vreemdelingen alsnog een verblijfsvergunning. Autoriteiten nemen het advies in veel gevallen van de commissies over.
Volgens Adriana van Dooijeweert van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken gaat het in de praktijk vooral om kinderen. Op den duur worden minder asielzoekers besproken door zo'n commissie omdat het kabinetsbeleid erop is gericht sneller te beslissen over het lot van vreemdelingen.
'Onze liefde voor Mauro is een omgekeerde Nimby. De meeste mensen weten dat Angola geen Afghanistan is, dat die Limburgse jongen rustig naar Angola terug kan en dat hij daar kan profiteren van groeicijfers van 10 procent per jaar.'
Lees de weblog van Simon Rozendaal: Onze liefde voor Mauro is een omgekeerde Nimby