door
Marlou Visser
10 nov 2011
De Amsterdamse rechtbank heeft Moszkowicz nooit beschuldigd van spionage, meldt de rechtbank
De rechtbank van Amsterdam ontkent dat president Carla Eradus advocaat Bram Moszkowicz heeft beschuldigd van spionage. Ze heeft in een gesprek met de deken van de Orde van Advocaten alleen vraagtekens gezet bij de rol van een voormalige griffier die in dienst is getreden bij Moszkowicz.
Dat meldt de rechtbank in een verklaring.
Tijdens een regulier overleg tussen de deken van de Orde van Advocaten Germ Kemper en Eradus is het Wildersproces ter sprake gekomen. Het gebeurt vaker dat de deken en de rechtbankpresident spraakmakende rechtszaken bespreken.
Volgens Kemper en de rechtbank is in dat gesprek geen beschuldiging geuit aan het adres van Moszkowicz, het woord spionage zou nooit zijn gevallen. Eradus heeft alleen gezegd opheldering te willen over de rol van de voormalige griffier.
Opheldering
Een griffier van de rechtbank zou bij een collega informatie hebben ingewonnen over het Wildersproces, terwijl ze mogelijk al in een sollicitatieprocedure zat bij het kantoor van Moszkowicz. Kemper heeft Moszkowicz hierover om opheldering gevraagd. De Orde van Advocaten gaat de kwestie nader onderzoeken.
Moszkowicz heeft een brief van Kemper ontvangen waarin hij wordt gevraagd in een gesprek met Eradus en Kemper uitleg te geven over de rol van zijn medewerker. Volgens de advocaat wordt in de brief de suggestie gewekt dat hij sollicitanten informatie zou laten inwinnen over zaken. Moszkowicz beraadt zich op stappen.