door
Shari Deira
17 okt 2012
Huiseigenaren in drie gemeenten betaalden dit jaar minder ozb (foto ANP)
De onroerendezaakbelasting (ozb) is in de helft van de gemeenten gestegen met meer dan 5 procent ten opzichte van vorig jaar. Er zijn grote regionale verschillen in de ozb, de belasting die huiseigenaren moeten betalen aan de gemeente.
Dat blijkt woensdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Drie gemeenten hanteerden een lager ozb-tarief.
Uitzondering
De stijging van de ozb is relatief het laagst in grote steden. In Amsterdam en Rotterdam ging het tarief omhoog met ongeveer 2,5 procent en in Utrecht met 1,6 procent. Den Haag is met een tariefdaling van 4,3 procent een uitzondering.
De twee andere gemeenten waar het tarief is verlaagd, zijn Hollands Kroon en Lopik. De ozb is het meest gestegen in Lingewaard. Daar ging de belasting omhoog met meer dan 60 procent.
Hoger
Alle gemeenten samen mogen dit jaar de inkomsten van de ozb laten stijgen met 3,75 procent tot maximaal 3,18 miljard euro.
De opbrengsten komen echter 59 miljoen euro hoger uit dan is toegestaan. Daarom mogen gemeenten volgend jaar hun inkomsten laten stijgen met 2,76 procent in plaats van 3 procent, meldt het CBS.
Huizenprijzen
Door de dalende huizenprijzen zien gemeenten zich genoodzaakt de ozb te verhogen om de inkomsten op peil te houden. Huizenbezitters betalen zo mee aan de crisis bij de gemeenten.
Minister Liesbeth Spies (CDA, Binnenlandse Zaken) liet in april al weten dat zij niet ingrijpt als afzonderlijke gemeenten dit jaar de ozb extreem verhogen. Ze zal wel de Vereniging Nederlandse Gemeenten aanspreken omdat het gemiddelde maximum is overschreden.