door
Arne Hankel
19 mrt 2012
Van Rey heeft geen voordelen gehad bij zijn aankoop van onroerend goed
Er is geen bewijs van belangenverstrengeling tussen de Roermondse wethouder Jos van Rey (VVD) en projectontwikkelaar Piet van Pol. Dat concludeert de commissie Sorgdrager-Frissen maandag na uitgebreid onderzoek.
Oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager en hoogleraar Paul Frissen onderzochten de aantijgingen van vriendjespolitiek tegen Van Rey. De wethouder zat lange tijd in de Tweede Kamer en is naast zijn werk in Roermond ook senator voor de VVD.
Aankoop vastgoedfonds
Van Rey werd in oktober door dagblad De Limburger beschuldigd van belangenverstrengeling. Van Rey had een persoonlijke aankoop gedaan van één van 256 aandelen van het vastgoedfonds Roercenter ter waarde van 30.000 euro. Op dat project had hij als wethouder invloed.
Naar aanleiding van het artikel werd een onderzoek ingesteld.
De onderzoekers concluderen dat Van Rey zich door de aankoop wel schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling. Sorgdrager en Frissen nuanceren dat, door te schrijven dat de handelwijze van Van Rey van beperkte politieke betekenis is.
Eigen gewin
Daarnaast heeft Van Rey het college altijd volledige openheid verschaft over die aankoop. Die was bedoeld om het vertrouwen in de economische ontwikkeling van de stad uit te drukken en niet gericht op eigen gewin, zo schrijven de onderzoekers.
Van Rey handelde ook niet met zijn onroerend goed en heeft als verantwoordelijk wethouder ook geen voordeel gehad van mogelijke waardestijgingen.
Een andere beschuldiging tegen Van Rey over vriendjespolitiek vanwege zijn vriendschap met projectontwikkelaar Piet van Pol, wordt door de onderzoekers van de hand gewezen. Volgens Sorgdrager-Frissen is die beschuldiging niet gestoeld op feiten.
Burgemeester van Roermond Henk van Beers (CDA) noemt in een eerste reactie op het onderzoeksrapport de niet gebleken belangenverstrengeling tussen wethouder Van Rey en projectontwikkelaar Van Pol als belangrijkste conclusie.