Nieuws

Politiek

Een impressie van het voorzitterschap

door Administrator 19 jan 2005

Een impressie van het voorzitterschap

Op woensdag 19 januari hield Elsevier-redacteur Syp Wynia een lunchlezing ter gelegenheid van een ‘directeurendag’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Hij sprak daarbij deze tekst uit.

'Heel vriendelijk van u dat u mij hier wilde uitnodigen voor het geven van een impressie van hoe Nederland het afgelopen half jaar als voorzitter van de Europese Unie buitenlands beleid heeft gevoerd.

Syp Wynia

Ik hoop dat u mij toestaat dat ik buitenlands beleid ruim zie, ruimer ook dan wat doorgaans onder het Europese gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheids- beleid wordt verstaan.

Het lijkt mij namelijk dat het buitenlands beleid ten dienste staat van het nationaal belang. Dat uitgangspunt is niet meer zo omstreden als het was, maar onomstreden is het ook nog steeds niet. Het riekt immers naar Eigen Volk Eerst. Maar dat is, ik kan er niet onder uit, toch wat de taak van een beschaafde natiestaat hoort te zijn.

Veiligheid
En wat die natiestaat in de eerste plaats moet doen, is de veiligheid van zijn burgers te waarborgen, of die gevaren nou van binnen of van buiten komen.

Daarnaast kan die staat nog denken aan welvaart, welzijn, onderwijs, gezondheidszorg en meer prachtigs.

Maar in alle gevallen staat ook het buitenlands beleid ten dienste van die doelen, dus het dienen van de eigen bevolking.

Dat hoeft allerminst ten koste te gaan van burgers van andere landen, sterker nog, die kunnen daar ook baat bij hebben. Maar dat is niet het eerste uitgangspunt en het staat ook niet bij voorbaat vast.

Buitenlands beleid, zo komt het mij voor, is geen doel op zich, maar dient die andere belangen.

Toetsen
Als we dus gaan kijken of het Nederlandse buitenlandse beleid gedurende het afgelopen half jaar een beetje gewerkt heeft, moeten we het aan die uitgangspunten toetsen. Heeft minister-president Balkenende de belangen van de Nederlandse staat en daarmee die van de Nederlandse bevolking, gediend zoals dat zou moeten?

Hebben al die andere ministers dat gedaan? Hebben uw eigen bewindslieden, de ministers Bot en Van Ardenne en staatssecretaris Nicolaï dat gedaan?

Laten we eerst eens kijken naar de zaken van in- en externe veiligheid, immers de eerste taak van de staat. Het centrale thema daarbij was nog niet zo lang geleden de beveiliging tegen het communistische gevaar uit het oosten.

In de jaren negentig lag daarbij de nadruk op het in toom houden van gewelddadige conflicten in onze nabije omgeving, op de Balkan met name. En de laatste jaren ligt de nadruk op het bestrijden van terroristische landen en moslimgroepen, die ook in ons eigen land actief kunnen zijn.

Binnenlandse- en buitenlandse veiligheid gaan daarbij door elkaar lopen.

Amerikaanse agenda
Nederland besloot de afgelopen jaren daarbij vooral de Amerikaanse agenda te volgen, met als kernpunt eerst Afghanistan en vervolgens Irak, dat door de Amerikaanse regering om goede of slechte redenen eveneens als bolwerk van terrorisme werd gezien.

De landen van de Europese Unie waren vooral over Irak diep verdeeld, waardoor na het Europese debâcle op de Balkan wederom een dieptepunt in het gemeenschappelijke Europese buitenlands- en veiligheidsbeleid werd bereikt.

Je zou kunnen zeggen: als de Europese Unie machteloos is in de belangrijkste kwestie van de jaren negentig en nu ook in de belangrijkste kwestie van de nieuwe eeuw - wat is die Europese buitenlandse politiek dan waard? Wat hebben, anders gezegd de Nederlandse burgers aan en niet-bestaande Europese veiligheidspolitiek?

Niet veel, op de keper beschouwd. Tijdens het voorzitterschap speelden Irak en terrorisme zowel op de voor- als op de achtergrond een belangrijke rol.

Allawi
Het meest aansprekende Nederlandse ingrijpen als Europees voorzitter speelde zich af op de middag van de 5de november, toen de Iraakse premier Allawi, een benoemde, niet-gekozen politicus, op uitnodiging van voorzitter Nederland te gast was bij de lunch van de Europese leiders in Brussel.

Die uitnodiging was een affront jegens de Franse president, die door de jaren heen de belangrijkste initiator van een Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid is geweest, niet in de laatste plaats omdat Allawi in de dagen voor de top onnodig anti-Franse opmerkingen had gemaakt. Jacques Chirac besloot dan ook voortijdig af te reizen.

Die uitnodiging van Allawi was een Duits idee. Het heeft er alle schijn van dat de Duitsers met die uitnodiging weer in een goed blaadje wilden komen bij Washington. En Nederland werkte daar graag aan mee.

Dat mag, als je denkt dat dat in het Nederlandse belang is, maar zonder tegenbericht moet ik concluderen dat voorzitter Balkenende en zijn rechterhand Ben Bot het dus belangrijker vonden om de Europese Raad te gebruiken om die Amerikaanse kaart te spelen dan te streven naar een eenduidige Europees beleid ten aanzien van Irak.

Externe veiligheid, zou je daaruit kunnen concluderen, ziet Nederland, ook voorzitter Nederland, zo bezien nog steeds in veiliger handen bij de Verenigde Staten dan bij de Europese Unie.

Annan
Behalve Allawi in november nodigde voorzitter Nederland in bij de Europese Raad in december Kofi Annan uit.

We zouden daar toch echt mee op moeten houden in de Europese Unie. Zo’n Europese Raad heeft genoeg te doen.

In het geval van Annan, die zijn eigen VN-agenda kwam uitventen, had de aanwezigheid van de hoge gast uit New York een zichtbaar verstorend verloop op de delicate onderhandelingen met Turkije.

Voorzitter Balkenende en de hem assisterende Bot moesten de plichtplegingen met Annan bijwonen en het aan de Britse premier Blair overlaten om de Turkse premier Erdogan tot bedaren te brengen.

Dat leidde er toe dat Blair, inmiddels gesecondeerd door Schröder, Barroso en Berlusconi, met een voorstel kwam dat vervolgens door voorzitter Nederland weer van tafel moest worden gehaald.

Nooit meer doen, zou ik zeggen, gasten uitnodigen als je al genoeg moeite hebt je eigen sores op te lossen.

Maar die lessons learned gaan pas weer op in 2016, als Nederland weer EU-voorzitter is. En tegen die tijd zal er vast wel een vaste voorzitter van de Europese Raad zijn.

Irak
Of met de verwijdering van Saddam Hoessein het islamitisch terrorisme wordt bestreden of dat dat terrorisme in Irak juist een nieuwe broedplaats heeft gevonden laat ik nu maar even in het midden, hoewel de vraag zich wel steeds dwingender opdringt.

In ieder geval bleek in de tweede helft van vorig jaar dat dat terrorisme zich niet alleen in Nederland heeft genesteld, maar dat het ook moordend toesloeg.

Plotseling waren de grote woorden die door de achtereenvolgende Nederlandse premiers na 11 september in New York en 11 maart in Madrid waren gebruikt en ook de Haagse agenda die door voorzitter Nederland was opgesteld wat terrorisme betreft niet mee zo vrijblijvend als ze voordien konden worden opgevat.

Wat ik buitengewoon merkwaardig om niet te zeggen laakbaar heb gevonden, is dat voorzitter Nederland, in de week dat Theo van Gogh werd vermoord en de ministers Donner en Remkes de gevaarlijke en internationaal getinte netwerken van Mohammed B. bekend maakten, naliet te benadrukken dat een internationale en dus ook Europese aanpak van het terrorisme daarmee ook voor de Nederlandse burger acuter werd dan ooit.

Of het nou voortkwam uit angst voor reputatieschade of uit een merkwaardig soort idee dat het bestrijden van terrorisme in Nederland iets anders is dan het bestrijden van terrorisme in heel Europa – het doet er niet toe.

Burgeroorlog
Een grotere reputatieschade werd trouwens aangericht doordat de premier wèl meteen op pad ging naar een door vandalen in de brand gestoken school, waardoor nogal voorbarig in het buitenland het idee werd bevestigd dat er in Nederland een soort burgeroorlog gaande was, zoals ook door de Belgische premier in zijn kerstboodschap werd gesteld.

Als het de eerste taak van de staat is om zowel de interne als de externe veiligheid van zijn burgers te waarborgen, dat heeft de Nederlandse overheid daar op het eerste gezicht ten tijde van zijn Europese voorzitterschap wel een papieren bijdrage, maar geen grote tastbare bijdrage aan geleverd.

Bij het hoofdthema Irak werd niet gestreefd naar Europese eenheid van optreden, bij het hoofdthema van het terrorisme werden wel voornemens opgesteld, maar toen het er plotseling op aankwam werden de zelf-opgestelde Europese voornemens niet als een Nederlandse zaak ervaren.

Ontwikkelingshulp
Dan zijn er natuurlijk nog andere, meer afgeleide belangen waarmee de Nederlandse staat zijn burgers kan dienen. Zoals het belang om zijn burgers en bedrijven niet teveel geld af te troggelen, waardoor ze welvarend en ondernemend kunnen zijn en zowel de individuen als de hele samenleving kunnen bloeien.

Buitenlands beleid kan daar invloed op hebben. Als het buitenlands beleid te duur is, wordt daardoor de welvaart van de burgers ondermijnd.

En dat buitenlands beleid is in Nederland relatief duur. Niet omdat, zoals in de Verenigde Staten, een fors deel van het nationaal inkomen naar de krijgsmacht gaat. De Nederlandse uitgaven voor defensie zijn naar internationale maatstaven betrekkelijk laag, naar Europese maatstaven gemiddeld.

Nee, het Nederlandse buitenlandse beleid is duur omdat Nederland een naar internationale maatstaven hoog promillage uitgeeft voor ontwikkelingshulp, die we, nogal misleidend, ook wel ontwikkelingssamenwerking noemen.

Afgezien van het feit dat die hulp vaak contraproductief uitpakt en in verkeerde zakken belandt, vormt die hulp een structurele belasting van de Nederlandse economie.

Het legt door zijn omvang trouwens ook een druk op de totale overheidsuitgaven, die wellicht nuttiger besteed kunnen worden.

Nu staan de Nederlandse staatsuitgaven voor hulp aan landen buiten de Europese Unie weliswaar wel ter discussie, maar intussen dringt Nederland – en dat ging tijdens het voorzitterschap door – er bij andere landen wel op aan die hulpuitgaven op te trekken.

Het heeft iets paradoxaals. Als je je eigen hulpuitgaven tempert, waar tal van goede redenen voor zijn, kun je het net zo goed nalaten om andere landen aan te sporen hun soortgelijke hulpuitgaven op te trekken.

Europese uitgaven
Een nog grotere Nederlandse uitgavenpost voor het buitenland zijn de bijdragen aan de Europese Unie. Die vormen, al sinds de traumatische Top van Edinburgh in december 1992, een centraal thema voor het Nederlands beleid.

Eerst probeerde Ben Bot, toen als PV in Brussel, met enig succes in de zomer van 1993 het netto-gat van Nederland te beperken door geld voor Flevoland en het Europees Sociaal Fonds naar Nederland terug te sluizen.

Flevoland werd weliswaar een publiek lachertje, maar geld leverde het wel op. Over het ESF wilde ik het maar niet hebben, daar schieten woorden tekort.

Het tweede paarse kabinet maakte er zo ongeveer zijn coalitiedoelstelling van om de Europese uitgaven voor de volgende ronde te beperken. Dat lukte enigszins, al bleven zowel het landbouwbeleid als het structuurbeleid buiten schot.

Nederland bleef verhoudingsgewijs de grootste financier. Het jongste voorzitterschap werd benut om de basis te leggen voor het verder inperken van de Europese uitgaven en het binnenhalen van een correctiemechanisme waardoor een grote netto-betaler als Nederland minder gaat bijdragen.

Dat lijkt me een nobel streven, een onmiskenbaar Nederlands belang. Er zijn tijdens het voorzitterschap weliswaar geen definitieve stappen gezet, maar mijn voorlopige indruk is dat de spenders in Brussel en Straatsburg wel wat wapens uit handen zijn geslagen.

Een goede benutting van het voorzitterschap dus, waarmee zowel Nederland als de rest van Europa is gediend.

Stabiliteitspact
Dat geldt ook voor de poging om de Europese regeldruk op het bedrijfsleven te verminderen, een idee waar je moeilijk tegen kunt zijn. Zelfs de Europese Commissie lijkt daaraan mee te willen doen, al moet je natuurlijk altijd maar afwachten of deze kalkoen zich tegen Kerst echt vrijwillig naar de keuken begeeft.

Dat andere agendapunt van Gerrit Zalm, het Stabiliteitspact, verkeerde tijdens het voorzitterschap in windstilte. Het Luxemburgse hof deed zijn uitspraak, maar de voorzitter kon weinig meer doen dan nog eens te laten herhalen dat drie procent de tekortnorm blijft, dat zestig procent de schuldnorm blijft en dat er in goede tijden meer gespaard moet worden.

Neelie Kroes
Veel meer zat er waarschijnlijk niet in. Hetzelfde geldt voor de Lissabon-agenda, de lame duck van de Europese economische politiek. Het was de bedoeling van Balkenende om zijn vriend Barroso met de door Wim Kok vernieuwde Lissabon-agenda tijdens de Europese Raad van november op het paard te hijsen met een ook voor een land als...

Lees het vervolg van dit artikel

zie ook

Eén reactie

  • Goedenmiddag Syp,

    Anders dan de meeste reacties zal ik niet inhoudelijk ingaan op je lezing, maar grijp ik de mogelijkheid aan je - mede namens mijn gezinsleden - te feliciteren met je verjaardag. Een kaartje schoot er bij in. Ik wens jou en Marita een prettige borrel toe, een fijn weekend en meer goeds.

    Je kleine neefje