door
Administrator
16 feb 2007
Rotterdamse oppositie veegt vloer aan met participatienotitie
De Rotterdamse GroenLinks-wethouder Orhan Kaya (Integratie) ligt zwaar onder vuur van de oppositiepartijen in de gemeenteraad. Gisteren kreeg hij een ‘motie van overbodigheid’ aan zijn broek.
De motie, ingediend door D66, verklaarde de participatienota van de GroenLinkswethouder overbodig.
Maar eigenlijk is het een motie van overbodigheid tegen de wethouder, verklaart D66-fractievoorzitter Christian van den Berg tegen Elsevier.nl. ‘De notie is volslagen zinloos. Kaya komt met geen enkele concrete maatregel. En aangezien hij wethouder van participatie is, vraag je je af wat hij dan nog in het college doet.’
'Vage teksten'
De voltallige oppositie, van Leefbaar Rotterdam tot de SP, had geen goed woord over voor de langverwachte ‘participatienota’. Die moet de integratie bevorderen. De wethouder trok negen maanden uit voor het opstellen van een acht pagina’s tellende notitie waarin volgens D66 ‘alleen maar vage teksten staan’.
‘Het college verzuimt leiderschap te tonen in de integratiediscussie en schuift het presenteren van concrete maatregelen weer voor zich uit,’ constateren D66, ChristenUnie-SGP, SP en Leefbaar Rotterdam eensgezind.
Argumenten
Kaya zelf snapt de kritiek van de oppositie niet. Hij had liever inhoudelijke argumenten gekregen om de nota te verbeteren. ‘Hier kan ik niets mee.’ Coalitiepartijen CDA, PvdA, VVD en GroenLinks steunen hem, waardoor de motie geen meerderheid haalde. Maar het signaal is overgekomen, denkt D66.
Tijdens de vorige collegeperiode was Kaya, toen nog fractievoorzitter van GroenLinks, een felle criticaster van het Integratiebeleid van het toenmalige college van Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD. Hij vond dat Integratiewethouder Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) allochtonen en autochtonen tegen elkaar opzette. Een motie van zijn hand leidde in 2005 tot het opstappen van Pastors.
Door Fleuriëtte van de Velde