door
Bas Benneker
25 apr 2007
Asscher: In de praktijk is het veel erger dan ik dacht
De Amsterdamse PvdA-wethouder Lodewijk Asscher wil ouders aanpakken die falen in de opvoeding van hun kinderen, en niet langer vertrouwen op miljoenensubsidies aan de welzijnsindustrie.
In de Volkskrant geeft wethouder en loco-burgemeester Asscher, tevens lijsttrekker van de Amsterdamse PvdA, grif toe dat zijn gezinsbeleid tot nu toe is mislukt. Van zijn verkiezingsbelofte 'kinderen eerst' is weinig terechtgekomen, constateert hij. 'In de praktijk is het veel erger dan ik dacht.'
Varken
Asscher noemde op een partijbijeenkomst in Amsterdam-Noord een aantal voorbeelden die hem hebben geschokt. Zoals de basisschool waar leraren niet meer onderwijzen over het leven op de boerderij, omdat 9- of 10-jarige kinderen de klas afbreken als het daarbij onvermijdelijke varken ter sprake komt.
Ook ontdekte hij dat welzijnsinstellingen allochtone probleemjongeren ronselen voor in de kaartenbak - en de bijbehorende subsidie van 4000 tot 6000 euro per geval. In Bos en Lommer sprak Asscher met een schooldirecteur die toegaf dat bijna de helft van zijn leerlingen niet eens begint aan de Citotoets.
Welzijnsindustrie
'We moeten ouders duidelijk maken dat we het gedrag van hun kinderen gewoon niet accepteren,' zegt een woordvoerder van Asscher, 'de noodverbanden en bypasses van de afgelopen dertig jaar hebben niet gewerkt.' Een opvoedplicht moet het onder meer mogelijk maken om falende ouders te korten op de kinderbijslag.
Rond de problemen met de kinderen is bovendien een welzijnsindustrie ontstaan die zonder noemenswaardig resultaat miljoenen aan subsidies rondpompt, heeft de PvdA-wethouder vastgesteld.
'Er zijn veel te veel mensen betrokken bij de problemen met kinderen,' aldus de woordvoerder, 'we moeten bij elkaar gaan zitten om te kijken hoe dat beter kan.' Asscher sluit 'een andere manier van financieren' niet uit.
Naar de homepage