door
Robin van der Kloor
23 okt 2010
Wilders (l) en Rutte (r) waren voor, het CDA tegen
VVD, CDA en PVV hebben tijdens de formatie de mogelijkheid bekeken of ze politici konden vrijwaren van vervolging wegens groepsbelediging. Uiteindelijk is de 'immuniteitsclausule voor deelnemers aan het maatschappelijk debat' niet in het formatieakkoord terechtgekomen, omdat het CDA tegen was.
Het idee was afkomstig van de VVD en de PVV, meldt NRC Handelsblad.
Etniciteit
De partijen lieten uitzoeken of het verbod op groepsbelediging kon worden ingeperkt tot belediging van 'aangeboren eigenschappen' zoals etniciteit of geslacht. Godsdienst of levensovertuiging zouden niet meer onder het verbod vallen.
NRC Handelsblad baseert zijn artikel op gesprekken met betrokken politici en ambtenaren en op formatiestukken.
Vervolging Wilders
Doel was om het vrije maatschappelijke debat niet door strafbaarstelling te laten hinderen. De kwestie is actueel vanwege de rechtszaak tegen een van de onderhandelaars, PVV-leider Geert Wilders.
De politicus staat terecht staat voor onder meer groepsbelediging wegens uitspraken over de islam. Zijn advocaat Bram Moszkowicz vroeg gisteren met succes om een nieuwe behandeling van zijn zaak vanwege partijdigheid van de rechters.
Artikel 12
De onderhandelaars, naast Wilders waren dat Mark Rutte (VVD) en Maxime Verhagen (CDA), vroegen zich af of het mogelijk zou zijn het gebruik van de zogenoemde artikel-12-procedure te beperken.
Het gerechtshof paste dit artikel toe om vervolging van Wilders te gebieden, nadat het Openbaar Ministerie in eerste instantie had besloten de PVV-leider niet te vervolgen.
CDA tegen
Het CDA was tegen het plan van VVD en PVV, omdat de partij het recht op vrijheid van meningsuiting niet de voorkeur wilde geven boven andere grondrechten, zoals het verbod op discriminatie, aldus NRC Handelsblad.
Volgens het CDA, gesteund door een juridische analyse van het ministerie van Justitie, geeft het Europees Mensenrechtenverdrag en het EU-kaderbesluit racisme en vreemdelingenhaat hiervoor geen ruimte.
Uiteindelijk is in het regeerakkoord de volgende zin terechtgekomen: 'Debat hoort middenin de samenleving plaats te vinden, en bij voorkeur niet in de rechtszaal.'