door
Arne Hankel
3 feb 2011
Minister Uri Rostenthal erkent dat hij het beter had kunnen doen
Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) erkent dat hij het in de zaak van de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami, die werd opgehangen in Iran, beter had kunnen doen. Hij deed dat donderdag in een Kamerdebat na forse kritiek van PvdA en D66.
De Kamer hield spoeddebat over de Nederlands-Iraanse
vrouw die vorige week in Iran werd geëxecuteerd.
Alle middelen
De minister stelde eerder dat
alle middelen zijn ingezet om Bahrami te redden. Maar in de ogen van
D66 en de PvdA is niet alles aangegrepen, omdat Rosenthal zelf niets
heeft gedaan. Wat deze partijen betreft, mag dit niet meer zo gebeuren.
Een
kans om vorig jaar november in Nederland met zijn Iraanse ambtgenoot
Mottaki over de kwestie te spreken, liet hij volgens D66 en de PvdA
lopen. Ze begrijpen niet waarom Nederland geen brandstofgarantie gaf aan
de Iraanse minister, zodat die na een internationale conferentie in
Nederland terug kon vliegen. Mottaki zegde zijn reis af.
Borst kloppen
'Ik vraag
me dat ook steeds af. Ik heb het niet prima gedaan en sta mezelf niet op
de borst te kloppen,' zei de minister donderdagavond tijdens het
spoeddebat over de executie van de Nederlands-Iraanse vrouw in Iran.
'Ook
ik trek een les uit deze gebeurtenis,' zei hij. De knieval kwam nadat
vooral D66 en de PvdA in het debat kritiek hadden geleverd op de
minister. Ze verweten hem dat hij zich zelf niet had bemoeid met Bahrami
terwijl hij in de media wel had gezegd 'dat alles was gedaan op alle
niveaus'.
Rosenthal hield dat lang vol in het debat, maar
matigde later zijn toon. Hij zei dat de fase nog niet aangebroken was om
het niveau op te schalen tot dat van de minister of president van Iran.
Bahrami zou zijn opgehangen. Ze werd eind 2009 gearresteerd nadat ze een demonstratie tegen de regering zou hebben bijgewoond. Ze was in Teheran op familiebezoek. Uiteindelijk werd Bahrami ter dood veroordeeld wegens drugsdelicten.
Na haar dood gingen er geruchten op dat Bahrami zou zijn doodgemarteld. Rosenthal zei donderdag daar geen 'harde informatie' over te hebben. Twee dagen voor haar dood heeft haar dochter haar nog bezocht en niets wees op martelingen, zei de minister.