door
Shari Deira
17 mei 2011
Leers besloot in april dat Sahar en haar gezin mogen blijven
De Tweede Kamer wil dat meer asielzoekers een beroep kunnen doen op dezelfde regeling als het Afghaanse meisje Sahar. De Kamer wil dat deze ook geldt voor asielzoekers uit andere landen als zij in het land van herkomst onder grote druk komen te staan.
Dat bleek dinsdag tijdens het debat met minister van Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA) over het asielbeleid.
Gevaar
Uitgeprocedeerde Afghaanse meisjes mogen in Nederland blijven als zij in Afghanistan onder 'psychosociale druk' komen te staan. Volgens de oppositie is het beleid dat Leers voert willekeurig en zou het ook moeten gelden voor asielzoekers uit andere landen.
Leers besloot in april dat de veertienjarige Sahar Hbrahim Gel en haar gezin in Nederland mogen blijven, omdat het meisje in haar vaderland gevaar zou lopen. De minister maakte de beslissing nadat bekend werd dat westerse schoolmeisjes in Afghanistan een groot veiligheidsrisico lopen.
Grond
Eerder bepaalde een rechter al dat Sahar, uit het Friese Sint Annaparochie, 'te verwesterd' is om terug te gaan naar Afghanistan, maar Leers ging tegen de uitspraak in hoger beroep. Toch zei hij vorige maand dat verwestering inderdaad een grond kan zijn om te mogen blijven.
Leers zei toen dat het niet betekende dat alle Afghaanse meisjes in de schoolgaande leeftijd een verblijfsvergunning krijgen. Het blijven individuele beslissingen.
Minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA) toont zich in een brief aan de Tweede Kamer van zijn strengste kant. Hij schrijft dat asielzoekers die na een afwijzing toch blijven doorprocederen, hun beroep in eigen land moeten afwachten
Lees het Elsevier-commentaar van Robert Stiphout: Asielplan Gerd Leers haalt helaas weinig uit