door
Arne Hankel
27 jun 2012
Rutte wil pas een bankenunie als andere landen de rommel hebben opgeruimd
Een bankenunie en Europese obligaties zouden niet meer zijn dan pijnbestrijders of spierversterkende middelen voor Zuid-Europa. En die zorgen niet voor de structurele economische hervormingen die nodig zijn om de probleemlanden in Zuid-Europa er weer bovenop te brengen.
Dat zei premier Mark Rutte (VVD) woensdag in het Tweede Kamerdebat over de EU-top van donderdag en vrijdag. Pijnbestrijders halen volgens Rutte de druk weg in Zuid-Europa om te bezuinigen en te hervormen.
Hervormen
Volgens Rutte zijn in de jaren na de kredietcrisis van 2008 de verschillen in economische kracht tussen verschillende EU-landen duidelijk geworden. Lagen de rentes op staatsobligaties in 2008 overal nog ongeveer even hoog, inmiddels zijn de verschillen groot.
Alleen door te hervormen kunnen de economieën weer op een gelijk niveau komen, aldus Rutte.
Rommel opruimen
'Nu pleiten voor een bankenunie is in feite het probleem van de Italiaanse banken neerleggen bij de Nederlandse belastingbetaler,' zei de premier. Hij wil een bankenunie niet tot doel stellen, maar wil wel stap voor stap in die richting.
Maar dat mag niet betekenen dat Nederland zich zo'n bankenunie 'in laat rommelen'. Het is voor de premier 'ja, mits', maar pas nadat er Europees toezicht is en de banken in Zuid-Europa al hun 'rommel' hebben opgeruimd.
Kwijt
CDA-leider Sybrand van Haersma Buma, die Rutte de afgelopen weken bekritiseerde omdat de premier in de EU overal achteraan zou 'hobbelen', was blij met de opmerkingen van Rutte en vertaalde ze als een 'ja' tegen de bankenunie.
Rutte zei daarop dat hij Buma 'helemaal kwijt' was. Het is wat hem betreft niet zo dat een bankenunie met een gezamenlijke garantieregeling voor spaartegoeden er hoe dan ook moet komen.
PVV-leider Geert Wilders noemde Rutte 'de ongekroonde koning van Zuid-Europa' vanwege zijn steun aan probleemlanden als Griekenland, Spanje, Portugal en mogelijk Cyprus.
In een bankunie voeren twee of meer landen een gezamenlijk beleid ten aanzien van banken. De banken in de betrokken landen dienen aan dezelfde regelgeving te voldoen, staan onder gezamenlijk toezicht en hebben gezamenlijke garantiestelsels als de banken in de problemen komen