door
Jeroen Langelaar
6 aug 2012
D66'er Pia Dijkstra kwam met voorkeurstemmen in de Kamer
Bij de Tweede Kamerverkiezingen spelen voorkeurstemmen een steeds grotere rol. Vooral hooggeplaatste vrouwelijke kandidaten profiteren daarvan.
Dat blijkt uit onderzoek van politicologen Rudy Andeweg en Joop van Holsteyn.
In 1946 was 3 procent van de uitgebrachte stemmen een voorkeurstem, tegen 10 procent in de jaren zeventig. Nu is meer dat gestegen tot meer dan een kwart.
Allochtonen
Uit het onderzoek van Andeweg en Van Holsteyn blijkt dat vooral hooggeplaatste vrouwelijke kandidaten profiteren van de voorkeurstemmen. Voor allochtone kandidaten geldt dit minder. Vanaf positie acht neemt het aantal voorkeurstemmen snel af.
Pia Dijkstra stond bij de vorige verkiezingen op plaats dertien van de D66-lijst, maar haalde genoeg voorkeurstemmen om de nummer van tien van de lijst te verdringen en een Kamerzetel te behalen.
Het bekendste voorbeeld komt uit 2006, toen de nummer twee van de VVD, Rita Verdonk, meer stemmen kreeg dan lijsttrekker Mark Rutte.
Linkse partijen stevenen af op een flinke meerderheid in de Tweede Kamer na de verkiezingen van 12 september. De VVD is weliswaar op weg wederom de grootste partij te worden, maar andere rechtse partijen blijven achter.
Linkse meerderheid na verkiezingen lijkt onvermijdelijk