Sigaren

Sigaren

Een overzicht van de beste sigarenwinkels. En tips voor het roken van sigaren. Waar nog wel mag worden gerookt (lijst met vrijplaatsen). En: boeken en websites.

VorigeTerug naar dossierVolgende

Artikel

Stijl

Cuba: Bezoek aan de kraamkamer van de cohiba

door Rik Kuethe 18 apr 2008

Cuba: Bezoek aan de kraamkamer van de cohiba

De havanna geldt als de champagne onder de sigaren. Zacht en veerkrachtig, met een oogstrelend dekblad, wordt hij door een staatsbedrijf handgemaakt geleverd in 33 merken en 12 standaardformaten. De Pinar del Rio is het gebied op Cuba waar de beroemdste tabak vandaan komt: het 'Mekka van de sigaar'.

Wie bij zonsondergang op de kam van de Guanahacabibes gaat zitten, kan het fluisteren van de zon horen op het moment dat hij de zee raakt, vertellen oude mensen aan de westkust van Cuba.

Verder landinwaarts ligt Viñales, een schilderachtig dorp onder een drom heuvels boven de tabaksplantages. Dit gebied, Pinar del Rio, wordt vaak het 'Mekka van de sigaar’ genoemd. Nergens ter wereld is het blad van de tabaksplant zo geschikt voor het maken van longfillers, met de hand vervaardigde havanna’s. Hier komt de tabak vandaan voor beroemde merken als Partagás, Cohiba, Hoyo de Monterrey, Romeo y Julieta, Montecristo, H.Upmann en Bolivar.

Welriekende rook
Van de Britse schrijver Evelyn Waugh is de uitspraak dat de meest futiele en rampzalige dag achteraf welbesteed lijkt te zijn wanneer je hem de revue laat passeren achter een waas blauwe en welriekende rook van een havanna. Om dit mogelijk te maken werken de tabaksplanters in Pinar del Rio zich in het zweet. Slechts een kwart van het areaal is goed genoeg om tot de Vegas Finas de Primera te kunnen worden gerekend: de vruchtbare percelen die de tabak voor de havanna leveren.

Voor het maken van zo’n sigaar heb je vijf delen van het blad nodig. Voor het dekblad wordt een afzonderlijke plant geteeld onder netten van mousseline ter bescherming tegen de zon. Hierdoor lijkt het alsof de plantage een enorme slaapmuts over het hoofd heeft getrokken.

Als de tabaksbladen, blad voor blad, met de hand zijn geplukt, volgt een lang proces van fermentatie en sortering. Daarbij gaan de bladeren steeds meer op geschriften uit de Egyptische oudheid lijken. Net zoals later in de fabriek komt er geen machine aan te pas.

Fabriek
Zo’n fabriek is El Laguito in een lommerrijke buitenwijk van de Cubaanse hoofdstad Havana, gehuisvest in een oud gebouw uit de koloniale tijd dat zo als decor voor de opera Carmen kan dienen. Dit is de kraamkamer van de Cohiba. Oscar Hernandez, de manager, is een energieke man van 40 jaar. Zijn kantoor wordt bewaakt door kolonel Carlos Tamayo, een met medailles overladen superveteraan die nog samen met Che Guevara in Bolivia heeft gevochten.

Hernandez vermeldt dat de fabriek driehonderd employés telt, vrijwel allemaal vrouwen. Het loon ligt relatief hoog. Daarom zijn de banen, die dikwijls van moeder op dochter overgaan (de fabriek heeft haar eigen school), zeer gewild. Wie boven de norm presteert, krijgt extra geld. Bovendien mag elke arbeidster dagelijks drie sigaren mee naar huis nemen. Bijna altijd verkoopt ze die, wat een aanzienlijke bijverdienste betekent.

De belangrijkste functie is die van vermenger. Die zorgt ervoor dat de tabaksbladen zo worden samengevoegd dat de karakteristieken van een bepaald formaat sigaar (vitola) jaar in jaar uit hetzelfde blijven. Zo dient het Volado-blad om de sigaar goed te doen branden. Het Seco-blad zorgt voor het aroma en het Ligero-blad voor de stevigheid.

Bandje aanbrengen
Een van de laatste dingen die de sigaar op zijn lange weg naar de asbak van de roker moet ondergaan, is het ringen, het aanbrengen van het bandje. Het sigarenbandje werd omstreeks 1860 voor het eerst gebruikt door de Duitse plantagebezitter Gustavo Bock. Volgens de overlevering deed hij dat om de witte handschoenen van zijn verfijnde clientèle tegen het vuil te beschermen. Het bandje groeide uit tot het meest populaire symbool van de havanna – zeker voor de verzamelaar – en wordt nog altijd ijverig nagemaakt door malafide concurrenten. De anilladora in de fabriek zorgt ervoor dat ze elk bandje op precies dezelfde plaats op de sigaar aanbrengt.

In het ruime trappenhuis van El Laguito staat de lessenaar van de lector, de voorlezer uit kranten en bladen. Elke sigarenfabriek in Cuba kent het instituut van de lector, dat van lang voor de revolutie van 1959 stamt. Het is sterk omstreden geweest. Sommige verlichte directeuren zagen hier een mooie kans hun werkvolk te verheffen. Maar bazen uit de oude doos vreesden dat hoe geletterder hun arbeiders dreigden te raken, hoe meer noten zij op hun zang zouden krijgen. Vaak verbood de directie daarom dat er werd voorgelezen.

Voorlezen
Niet dat de arbeiders tegenwoordig de inhoud van de leesportefeuille zelf kunnen bepalen. Toch is de situatie wel wat verbeterd. Naast de oersaaie en leugenachtige communistische partijkrant Gramma en de niet langer meeslepende geschriften van José Marti, de vader des vaderlands, komt tegenwoordig soms boeiender lectuur aan bod. Zoals romans. En wanneer een groep buitenlanders een fabriek bezoekt, gebeurt het dat de voorlezer waarschuwt tegen aids en ander onheil dat vreemdelingen met zich dragen.

De productie van alle tabakswaren in Cuba, waaronder de longfillers, is in handen van Tabacuba. Het bedrijf is volledig eigendom van de Cubaanse staat. De wereldwijde verkoop en marketing van longfillers, ofwel Habanos, is in handen van Habanos SA; een jointventure tussen de Cubaanse staat en het Spaans-Franse tabaksconcern Altadis SA, die zes jaar geleden tot stand kwam. De tweehoofdige leiding, Oscar Basulto en Buenaventura Jiménez, is ook Cubaans-Spaans. Het afgelopen jaar is voor Habanos zeer succesvol geweest. De importeur-distributeur voor de Benelux (Cubacigar NV) staat sinds 1 november 2005 onder leiding van de Nederlander Tony Hoevenaars, en is gevestigd in Overijse (België). Mensen uit de branche in Nederland weten te vertellen dat Hoevenaars erin is geslaagd om in die korte tijd de resultaten van de nogal zieltogende vertegenwoordiging aanzienlijk te verbeteren.

Verschillende sigarenmerken hebben een revolutionair tintje. Zo lanceerde de Spaanse industrieel José Rocha, die in Havana woonde, in 1901 de Bolivar, genoemd naar de Latijns-Amerikaanse vrijheidsheld Simón Bolívar (1783-1830). Pas toen Bolivar in de jaren veertig van de vorige eeuw werd opgekocht door de familie Partagás ontwikkelde het zich tot een sterk merk.

Churchill
In 1895 verbleef de jonge Winston Churchill op Cuba, waar hij een week lang voornamelijk op sinaasappelen en sigaren leefde. 'Sindsdien waren Cubaanse sigaar en Churchill synoniem,’ schreef een van zijn biografen. Zijn favoriete merken waren Romeo y Julieta en het inmiddels in rook vervlogen Aroma de Cuba. Churchill rookte en kauwde acht tot tien sigaren per dag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liet hij een vliegenierspak maken met een gat in het zuurstofmasker zodat hij rustig door kon roken tijdens de vlucht.

Romeo y Julieta is een van de meest geliefde merken onder de havanna’s. Het merk werd in 1876 geregistreerd door de Spanjaard Inocencio Alvarez. De tabak komt tot op de dag van vandaag uit de Vuelta Abajo in de provincie Pinar del Rio. Al spoedig kwamen merk en fabriek in handen van een andere Spanjaard, die als Don Pepin bekend stond. Don Pepin was gefascineerd door de liefdesgeschiedenis achter zijn merk. Dat was trouwens ook het favoriete verhaal van zijn arbeiders, aan wie het door de lector werd voorgelezen. Don Pepin ging zelfs zo ver dat hij naar Verona reisde met de bedoeling het balkon van het huis van de Capulets, waar de geliefden in het geheim samenkwamen, te kopen. Daar kwam niets van terecht. Niet gauw uit het veld geslagen, liet Don Pepin een replica van het balkon bouwen boven de ingang van de toenmalige fabriek.

Bij het tweede bezoek dat Winston Churchill in 1946 aan Cuba bracht, lanceerde het huis Romeo y Julieta een naar hem vernoemde sigaar: de Romeo y Julieta Churchill. Op het achtste festival van de havanna, dat van 27 februari tot en met 3 maart van dit jaar in de stad Havana werd gehouden, werd de Short Churchill, een nieuwe variant (formaat: Robusto) van het merk Romeo y Julieta, ten doop gehouden.

Cohiba
Een belangrijke nieuwkomer, slechts 40 jaar oud, is de Cohiba. Vanaf 1966 werd die sigaar exclusief voor president Fidel Castro gemaakt. Tien jaar eerder hadden Castro, Camilo Cienfuegos en Ernesto Che Guevara als rebellenleiders in de bergen van de Sierra Maestra aan bijna alles gebrek gehad, behalve aan sigaren. Dat waren echter geen uitgelezen merken geweest.

De geschiedenis van de Cohiba is tamelijk mistig. Sommigen zeggen dat hij op initiatief van Che Guevara het licht heeft gezien. Een andere theorie luidt dat een van Castro’s lijfwachten hem een sigaar zonder bandje cadeau had gedaan, die gerold was door een zekere Avelino Lara (weer anderen spreken van Eduardo Rivera). Volgens dit verhaal vond Castro die sigaar zo lekker dat hij zelf met de maker in contact was getreden. Hoe dat ook zij, sinds 1992 is de Cohiba voor algemeen gebruik op de markt. Als bijzonderheid geldt dat het blad driemaal in plaats van de gebruikelijke twee keer in fusten van eikenhout wordt gefermenteerd.

Fidel Castro werd lange tijd minstens even sterk met een sigaar geassocieerd als Winston Churchill. Fidel hield echter een jaar of twintig geleden, toen hij een anti-rookcampagne gelanceerd had, pardoes op met roken. Aan het blad Cigar Aficionado vertelde hij dat hij op zijn 15de begonnen was. Toen de verslaggever betwijfelde of hij werkelijk helemaal gestopt was met het savoureren van zijn favoriete sigaar, de Corona van Cohiba, herinnerde Fidel hem eraan dat hij in zijn positie om te roken medeplichtigen nodig zou hebben. Iemand die de sigaren voor hem kocht en iemand die de as zou verbergen. Hij wilde niet dat er op zijn minst twee mensen zouden zijn die wisten dat hij de rest van de wereld voor de gek hield, daarom was hij definitief gestopt en nam zelfs nooit meer een paar trekjes. Toch bleef hij apetrots op de Cubaanse sigaar. 'Niet-rokers hebben geen idee hoeveel hard werk en passie er te pas komt aan het telen van tabak en het maken van sigaren.’

Verfijnd genot
De havanna is de champagne onder de sigaren. Hij is rijk van aroma, stevig en elegant tegelijk. Hij verschaft zijn roker een verfijnd genot zonder van zijn verhemelte een wasbord te maken. Wanneer je er na het avondeten eentje gerookt hebt, al dan niet omspoeld met een glaasje rum, word je de volgende morgen gegarandeerd niet wakker met hoofdpijn of met de smaak van gecremeerde hond in je mond.

Er zijn 33 verschillende merken, die in twaalf standaardformaten (vitolas) worden geleverd, zoals de Corona, de Prominente of de Robusto. De juiste keuze maken is belangrijk. Het dekblad moet het oog strelen. Wat de kleur betreft kan men voor Claro (licht) kiezen of voor Maduro, een donkerder bladsoort. Er hoort een glans over het blad te liggen. Van een enkel wit of groen vlekje hoeft niemand te schrikken. Het zijn taches de beauté, door Moeder Natuur op een onbewaakt ogenblik tijdens het wordingsproces aangebracht. Ze beïnvloeden de smaak niet.

De sigaar dient zachtjes tussen duim en wijsvinger genomen te worden. Hij moet stevig en veerkrachtig aanvoelen. Novieten wordt aangeraden te beginnen met het formaat Mareva, een kleine Corona. Voor de gevorderde roker geldt dat hij bij het bepalen van zijn keuze het beste kan uitgaan van de tijd die hij tot zijn beschikking heeft. De torcedoras die de tabaksbladen tot een sigaar rollen, zorgen ervoor dat de smaak sterker wordt naarmate het einde in zicht komt. Dat einde dient trouwens nooit helemaal te worden opgerookt.

Of ze er nooit tabak van krijgt? Van dat eeuwige rollen van sigaren onder hoge druk? In de fabriek van Partagás waar ze als in een grote klas losse tabaksbladen tot een eenheid smeedt, begrijpt Yanellis (21) de vraag eerst niet. Ze wijst naar haar buurvrouw die met een zwarte stomp sigaar in de mond verlegen doorwerkt. Alleen al vanwege die schat naast haar staat het werk haar nooit tegen, zegt ze. Overigens is het verhaal dat jonge torcedoras in Cuba de sigaren over hun dijen rollen een fabeltje.

Megasigaar
Niets in Havana is zo aangenaam als om tegen de avond op de muur langs de Malecón, de grote boulevard langs zee, te zitten en je voeten in de richting van het water te laten bungelen. Vervolgens steek je een havanna op. Vanwege de wind valt dat meestal niet eens mee. En 120 kilometer verderop ligt Miami. Het is nauwelijks voor te stellen wat zich hier allemaal heeft afgespeeld sinds de tijd dat Ernest Hemingway zijn The Old Man and the Sea schreef (1952).

De sigaar kan, net als de kaars, als een symbool van groot altruïsme worden beschouwd. Het moment van hun grootste glorie betalen sigaar en kaars immers met de prijs van hun leven. In het laatste geval gaat het om opbranden om een ander daardoor te verlichten. De eerste laat zich in de as leggen, brandend van verlangen om de roker naar de zevende hemel te voeren.

Tijdens het Festival in Havana kreeg José Castelar Cairo, roepnaam Cueto, een certificaat uitgereikt dat hem voor de derde keer achtereen erkent als wereldrecordhouder in het maken van de langste sigaar: een toren van 20,4 meter. Dit wapenfeit is opgenomen in het Guinness Book of World Records. Op 18 april 2001 had Cueto al een sigaar van 11 meter gefabriceerd. Opgejaagd door een rivaal uit Puerto Rico wist hij in vier jaar tijd de lengte van zijn megasigaar te verdubbelen.

Dit wereldwonder krijgt net zoveel zorg als het gebalsemde lichaam van Lenin op het Rode Plein. Hij wordt in een humedor bewaard bij een temperatuur van 17 graden Celsius en een relatieve vochtigheid van 60 procent. De meeste sigaren hebben niet zoveel kapsones.

Dagelijks genieten van een havanna staat haaks op de jachtige en slordige tijdgeest. Daarom alleen al valt het zo aan te raden. Evelyn Waugh had gelijk. Wie met bedachtzame trekken vanachter de blauwe rook zijn dag nog eens overziet, kan slechts tot de conclusie komen dat hij door de genade van de longfiller tussen zijn lippen bij de strijd om het bestaan weer aan het langste einde trekt.

 

Interview met Alejandro Robaina (87), keizer van de sigaar en de enige nog levende mens ter wereld naar wie een havanna is vernoemd

Alexander de Grote de Tweede wordt hij ook wel genoemd. Niemand die meer afweet van de Cubaanse longfiller dan Alejandro Robaina, de enige nog levende mens naar wie een sigaar werd vernoemd. Robaina (87) heeft kortgeknipt grijs haar en een ondeugende oogopslag. De lijnen op zijn gegroefde gezicht lijken verdacht veel op de kerven in een tabaksblad.

Elsevier: Hoeveel sigaren per dag rookt u en wanneer bent u ermee begonnen?
Robaina: 'Ik rook er een stuk of vier per dag, het liefst Partagás. Of mijn “eigen merk”: Vegas Robaina. Ik ben op mijn 10de met roken begonnen.’

Elsevier: Van wie hebt u de liefde voor de tabak?
Robaina: 'Van mijn vader, die was ook planter, net als mijn grootvader. Mijn vader bracht mij de liefde voor de aarde bij. Als je die niet hebt, zul je nooit slagen. Het eerste wat je als tabaksproducent moet doen, is het koesteren van de aarde en dan zul je de vruchten ontvangen waarvan je kunt leven.’

Elsevier: Is president Fidel Castro wel eens bij u op bezoek geweest, en vindt u het jammer dat hij gestopt is met roken?
Robaina: 'Nee, hij is nooit bij mij langs geweest, maar wij hebben wel vaak samen over de tabaksteelt gesproken. Ik betreur het wel een beetje dat Fidel niet meer rookt, maar dat moet hij natuurlijk zelf weten.’

Elsevier: Maakt u zich zorgen over het huidige anti-rookklimaat in de wereld?
Robaina: 'Nee niet echt, er zullen altijd sigaren worden gerookt. Die zijn veel gezonder dan drugs. Je kunt de mens toch niet alles afnemen.’

Dit artikel verscheen eerder in weekblad Elsevier van 8 juli 2006

Tags

zie ook

0 reacties