door
Ingrid Pronk
30 okt 2012
Het populisme regeert. Dus zichtbaar meer blauw op straat, maar ook meer blauw in het museum is gewenst. Het Delfts Museum Het Prinsenhof heeft de strikte opdracht om vooral blauw te worden.
Deze charmante locatie, u weet wel waar Willem van Oranje zijn noodlottige ontmoeting met Balthasar Gerards had, moet vooral Delfts Blauw als Delfts erfgoed gaan eren en tonen. Overigens is de Vader des Vaderlands-moord er ook verkrijgbaar als kleurplaat.
Verstandige prelude
Voor dat er een permanente opstelling komt, wordt er tot 1 september 2013 goed geoefend met de tentoonstelling ‘Delfts Blauw, Kunst of Kitsch’.
‘Kunst of Kitsch’ is voor bezoekers een aantrekkelijke en amusante expo en voor de museumleiding een verstandige prelude om straks tot een weloverwogen blijvende opstelling te komen. Het Prinsenhof toont namelijk voortreffelijk aan dat Delfts Blauw een fantastisch fenomeen is, maar dat de drang tot Delfts decoreren ook snel uit de hand loopt en doorslaat tot wansmaak.
Braaf hebben de conservatoren nu een Delfts Blauwe wc-borstel, KLM-huisjes, kussende Dutch Dolls (blauw boertje kust blauw vrouwtje) naast oude en nieuwe Delfts Blauwe topstukken gezet. En dat werkt sterk nivellerend: de kunst wordt er kitscherig van en de kitsch krijgt bijna allure. Het totaal effect van al dat blauw stemt wel blij.
Kaagman onttrut
Tussen de blauwwitte kitsch en de witblauwe kunst is er ook nog ruimte om serieuze of speelse vormgevers, die gegrepen zijn door het Delfts Blauw-virus, te exposeren. Er hangen panelen van Hugo Kaagman, de kunstenaar die al bijna 20 jaar op verrassende wijze het Delfts Blauw weet te ‘onttrutten’, maar het ook opnieuw in de huiselijke kring bracht.
Zijn herkenbaar werk werkt geweldig als het groot en liefst contrasterend toegepast is op gebouw, schutting, vlieghaven of in interieur. Maar ook op kleingoed en servies (de Hema bracht ooit geweldige Kaagman-mokken uit en zou dat opnieuw moeten doen) is zijn stijl doeltreffend contrastrijk.
Keramieksteden wisselen uit
Kaagman blijkt ook goed op kleren te werken. Speciaal voor een culturele uitwisseling tussen keramieksteden Delft en het Chinese Jingdezhen, waar hij en zijn werk onderdeel van uitmaakte, decoreerde hij enkele Mao-jasjes in aantrekkelijk Kaagmans Blauw. Net terug uit Jingdezhen gaf hij de laatste vrijdagavond van oktober voorafgaand aan de opening van de Delft Blauw-expo en de Delftse Museumnacht een speech en een mini-modeshow.
Van alle openingswoorden bijeen viel te leren dat we ons nationale trots, het Delfts Blauw, danken aan schaamteloos jatwerk. Het kapen van twee Portugese schepen vol Aziatisch aardewerk vormde namelijk het begin van dit Delfts erfgoed.
Identiteit
Kaagmans blauwwit gedessineerde kleren werden op de catwalk gevolgd door een zevental ontwerpen in het kader van ‘Delft Blue & Dutch Identity in Fashion’.
Voor deze ontwerpwedstrijd annex modeshow hadden negen relatief onbekende ontwerpers (onder hen twee maal een duo) zich geïnspireerd op het bekende blauwe porselein.
De show zou tijdens de museumnacht nog drie maal worden gelopen zodat naast de vakjury ook veel publiek mee kon stemmen op de beste outfit die zowel Delfts Blauw als de Nederlandse Identiteit uitdrukte.
Jurk als vaas
Geen makkelijke opdracht, want behalve de overbekende kleurcombinatie dankt het Delfts keramiek zijn charme aan een zeer breed scala van decoratiemotieven op de meest uiteenlopende voorwerpen.
Rachid Assoui klemde zich vrij letterlijk vast aan een vaasvorm. Dat leverde een meer grappige, dan indrukwekkende jurk, plus de twijfel of hij dat wel zo frivool bedoeld had.
Het duo Corsage imiteerde porselein op een meer soepele wijze met stevig textiel en combineerde dit weer met een hard masker voor het gezicht en harde decoraties pontificaal op de witte jurk.
Hendrickje Schimmel ging ter inspiratie via internet op zoek naar eigentijdse beelden, maar verwerkte die tot een creatie die wel erg de oude Fong Leng in herinnering bracht.
Het damesduo Soepboer & Stoker maakte van enorme witte vierkanten met blauwe tegelrandmotieven een indrukwekkende jurk.
Hilda Wijhoud dreef zeer geslaagd juist verder af van de inspiratiebron door onder een giga-hoed een bolle, donkere jas te tonen die was tegengevoerd met een gedessineerde stof. Van dat grafische dessin had ze ook het pakje onder de jas en de onderzijde van de hoed gemaakt.
Uiteindelijk vielen de duo’s in de prijzen. Soepboer & Stoker bleken de publiekslievelingen, de heren achter Corsage kregen de eerste prijs van de vakjury. De winnende ontwerpen staan nu ook op de blauwwitte expo.