Na zijn bezoek aan de modeweken in New York en Milaan blogt John de Greef nu vanuit Parijs over de modeshows. Daar wordt deze week de vrouwenmode voor zomer 2013 gepresenteerd.
Een stralende zon boven een knalblauwe lucht maakte het afgelopen weekend vol modeshows in Parijs extra aangenaam. Shows met zoveel afwisselende visies en beelden. Zoals die van Gaultier, die oude popsterren, van ABBA tot Michael Jackson, op de catwalk modieus tot leven bracht.
Bij de zeer geslaagde Givenchy-show draaide het om de strenge habijt van de non. Maar dan wel een liegende non die niet van armoe of kuisheid wil weten.
Gaultier blijft zichzelf
Natuurlijk, zo'n show, vol modellen in kleding in de herkenbare stijl van beroemde popmuzikanten uit de jaren 80, die Jean Paul Gaultier zaterdagavond gaf, is aanstekelijk vrolijk.
Maar hij mist toch de relevantie van Gaultier's mode en zijn hilarische, overbevolkte presentaties van de jaren tachtig (inclusief eind 70's en begin 90's). Wel dol, niet meer driest, om even in ouderwetse taal te spreken.
Maar de recente Gaultier-show was echt hoogst aangenaam, inclusief een mini-optreden aan het einde van de aantrekkelijke, bijna bejaarde Amanda Lear in een roze Bunny-pakje.
De wijze waarop de ontwerper zichzelf na zo 25 à 30 jaar herhaalde was geslaagd. Vooral omdat sommige van zijn nieuwe ontwerpen zeker actueel waren. Maar de nostalgie won. Echt fris modieus wilde het geheel niet worden.
Nostalgisch zwelgen
Was wel lekker zwelgen in die nostalgie. Ach, toen vrouwen in mannenkleren en mannen in vrouwelijke outfits nog zo prettig prikkelden en fijn opwindend verbaasden. Toen de sexy punt-bh's nog nooit zo brutaal op de catwalk en later op de bühne en op de borsten van Madonna hadden gepriemd.
Toen Gaultier zo 'hot' was dat ik brieven en telefoontjes kreeg met het verzoek of ik zijn naam niet wat minder kon noemen in mijn kolommen. Toen Gaultier modegod #1 was. Maar ja, dat was wel een kwart eeuw geleden.
We kunnen in februari allemaal weer zien waarom hij zo goede ontwerper was en is, als de grote Gaultier-expo in de Rotterdamse Kunsthal komt.
Oude sterren
Het is met de Gaultier-stijl gegaan als met het uiterlijk van Annie Lennox, Culture Club's Boy George en Madonna (nu als stijliconen in de Gaultier-show) dat eerst wereldwijd opzien baarde, daarna navolging kreeg en uiteindelijk sluimerend voortleeft.
Het zijn slechts 50+s die echte heimwee kunnen krijgen naar het opstandige haar en de duidelijke oogmake-up van David Bowie in zijn gehaakte bodysuit of de mannelijke Annie Lennox in pak of de gekorserteerde Madonna en de warrige, wandelende wasmand die Boy George heette.
Voor de modellen verkleed als sterren van toen, hing Gaultier discobollen op, besprenkelde de catwalk met stardust en wist tussen de pop-outfits opvallend prettige actuele kleren te presenteren en trends van nu te verwerken zoals M/V-elementen in één pak en kimono-variaties en Oosterse bloesemdessins.
Kenzo opgefrist
De oorspronkelijke Kenzo heeft moeite gedaan om terug te keren bij zijn naamdragend label dat hij in 1999 verliet om wereldreizen te maken. Tevergeefs. En maar goed ook, want jezelf echt glanzend heruitvinden op hogere leeftijd (Kenzo Takada is 73) is meestal een zielloos project, zeker als je een paar jaar uit de mode bent geweest.
Meerdere ontwerpers hebben daarna in Kenzo's geest geprobeerd het merk (oorspronkelijk 'Jungle Jap' geheten), dat vooral in de jaren zeventig en beginjaren tachtig hét nieuwe en vrolijke confectiemerk was, nieuw elan te geven. De Sardijn Antonio Marras probeerde het lang met zwaarmoedige romantiek die blijkbaar niet werkte.
En plots slaagt het twee jaar geleden aangetreden ontwerpduo Humbert Leon en Carol Lim erin om Kenzo weer populair te maken bij een jongere groep. En zonder veel ingewikkeld design. Wel door het optimisme en de levendigheid van het oorpsronkelijke merk samen met de typische Kenzo-stijl uit de jaren zeventig te vertalen naar nu.
De geborduurde Kenzo sweatshirts met merknaam en olijke tijgerkop prominent op de borst zijn deze herfst ontzettend 'hot' als bestseller. Dus veel gedrang zondagochtend vroeg bij de Kenzo-show, gehouden in een judocentrum tegen de Parijse pėriphėrique aan.
Exotische jungle
De presentatie toonde dat een jonge visie op een merk en een stijl uit de jaren tachtig wel werkt als de juiste keuzes worden gemaakt. Kenzo's Leon en Lim maakte een niet-pretentieuze collectie met veel casual katoen in een bonte safari- en exotische junglestijl. Ze schroomden niet om flink wat harde kleuren (knaloranje en junglegroen), tropische dessins en uitvergrote pantervlekpatronen veelvuldig te gebruiken.
Vloeibaar suède
De tijd dat Gaultier ook de collectie van Hermès ontwierp, leverde beslist niet de meest eigentijdse mode op, maar wel vaak uitgelaten presentaties met een overduidelijk thema.
De zomershow van de huidige Hermès-vrouwenmode-ontwerper, Christophe Lemaire, onderscheidde zich niet door de presentatie zelf, of door stijlvastheid.Gewoon modellen met soms een te grote afstand van elkaar die door de witte gangen en zalen van het Jeu de Paume-museum stapten op nogal bedenkelijk serieuze puntschoenen met zware sleehak.
Subliem uitgevoerde kledingstukken, zoals een ruime tuniek in pauwblauw suède, dat bijna vloeibaar leek, werden afgewisseld met moeizaam te loven kleren, zoals een witte verpleegstersjurkje met mini-pelerine.
Naast dergelijke uni-kleurige ontwerpen, toonden andere, soms nogal hoekige en harde kleren juist weer veelkleurige grafische vlakverdelingen of drukke geometrische dessins. Zijden sjaalstoffen leverden daarnaast sierlijke, typisch Hermès-kleding in ultieme souplesse op. Van alles wat. En dat helpt zo mooi label met onnavolgbaar solide handwerk als Hermès niet aan een duidelijk imago.
XXXL-Hermès-tassen
De collectie, met heel veel korte shorts, miste beslist de coherentie die Lemaire hiervoor nog wel toonde. Niet heel erg, want wat straks per stuk in de winkel hangt, zal de verwende klant best behagen. Maar dat zullen niet alle stuks zijn die getoond werden, zoals de overdaad aan micro-broekjes.
De vele shortjes, die werden getoond, zouden zonder moeite in de nieuwe XXXL-Hermès-variant op de beroemde Birkinbag passen. Of was het de Kelly? - zoveel verschillen beide befaamde en begeerde damestassen niet.
Voor wie niet zo iets groots aan de hand wil hebben, kan uitkijken naar de Hermès-rugzak, die ook meeliep in de show. Fors en onverwacht elegant tegelijk.
Het weekend vol shows sloot zondagavond af met Givenchy, waar ontwerper Riccardo Tisci zich met veel succes nooit heel veel heeft aangetrokken van de archieven van het oude modehuis, opgericht door Hubert de Givenchy(85). En terecht. Hoeveel Audrey Hepburn in Breakfast at Tiffany's-jurkjes kun je maken?
Nonnenhabijt en kerkorgel
Tisci was dit keer wel te rade gegaan bij de oude Givenchy-couture uit de jaren zestig. Daarnaast koos hij ter inspiratie voor het werk van de veelzijdige designer Carlo Mollino en het strenge nonnenhabijt.
Vooral het laatste was sterk herkenbaar in de sophisticated couture-achtige, geslaagde collectie. Daarbij had de non als muze, met een streng knotje op het hoofd, zo te zien zowel haar armoede-gelofte als haar kuisheid opgeofferd aan prachtige, kostbare zijde en transparantie. Kortom, een liegende non in zwart en wit en hemelsblauw. Met begeleidende showmuziek uit een kerkorgel.
Tisci varieerde veel en goed op het religieuze uniform. Hij voegde flink veel ruches en volants (de bredere zusjes van het ruchje) toe, glimmend metalen clips, kettingen en halsbanden (als reli-boorden) en bracht spanning door sterke asymmetrische effecten, als ėėn arm bekleed, eentje bloot.
Alles bijeen een helder beeld vol spanning en in meerdere lagen.