door
Administrator
28 okt 2004
Waar in huis hangt u welke lamp op? Licht moet in elk geval daar zijn waar er behoefte aan is. En ook met een tl-lamp is uw huis heel gezellig te maken. Voordat de verlichtingsbehoefte in kaart kan worden gebracht, is het goed om te weten wat er nu precies bestaat aan licht en wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende mogelijkheden.
Een kleine steekproef: inventariseer hoe vaak in huizen een plafonnière midden in het plafond van de woonkamer zit met recht daaronder de salontafel. Geheid een scoringspercentage van 90. Aardig is om ook na te gaan hoe vaak die plafonnière aangaat. Waarschijnlijk een keer op jaarbasis; bij fanatieke handwerkers misschien wat vaker.
Veel mensen denken vanuit de aanwezige lichtpunten. Daar moet dan een lamp komen, het liefst met een tafel eronder. Ze concentreren zich op wat ze een mooie lamp vinden, terwijl dat bij professioneel lichtadvies de laatste stap is.

Lichtadviseurs pluizen het persoonlijke leven
van hun klanten helemaal uit om
optimaal lichtadvies te kunnen geven
Soorten licht
Het bekendste onderscheid is dat in dag- en kunstlicht. En dat daglicht, daar hebben we niet zoveel van. 's Avonds is het er niet, 's winters zelfs al na drieën niet meer. En dat zijn nu net de uren dat de bewoner het meeste thuis is. Verlichtingsadviseurs gaan bij het maken van lichtplannen dan ook uit van een pikdonkere situatie, waarin alleen kunstlicht verandering kan brengen.
Kunstlicht valt uiteen in drie categorieën: direct, indirect en diffuus.
Direct licht schijnt rechtstreeks op een bepaalde plek. Dat geeft een duidelijke lichtvlek, maar ook harde schaduwen. Een huis met alleen direct licht is ontzettend belastend voor de ogen: die moeten zich steeds aanpassen aan licht en donker.
Dan het indirecte licht; hierbij wordt licht weerkaatst via bijvoorbeeld het plafond of de muur. Het licht verspreidt zich, wordt zachter en geeft daardoor zachtere schaduwen. Indirect licht heeft als nadeel dat het duurder is in gebruik. Het licht wordt immers weerkaatst en daardoor is meer energie nodig. Voordeel is wel dat het licht over een groter oppervlakte terugkomt.
Bij diffuus licht, tot slot, wordt het licht verstrooid door een scherm of bol. In de praktijk kan een lamp meer lichtsoorten bevatten. Een lamp boven een eettafel bijvoorbeeld geeft naar beneden direct licht en diffuus licht via de kap.
Lichtbronnen
Licht ontstaat door verbranding of gasontlading. In gloei- en halogeenlampen (officieel gloei- en halogeenlichtbronnen) zitten gloeidraadjes die opgloeien en daardoor licht geven. Tl-buizen en spaarlampen (in feite opgevouwen tl-buizen) geven licht door gasontlading. Tl-verlichting wordt nogal eens gezien als ongezellig. Deze reputatie komt doordat vroegere tl-balken kleuren niet goed weergaven. Tegenwoordig zijn er buizen die tot 98 procent van de kleuren goed weergeven. Voor het menselijk oog is een weergave van 90 procent overigens al perfect.
Tl-verlichting is in elk geval stukken voordeliger. Gloei- en halogeenlampen zijn slechte energieomzetters; ze gebruiken het grootste deel van de energie voor verwarming en niet voor verlichting. Tl-balken daarentegen worden niet warm en geven daarom zes à zeven keer zoveel licht. Ze gaan bovendien tien keer langer mee. Nadeel is dat ze duurder zijn in aanschaf en dat er niet eenvoudig, zeker niet na installatie, dimmers op kunnen worden gezet. En hoewel er tegenwoordig heel smalle (6 millimeter doorsnee) en kleine tl-buizen te krijgen zijn: een puntvormige lichtvlek krijg je er nooit mee.
Wat komt waar?
De hamvraag is nu waar in huis welk licht en welke lichtbron toe te passen. Zoals gezegd: licht moet daar zijn waar er behoefte aan is. Lichtadviseurs pluizen het persoonlijke leven van hun klanten helemaal uit.
Wat voor hobby's hebben ze? Houden ze van lezen of juist van muziek luisteren? Voor dat laatste is natuurlijk geen licht nodig, maar wel verlichting bij de geluidsinstallatie om de cd's goed te zien. In bed lezen terwijl de partner ligt te slapen? Dan is alleen indirect licht in de slaapkamer geen optie, wel een bedlampje met aan een kant een dichte kap.
Niet alleen interesses spelen een rol bij het inventariseren van de lichtbehoefte, ook de leeftijd van de bewoners. Oudere mensen hebben voor dezelfde handelingen meer licht nodig dan jongere mensen. Dimmers zijn daarom altijd een goede investering. Sowieso voor sfeerverandering, maar ook vanwege het ouder worden.
Natuurlijk is het ook van belang hoe het huis er verder uitziet. Een witmarmeren vloer weerkaatst licht veel beter dan donkere vloerbedekking. Daarnaast is het een kwestie van kiezen. Heeft het huis een mooi plafond zijn of een bijzonder kunstwerk, dan kan dat benadrukt worden door het object in het licht te zetten.
Uiteraard spelen ook de aanwezige lichtpunten een rol. In nieuwbouwhuizen is het door de betonnen plafonds vrijwel ondoenlijk om aan deze punten iets te veranderen; in oudere huizen kunnen de plafonds vaak wel worden opengemaakt. Lichtpunten kunnen weliswaar worden verlegd, maar er zijn dan altijd snoeren te zien.
Een verlaagd plafond aanbrengen is een andere mogelijkheid, maar dat is weer kostbaar en vaak zonde als het plafond al niet zo hoog is. Is een huis inderdaad verrijkt met zo'n superongezellige plafonnièrepunt midden in de woonkamer? Zet er dan gewoon een afdekplaatje op.
Verlichtingstips
Breng verlichting aan onder de hangende keukenkastjes. Dat voorkomt werken in de eigen schaduw. Professionele koks werken met goede tl-verlichting.
Om de keuken mooi uit te lichten: plaats licht op de hangende keukenkastjes. Zo schijnt het indirect via het plafond.
De eettafel leent zich bij uitstek voor armatuur dat direct en indirect licht combineert. Direct voor het lezen van de krant, indirect voor het sfeervolle etentje. Zorg dat u oogcontact kunt hebben met de tafelgenoten, niet met de lamp. Let erop dat u er onderdoor kunt kijken, 30 centimeter boven ooghoogte is prima.
Gordijnen aanlichten geeft een mooi effect. In gordijnen zit vaak een parelmoerachtige glans.
De televisie is ook een lichtbron. Is daar geen licht omheen, dan moeten de ogen zich continu aanpassen. Zorg voor een zachte waas van licht bij de televisie.
Meer sfeer? Gebruik kleine hoeveelheden licht en zet die uit elkaar.
Plaats voor een ruimtelijk effect de lampen diagonaal in een vertrek.
Door Anouk Turkenburg
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elsevier Thema Interieur, september 2003