door
Ben Zwirs
5 dec 2007
Palazzo di Pietro, het voormalige woonhuis van de vermoorde politicus Pim Fortuyn, is verkocht. Het pand aan het G.W. Burgerplein in Rotterdam is sinds gisteren in handen van twee nieuwe eigenaren.
Dat hebben de kopers gemeld. De nieuwe eigenaren zijn Hans den Hartog en Marinus van Pommeren. Ze gaan in het huis een assurantie- en adviesbureau vestigen.
Nadat Pim Fortuyn in 2002 was vermoord, verkocht de familie het monumentale pand aan de Haagse vastgoedmagnaat Chris Thunessen. Hij wilde het alleen verkopen als de nieuwe eigenaren niets zouden veranderen aan het woonhuis en de inventaris.
Gerenoveerd
Sinds de dag van de moord werd niets veranderd aan de inrichting van Palazzo di Pietro: zelfs zijn agenda lag nog op tafel. Den Hartog en Van Pommeren beloven dat het pand en de inventaris voor de toekomst bewaard zullen blijven.
De verkoopprijs van het huis is volgens De Telegraaf 1,1 miljoen euro, waarvan ruim 150.000 euro voor de inventaris. Sinds Thunessen het pand eind 2002 kocht voor 760.000 euro is het huis van binnen en van buiten voor tonnen gerenoveerd. De vastgoedhandelaar heeft naar eigen zeggen een paar honderdduizend euro moeten toeleggen op de verkoop.
Geen LPF'ers
De nieuwe eigenaren noemen zich in De Telegraaf geen LPF'ers, maar vanwege respect voor de vermoorde politicus wilden ze zich sterk maken om diens erfenis te behouden. Den Hartog: ‘Het gaat ons niet zozeer om de politieke inhoud, maar veel meer om de markante persoon.’
Fortuyn woonde en werkte in het pand 31 juli 1998 tot 6 mei 2002, de dag waarop de linkse dierenfanaticus Volkert van der Graaf hem vermoordde op het mediapark in Hilversum. De moord was enkele dagen voor de Kamerverkiezingen waarin de LPF uiteindelijk 26 zetels zou binnenhalen.
Naar de homepage