door
Robin van der Kloor
4 mrt 2009
Arie Dijkstra, kersverse adjunct-hoogleraar in Groningen
De kersverse adjunct-hoogleraar sociale psychologie Arie Dijkstra heeft tijdens zijn intreerede beweerd dat alle grote ontdekkingen in de wetenschap al zijn gedaan. Wat nu een revolutie lijkt in de universitaire wereld, is niet meer dan een rimpel in de vijver.
Dijkstra is vandaag aangesteld als adjunct-hoogleraar (voorheen junior-professor) sociale psychologie van gezondheid en ziekte aan de Rijksuniversiteit Groningen.
‘De meeste nieuwe theorieën borduren voort op wat al eerder is vastgesteld,’ aldus Dijkstra.
Schijn bedriegt
Volgens hem is ‘wat een revolutie lijkt binnen de universitaire muren in werkelijkheid en van een afstandje bekeken hooguit een rimpel in de vijver.'
Wie net komt kijken in de wetenschap, kan volgens de adjunct-hoogleraar het idee krijgen dat overal wordt gewerkt aan revolutionaire ontdekkingen.
‘Schijn bedriegt,’ aldus de Groninger. ‘Af en toe wordt er nog een nieuwe techniek uitgevonden, waarmee een stap vooruit kan worden gezet. Maar echt nieuwe inzichten bieden die technieken niet.'
Naïef
Dijkstra denkt dat het einde van echt nieuwe wetenschap in zicht is. ‘Het is naïef om te denken dat ontdekkingen maar door zullen gaan. Het aantal zinvolle beschouwingen is niet oneindig. Menselijke emoties bijvoorbeeld zijn uiteindelijk positief of negatief. Iets voelt goed of iets voelt slecht.'
De Groningse psycholoog vindt het daarom terecht dat de druk op universiteiten toeneemt om maatschappelijk relevant onderzoek te doen. ‘We hebben gedrag jarenlang in laboratoriumsituaties bestudeerd. Werd ons gevraagd gedrag buiten op straat te analyseren, dan vonden we dat eng. Die angst moeten we nu achter ons laten. Waarvoor krijgen we anders zo veel geld?’