door
Annebelle de Bruijn
3 jul 2012
Niet alleen de dinosauriërs die aan vogels verwant waren, hadden veren.
Alle dinosaurussen waren waarschijnlijk op jonge leeftijd bedekt met dons. De ontdekking maakt mogelijk een einde aan het stereotype beeld van de koudbloedige dinosauriër.
Dit ontdekten wetenschappers uit München na de vondst van een 150 miljoen jaar oud fosssiel van een roofdinosauriër in de Duitse plaats Kelheim.
Het was al eerder bekend dat dinosauriërs vroeger veren hadden, maar de Duitse Sciurumimus is de eerste met dons bedekte dinosaurus die niet nauw verwant is aan de vogel.
De wetenschappers hebben onder ultraviolet licht het fossiel van de slechts zeventig centimeter lange roofdinosaurus bestudeerd en vonden veren en huid in plaats van schubben. Het is niet met zekerheid te zeggen of het dons op latere leeftijd alsnog plaatsmaakte voor schubben.
Transformatie
De veren zijn waarschijnlijk niet gebruikt om te vliegen, maar als beschermde laag tegen de kou. Het verenkleed wijst er op dat de dinosauriërs vroeger wellicht warmbloedig waren. Dit betekent dat ze verder waren ontwikkeld dan we tot nu toe hebben aangenomen.
Uit het gebit van de jonge Sciurumimus blijkt daarnaast dat de dieren tijdens hun leven een grote transformatie ondergingen. Een jong at waarschijnlijk vooral insecten en kleine prooien, terwijl volwassenen van grote prooien en zelfs andere flinke dinosaurussen leefden.