economie

Tien feiten over de Nederlandse huizenmarkt

Door Servaas van der Laan - 16 februari 2017

Nu een huis kopen? Of wilt u misschien verkopen? Elsevier zet samen met makelaarsvereniging Dynamis tien feiten over de huizenmarkt van nu op rij.

  1. Aantal transacties blijft stijgen
    In het laatste kwartaal van 2016 werden 67.800 huizen verkocht: een nieuw record. In totaal werden vorig jaar 233.400 huizen (bestaand en nieuwbouw) verkocht, een stijging van 20 procent ten opzichte van 2015.
  2. Drukker dan voor de crisis: In vrijwel alle gemeenten worden nu meer huizen verkocht dan voor de crisis. Dit komt vooral door de inhaalslag van jonge huishoudens en mensen wiens huis lang onder water stond.
  3. Steeds minder huizen: Door het stijgend aantal transacties neemt het woningaanbod in rap tempo af. Er werden in het laatste kwartaal van vorig jaar 21.000 woningen meer verkocht dan erbij kwamen.
  4. Prijs blijft (nog even) stijgen: De krapte is terug te zien in de huizenprijs. Die steeg het laatste kwartaal met 9.3 procent in vergelijking met dezelfde periode in 2015. De mediane verkoopprijs lag op 248.500 euro, nog altijd 2,4 procent onder het prijsniveau van de piek in 2008. De mediane vierkantemeterprijs is 2.292 euro. Dat is 75 euro hoger dan de piek in 2008. Dat komt omdat er nu relatief veel appartementen en andere kleinere huizen verkocht worden.
  5. Krapte in steeds meer regio’s: De krapte geldt niet voor de hele huizenmarkt, maar is wel in steeds meer regio’s zichtbaar. Na de noordvleugel van de Randstad is nu ook de regio Den Haag een krappe markt geworden en Rotterdam volgt naar verwachting in 2017.
  6. Er wordt te weinig gebouwd: Nieuwbouw kan de schaarste voorlopig niet oplossen. Vorig jaar zijn er 57.000 nieuwbouwvergunningen uitgegeven, terwijl er volgend jaar 72.000 huishoudens bijkomen.
  7. Waar vraag is, wordt niet gebouwd, waar geen vraag is juist wel: Er moet worden bijgebouwd, maar wel met verstand. In krappe regio’s met veel vraag naar huizen worden relatief minder bouwvergunningen aangevraagd dan in ruime regio’s met minder vraag. Dat zou precies andersom moeten zijn.
  8. Er zijn eigenlijk drie huizenmarkten: In vergelijking met het topjaar voor de crisis kan de huidige huizenmarkt worden verdeeld in drie markten: een krappere markt (Randstad plus grote steden als Groningen, Breda, Eindhoven), een vergelijkbare markt (Zeeland, Friesland, Flevoland) en een ruimere markt (Oost-Groningen, Oost-Brabant, plaatsen als Boekel, Eemsmond, Pekela, Gennep, Staphorst)
  9. Leencapaciteit is niet het probleem Dat mensen moeilijk aan een huis kunnen komen, komt niet zozeer doordat ze moeilijk geld kunnen krijgen bij de bank, maar vooral door het geringe aanbod aan huizen. Prijsstijgingen kunnen niet worden verklaard door inkomensgroei of koopkrachtontwikkeling, maar puur uit krap aanbod tegenover sterk toegenomen vraag. Een verruiming van de leencapaciteit zal een nog hogere vraag veroorzaken en daarmee nog hogere huizenprijzen.
  10. Stijging prijsniveau zwakt af Door het afnemende aanbod aan beschikbare huizen, zal in steeds meer regio’s het aantal verkochte huizen ook dalen. Dit is bijvoorbeeld in Amsterdam al het geval. Hier daalde het aantal transacties in het vierde kwartaal van vorig jaar na drie achtereenvolgende stijgingen. Omdat door het beperkte aanbod steeds meer huishoudens zullen afzien van het kopen van een huis daalt de vraag. De verwachting is dat de prijsstijgingen in de komende tijd zullen afzwakken.

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.