economie

IMF: Nederlands belastingstelsel werkt ongelijkheid in de hand

Door Servaas van der Laan - 10 november 2015

Het Nederlandse belastingstelsel is te veel gericht op het belasten van arbeid in plaats van consumptie en kapitaal. Dat werkt schulden en ongelijkheid in de hand.

Dat schrijft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de jaarlijkse analyse van de Nederlandse economie.

Goed vooruitzicht

Volgens de instelling staat de Nederlandse economie er met een verwachte groei van 2 procent over 2015 en 2016 in algemene zin goed voor.

Het consumentenvertrouwen neemt toe en de werkloosheid neemt af. Ook macro-economisch staat Nederland er in principe goed voor, al blijft het exportland sterk afhankelijk van andere economiën.

Schuld

Net zoals in voorgaande jaren is het IMF vooral bezorgd over het Nederlandse belastingstelsel. Dat is ‘vooral gericht op schuld in plaats van op vermogen’ meent de economische instelling.

Dit komt onder meer door de verplichte hoge bijdrages aan de pensioenfondsen. Die zorgen aan de ene kant voor een zekere oude dag, maar aan de andere kant voor een hoge financiële last voor (jonge) werknemers. De pensioenpremies en de relatief hoge inkomstenbelasting kunnen vooral bij jonge huishoudens financiële problemen veroorzaken, schrijft het IMF.

Subsidie op schuld

De Nederlandse overheid stimuleert volgens het IMF het maken van schulden. Zo zorgde de hypotheekrenteaftrek ervoor dat starters een huis konden kopen met hypotheekschuld.

Het beperken van de hypotheekrenteaftrek is naar het oordeel van het IMF een stap in de goede richting, maar niet genoeg. Nederland zou volgens het IMF de focus van de belastingen moeten verschuiven van arbeid naar kapitaal en consumptie. Vooral huizenbezitters zouden in de ogen van het IMF zwaarder moeten worden belast. Dit vindt het IMF logisch, omdat het kapitaal van Nederlanders vooral in vastgoed zit. Het IMF adviseert Nederland tot slot om bij een belastingherziening in te zetten op het voorkomen van schulden en werk te maken van het bestrijden van ongelijkheid.

Gelijkheid

Uit een recent rapport van de OESO blijkt dat Nederland nog altijd in de top 10 staat van meest inkomensgelijke landen. Maar volgens sommige economen moet ook naar vermogen worden gekeken.

Een tiende van de Nederlandse huishoudens bezit twee derde van al het vermogen. Volgens het IMF wordt de toplaag steeds rijker, en moet daar wat aan gedaan worden.

Verschil?

Die conclusie lijkt overtrokken. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de vermogensverschillen in Nederland de laatste jaren per saldo weinig zijn toegenomen.

De rijkste 1 procent had in 2012 23,4 procent van het totale vermogen, vier jaar eerder was dat nog 21,5 procent. Het vermogen van de middenklasse is relatief harder getroffen door de malaise op de huizenmarkt dan de meeste vermogenden, die minder afhankelijk zijn van onroerend goed.

Vermogen

Het kabinet heeft enkele jaren geleden overigens al besloten de aftrek van hypotheekrente voor meer vermogende Nederlanders te beperken. Zij mochten de rente aftrekken tegen 52 procent. Dat percentage wordt in stappen verlaagd tot 42 procent.

Verder zijn diverse maatregelen genomen om te voorkomen dat huizenkopers zich te diep in de schulden steken. Ook liggen er nu plannen om grote vermogens zwaarder te belasten.

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.