nederland

Rutte over Oekraïne: ‘Ik kan niet iedereen gelukkig maken’

Door Elif Isitman - 17 December 2016

Premier Mark Rutte kan ‘niet iedereen in Nederland gelukkig maken’. Hij snapt naar eigen zeggen dat veel nee-stemmers teleurgesteld zijn dat hij geen gevolg geeft aan de uitslag van het Oekraïne-referendum.

Rutte vindt echter dat hij moet doen wat in het landsbelang is: het niet doorzetten van het associatieverdrag zou een ‘enorm cadeau voor Moskou’ zijn, zegt de premier zaterdag in Zevenhuizen waar hij in debat ging met zo’n 80 door de VVD geselecteerde Nederlanders over het Oekraïneverdrag.

Geopolitieke reden

Die Nederlanders waren lang niet allemaal VVD-leden, aldus de organisatie. Volgens Rutte was het ‘electoraal slimmer’ geweest om gehoor te geven aan de nee-stem en ratificatie keihard te weigeren. Maar als premier moet hij ‘met alle belangen’ rekening houden. Hij benadrukte meermaals dat het om een raadgevend (dus niet-bindend) referendum ging.

Toen Rutte woensdag zijn verklaring in de Tweede Kamer presenteerde, reageerde een deel van de oppositie sceptisch. Dat hij het verdrag wel echt wil ratificeren is volgens de premier om een enkele reden: Rusland.

‘De reden is puur geopolitiek,’ aldus Rutte. ‘Europese eensgezindheid ten opzichte van Russische buitenlandpolitiek. Ik vind dat belangrijk.’ Hij zegt zelf dat het ‘electoraal gezien niet de handigste keuze is’, maar vindt dat ‘we niet zo druk moeten zijn met het behouden van onze baan dat we vergeten onze baan te vervullen’.

Porosjenko opgelucht

De Oekraïense president Petro Porosjenko reageerde overigens verheugd op de deal van Rutte. Porosjenko liet weten dat hij opgelucht is dat er geen nieuwe onderhandelingen nodig zijn.

‘We hebben de principiële positie van Oekraïne kunnen verdedigen: geen aanpassingen aan het akkoord en geen nieuwe ratificatieronde.’ De relatie tussen Oekraïne en EU moet nu verder worden versterkt, aldus Porosjenko. Hij repte overigens met geen woord over de verklaring die Rutte in Brussel wist af te dwingen.

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.