Elsevier Juist

Hoe duurzaam is de kosmopoliet?

Door Syp Wynia - 17 mei 2017

Reizen krijgt veelal een goede pers. Maar dat geldt dan weer niet voor alle reizen. Reizen naar het buitenland staat er beter op dan in eigen land blijven. Reizen naar Frankrijk heeft een beter imago dan reizen naar Duitsland, al kan een stedentrip naar Berlijn er weer wel mee door. Reizen naar Italië, vooral naar Toscane, is ook goed.

Dit artikel verscheen eerder in Elsevier Juist in mei 2015. 

Reizen naar Spanje was ook goed en was zelfs nog betrekkelijk onproblematisch toen dat land nog een dictatuur was, maar werd wel problematisch toen iedereen naar Spanje ging. Hetzelfde lot trof reizen naar Griekenland: het was goed toen weinigen het deden, maar raakte uit de gratie toen Griekse eilanden all-inclusive in trek raakten.

Ergens heen gaan waar veel mensen heen gaan is in het algemeen niet statusverhogend, al geldt dat weer niet voor reizen naar New York, want als reiziger naar New York klamp je aan bij alles wat bruisend en cultureel is. Maar e en echte reiziger houdt niet zo van toeristen. Toerisme is voor alleman en alleman wil je als reiziger niet zijn.

Reizigers houden ook graag de stand op dat je als reiziger graag vermijdt andere Nederlandse reizigers tegen te komen, want dan zou je zo maar een toerist kunnen worden. Als reiziger begeef je je onder de plaatselijke bevolking en adem je andere culturen. Een toerist, die zoekt juist andere Nederlanders op en mijdt plaatselijke gewoontes. Een reiziger wil juist niet graag aangetroffen worden in snackbar Annie en Wim in Benidorm.

 

Niet voor iedereen weggelegd

Dat reizen zo’n goede pers heeft, zal alleszins te maken hebben met het feit dat reizen traditioneel niet voor iedereen was weggelegd. Vijf eeuwen geleden reisden alleen geleerde monniken en priesters, via kloosters en abdijen, van Aduard en Rotterdam naar Rome en terug.

In volgende eeuwen was reizen zonder zakelijk, diplomatiek of militair doel alleen weggelegd voor jonge mannen uit de hogere kringen, die hun opleiding afrondden en hun volwassenheid voltooiden met een Grand Tour naar Italië. Eenmaal in Rome deinsden ze er overigens niet voor terug om, vergelijkbaar met backpackers van nu, de tijd te verdoen door vooral samen met andere Grand Tourists uit Noord-Europa rond te hangen in de Eeuwige Stad. Doen zoals de Romeinen doen was niet hun eerste doel.

Reizen bleef lang iets exclusiefs houden, want reizen kost tijd en geld en was daarom tot ver in de twintigste eeuw niet voor iedereen weggelegd, ook toen treinen en vliegtuigen de wereld al een stuk kleiner hadden gemaakt. Voor wie wel tijd en geld had voegde het gegeven dat reizen niet binnen ieders bereik lag juist een extra aantrekkelijk element toe. Je kon laten zien dat je niet van de straat was, maar een soort van wereldburger.

aircraft-1362587_1920

Droomwereld

Het zou dus voor de hand liggen dat nu het binnen ieders bereik ligt om de wereld over te vliegen voor de meer welvarenden de lol er wel een beetje van af is. Bovendien vliegen heel wat mensen voor hun werk al veel de grens over en dan ligt het voor de hand dat je daar in je vrije tijd maar liever van afziet. Maar niets blijkt minder waar.

Het Financieele Dagblad vraagt wekelijks maatschappelijk geslaagde Nederlanders hoe ze hun favoriete weekend zouden inrichten, zonder rekening te hoeven houden met beperkingen van afstand en tijd. En wat blijkt? Het kan niet gek genoeg. Ontbijten in een strandtentje in Kaapstad, vervolgens golfen in Nieuw-Zeeland, lunchen op Sardinië, zeilen in de Cariben, dineren in Tokyo en nog een afzakkertje in Istanbul. En dat is dan nog maar één dag van zo’n droomweekend.

Als dat de droomwereld van de maatschappelijk geslaagden is, is het niet zo gek dat minder geslaagden, dan wel jongeren op weg naar maatschappelijk geslaagdheid hetzelfde nastreven. Voor hen maken Floortje Dessing en Patrick Lodiers televisieprogramma’s. Ze ‘reizen de wereld over, op zoek naar avontuurlijke, relaxte, feestovergoten, verrassende en bijzondere bestemmingen’.

Reizen in stijl en luxe

Er is kennelijk niet veel veranderd aan het beeld van de ideale reiziger sinds het sigarettenmerk Peter Stuyvesant in de jaren tachtig reclame maakte met ‘De wereld van Peter Stuyvesant’. Daarin was te zien hoe succesvolle, zo te zien financieel onafhankelijke mensen de wereld over reisden in stijl en luxe. De bruisende wereld van Peter Stuyvesant werd niet ingeperkt door afstanden of geld. Dat Peter Stuyvesant een van de eerste New Yorkers was zal wel geen toeval zijn.

Het was de wereld die al in de jaren vijftig en zestig al ‘jetset’ was gaan heten. Die wereld ontstond toen straalvliegtuigen de wereld ontsloten, maar vliegen nog wel een kostbare aangelegenheid was. Klassieke bestemmingen voor jetsetters waren Londen, New York, Parijs en de Bermuda-eilanden.

Normaliter bladdert de belangstelling van de gefortuneerden voor exclusieve zaken wat af, als die ook binnen bereik komen van minder bevoorrechten. Maar het jetsetten blijft dus in brede kring populair, ook nu het massale vliegen en nieuwe veiligheidsrisico’s vaak gepaard gaan met gestress en gedoe. De verten blijven lokken.

pool-690034_1920

Nederlandse kosmopoliet

Ondertussen zijn die verten zo ver niet meer. Met een beetje Engels kun je over de hele wereld min of keer terecht, de telefoon is altijd bij de hand, internet is – mobiel of niet – bijkans overal beschikbaar. Met één pasje trek je overal ter wereld geld uit de muur. En als de bankrekening leeg begint te lopen is één meelijwekkend gezicht via Skype naar het thuisfront vaak genoeg om die rekening op afstand volgestort te krijgen.

De archetypische Nederlandse kosmopolitische wereldreiziger van de afgelopen decennia heeft een tweede huis in Frankijk of Italië, doet zo nu en dan een weekend New York om bij te tanken, kijkt neer op de provincie in eigen land waar als achterlijk beschouwde CDA- of SGP-stemmende boeren wonen, maar gaat net zo makkelijk wel prat op het fijne menselijke contact met Franse provincialen die qua levenswijze heel wat behoudender kunnen zijn dan de Nederlandse plattelander.

De volwassen kosmopoliet geeft hoog op van de bruisende multicultuur van New York en vindt dat minder gefortuneerden in eigen land niet moet zeuren over immigranten, maar weet heeft ondertussen geen idee hoe het leven in een Hollandse achterstandswijk er uitziet. Hij eet mediterraan op Manhattan, maar heeft nog nooit een Marokkaanse snackbar in Nieuw-West van binnen gezien. Goede kans dat deze wereldburger zichzelf ondernemend, liberaal, progressief vindt en begaan is met mens, natuur en klimaat. Maar hoe zit het met de ecologische voetafdruk – iets waar zo’n betrokken wereldburger zich toch ook zorgen over zou moeten maken?

Meer lezen uit Elsevier Juist? Klik dan hiercoverjuist22

Ecologische voetafdruk

De hedendaagse adolescente Grand Tourist heeft een rugzak of een ratelend reiskarretje, heeft net de middelbare school afgemaakt of onderbreekt de studie om de wereld te verkennen, de wereld te verbeteren dan wel allebei. Voor een deel van hen lokt naar eigen zeggen vrijwilligerswerk in Afrika of de ondersteuning van een verdwijnende diersoort in de oerwouden van Latijns-Amerika. Maar hoe zit het met de ecologische voetafdruk van deze jonge kosmopoliet?

Dat morele ongemak lossen we op, door de reizigers van nu de gelegenheid te geven de verbranding van fossiele brandstoffen in vliegtuigen te compenseren met een bijdrage voor natuurbehoud of de aanplant van aangetaste wouden.

Voor de rugzaktoerist die meebouwt aan een schooltje in Afrika vult zijn vrijwilligerswerk althans een deel van het morele hiaat. Dat het in Afrika barst van de werklozen die heel wat vaardiger zijn in het bouwen van schooltjes dan een blonde studente uit Bilthoven wordt voor de gelegenheid onder het tapijt geveegd. Het schooltje wordt ook als doel voorgesteld, terwijl het schooltje in werkelijkheid ook heel goed een maatschappelijk verantwoord alibi kan zijn.

Ondertussen kun je natuurlijk ook gewoon thuisblijven, op de fiets naar de Hondsrug of vrijwilligerswerk doen in een bejaardenhuis in een Hollandse achterstandswijk. Heel voorzichtig, zo denk ik waar te nemen, tekent die trend zich ook af, zij het dan zonder dat vrijwilligerswerk.

Vliegen is ook niet alles

De opgeknapte boerderij in Frankrijk blijkt toch minder praktisch dan een tweede huis in een Nederlands krimpgebied. En als het weer inderdaad, als beloofd, warmer wordt hoef je ook daarvoor niet naar de Ardêche. En vliegen is toch ook niet alles, al helemaal niet als je met lange Hollandse benen in een stoel wordt gepropt die op maat gemaakt is voor een pygmee.

Wereldburgers die wereldverbeteraars willen zijn kunnen bovendien beter als een goede klant van de inheemse economie naar verre, arme oorden reizen dan als vrijwilliger. En wie werkelijk vindt dat fossiele brandstoffen de wereld vernietigen kan zich beter, fietsend of zeilend, terugtrekken achter de dijken dan naar de verte vliegen om te kijken hoe het de Papoea’s vergaat.

Zelf pak ik graag de fiets, of de bus, naar mijn landgoedje buiten de stad om daar de boot te pakken. Bij gelegenheid denk ik met genoegen aan de vele reizen die mij, beroepsmatig of voor eigen rekening, naar de verre landen op menig continent brachten. Het nachtbraken, het vele wachten, de jetlags en het gekromd slapen stop ik liever weg.

Een lang weekend Rome of een tochtje rond het Bodenmeer sla ik nog steeds niet af. En verder wacht ik graag op het moment dat er, zoals een jetsetter uit de wereld van Peter Stuyvesant toekomt, een privévliegtuig voor mij klaarstaat. Dan pas ga ik, frequent flyerend en wel, ontbijten in Kaapstad. En nog diezelfde avond dineren in Tokyo.

Ingelogde abonnees van Elsevier kunnen reageren.