vrijdag 25 mei 2012

Laatst bewerkt

woensdag 20 december 2006 10:45

Tags

Commentaren

woensdag 20 december 2006 10:45 /

Staat moet zich niet met religie gaan bemoeien

Religie staat niet op het punt van uitsterven, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid terecht. Maar een 'ontspannen omgangsregeling' met godsdienst is onwenselijk

Gerry van der List

Wetenschappers ontdekken vaak pas laat dingen die gewone mensen zoals u en ik al lang wisten. Zo komt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het gisteren gepubliceerde boekwerk Geloven in het publieke domein tot de conclusie dat religie niet op het punt van uitsterven staat. Dat zal geen verrassing zijn voor de vele miljoenen gelovige Nederlanders en vele miljarden gelovige wereldburgers.

Jammer is wel dat de weinig spectaculaire bevinding de WRR inspireert tot speculaties over mogelijke consequenties voor het overheidsbeleid. Voorzitter Wim van de Donk vraagt zich af of we niet af moeten van het 'rigide normatieve principe' van de scheiding van kerk en staat en zouden moeten streven naar een meer 'ontspannen omgangsregeling' met godsdienst.

Dat is koren op de molen van Job Cohen. De Amsterdamse PvdA-burgemeester legde gisteren bij de presentatie van de WRR-studie nog eens uit hoe graag hij islamitische stichtingen subsidieert omdat het geloof een bindende werking zou hebben.

Maar die bindende werking betreft alleen de aanhangers van bepaalde religieuze groeperingen. De islam verbindt moslims, maar ondermijnt met zijn verzet tegen algemeen aanvaarde westerse beginselen juist de sociale cohesie in Nederland. Het steunen van moskeeën legitimeert bovendien verwerpelijke religieus geïnspireerde praktijken, zoals de achterstelling van vrouwen.

Door gelovigen privileges te verlenen kiest de overheid partij in levensbeschouwelijke aangelegenheden. Zij geeft te kennen geloof waardevoller te vinden dan ongeloof, wat een ongewenste discriminatie van ongelovigen impliceert.

Het 'rigide' beginsel van de scheiding van kerk en staat draagt ertoe bij dat deze discriminatie wordt voorkomen en de overheid niet in een moreel wespennest belandt. Zeker nu de godsdienstpropagandisten van de ChristenUnie tot de regering dreigen toe te treden, is dat een principe dat krachtig verdedigd dient te worden.


advertentie