vrijdag 25 mei 2012

Tags

Artikel Profiteer van de crisis

Top-100 beste beleggingsfondsen

donderdag 8 februari 2007 17:20

Wat zijn de allerbeste beleggingsfondsen? Deze top-100 van Elsevier toont niet alleen wat de fondsen zijn met de beste verwachtingen voor rendement, maar houdt ook rekening met de risico's

Ze doen het onverminderd goed: kleinere beursgenoteerde ondernemingen en vastgoed domineren de eerste twintig plaatsen van Elseviers top-100 van beleggingsfondsen. Nieuwe nummer één is het fonds European Assets Trust, dat in middelgrote Europese bedrijven belegt. Op de plaatsen twee en drie staan de fondsen Orange Oranje Participaties (kleinere Nederlandse bedrijven) en Orange European Property Fund (onroerend goed).

Elsevier heeft met ingang van deze editie het universum beursgenoteerde beleggingsfondsen uitgebreid met zogeheten indexfondsen, die via de beurs Euronext verkrijgbaar zijn. Bij de nieuwkomers op de lijst is daardoor een en ander veranderd. Voorbeelden van dergelijke fondsen zijn Street Tracks MSCI Europe Utilities (plaats 8), dat in Europese nutsondernemingen belegt, en het fonds Easy ETF Stoxx 50 (plaats 40), dat de Eurostoxx 50-index kopieert.

Indexfondsen
Indexfondsen houden een groep aandelen of obligaties in portefeuille in dezelfde verhouding als de beursindex van een regio, land of industriële sector. In tegenstelling tot actief beheerde beleggingsfondsen kennen indexfondsen geen fondsmanagers die met een eigen selectie van aandelen de markt proberen te verslaan.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slechts weinig individuele fondsbeheerders in staat zijn om ‘winnaars’ te selecteren op de aandelenmarkt. Over lange perioden, van twintig jaar of meer, doen vier van de vijf fondsmanagers het slechter dan het gemiddelde van de beurs. Afgelopen november bleek uit onderzoek van databank Bloomberg onder 2.500 analisten uit de hele wereld dat professionals op korte termijn niet veel beter scoren.

Winnaar
De Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch kwam als beste adviseur uit de bus voor de tweehonderd grootste beursfondsen in de wereld. Maar zelfs de topadviseurs van Merrill Lynch gaven de afgelopen twee jaar slechts in 34 procent van de gevallen een lonend koop- of verkoopadvies. Twee op de drie keer zaten ze ernaast. Natuurlijk, er zijn superbeleggers zoals Warren Buffett, de goeroe die de Amerikaanse S&P-500-index jaren achtereen versloeg. Maar het gros van de beheerders van beleggingsfondsen kan niet aan hem tippen.

Actief beheer brengt wel extra kosten met zich mee. Bij doorsnee aandelenfondsen romen beheerders jaarlijks zo’n 1,2 procent van het belegde vermogen af. Omdat de strategie van indexfondsen veel eenvoudiger is – volg de markt – kunnen computers een groot deel van het werk doen. Dat brengt lagere beheerkosten mee. Meestal gaat het om een half procent of minder van het beheerde vermogen per jaar.

Door indexfondsen op te nemen in de top-100 van beleggingsfondsen ontstaat de mogelijkheid actieve en passieve beleggingsfondsen te vergelijken. De lijst blijft gebaseerd op de Fouse-index. Die meet het beursrendement, gecorrigeerd voor de kans dat een fonds grote negatieve uitschieters vertoont (zie het Elsevier-scorebord). Uiteraard is het ook mogelijk om in de lijst fondsen per categorie te vergelijken – dus vastgoedfondsen met vastgoedfondsen, aandelenfondsen met aandelenfondsen, enzovoorts.

Wasdom
In de Verenigde Staten maken indexfondsen, ook wel trackers genoemd, al sinds het midden van de jaren negentig een vast deel uit van het palet van beleggingsfondsen. Dat komt mede doordat Amerikanen al langer gewend zijn zelf te beleggen voor hun oude dag. Daar zijn indexfondsen bij uitstek geschikt voor. In Nederland en andere Europese landen is de markt voor indexfondsen de afgelopen vijf jaar tot wasdom gekomen. Op de beurs Euronext is het inmiddels mogelijk om in bijna honderd indexfondsen te beleggen, inclusief die van de Amsterdamse AEX-index.

Professionele vermogensbeheerders kiezen er steeds vaker voor om het grootste deel van hun beleggingen in indexfondsen te stoppen en een kleiner deel van de beleggingspot te reserveren voor die paar briljante fondsmanagers die de markt wel weten te verslaan. Die aanpak ligt voor particuliere beleggers ook binnen handbereik.

Uitleg bij het Elsevier-scorebord

Bij beleggen spelen rendement en risico een rol. Beide zijn gecombineerd in de Fouse-index. Die bepaalt de positie van een fonds in het klassement. De ranglijst is opgesteld door Auke Plantinga, werkzaam bij de economische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen.

We gebruiken:
Het rendement over drie en vijf jaar: als een belegger langere tijd in een fonds zit, geeft het meetkundig gemiddelde rendement over die periode het jaarlijkse rendement van het fonds weer. Dat rekent zo: stel, in het eerste jaar is het rendement van een belegging van 1.000 euro 40 procent negatief (resteert 600 euro) en in het volgende jaar 50 procent positief (resteert 900 euro, 10 procent minder dan in het begin). Dan is het gemiddelde jaarlijkse rendement min 5 procent – en niet plus 5 procent.

De Fouse-index corrigeert het meetkundig gemiddelde rendement over de afgelopen drie jaar voor neerwaarts risico. De Fouse is het 'schone' rendement dat beleggers jaarlijks behaalden als zij de afgelopen drie jaar onafgebroken in een beleggingsfonds bleven. Een voorbeeld: een fonds heeft een meetkundig gemiddeld rendement van 5 procent en een Fouse van 3,5 procent. Dit betekent dat een doorsnee-risicomijdende belegger dit fonds even aantrekkelijk vindt als een risicovrije belegging met een rendement van 3,5 procent. Het verschil van 1,5 procentpunt is de vergoeding die de belegger achteraf krijgt voor het risico dat hij liep met de investering. Het fonds uit het voorbeeld is niet uitzonderlijk aantrekkelijk. Immers, een gemiddelde belegger waardeert dit fonds evenveel als een risicovrije belegging met een rendement van 3,5 procent, ofwel een gewone spaarrekening.

'Regio' geeft aan in welk deel van de wereld een fonds belegt: NL is Nederland, EU is Europa, AZ is Azië inclusief Australië, LA is Latijns-Amerika, NA is Noord- Amerika (Verenigde Staten en Canada), GL is global ofwel wereldwijd, DV is divers of onbekend. Voor vermelding komen alleen beleggingsfondsen in aanmerking die minimaal vijf jaar bestaan, beursgenoteerd zijn in Nederland bij actief beheer en beursgenoteerd op Euronext bij trackerfondsen. Tevens moeten fondsen onder toezicht vallen van de Autoriteit Financiële Markten en openstaan voor privébeleggers. Het universum is nu 226 fondsen groot. Elsevier drukt de bovenste 100 af. De copyrights berusten bij Elsevier en de Rijksuniversiteit Groningen. De koersgegevens komen van Datastream

Door Jeroen de Boer


advertentie