maandag 26 februari 2007 10:45
maandag 26 februari 2007 10:45 /
De dubbele nationaliteit is al onwenselijk voor gewone burgers. Voor leden van de regering zou het niet moeten mogen. De schijn van belangenverstrengeling is een permanente handicap.
Politici van het CDA, de VVD en de ChristenUnie hebben in gezwollen bewoordingen afstand genomen van het voornemen van Geert Wilders’ Partij voor de Vrijheid om vanwege hun tweede nationaliteit op voorhand een motie van wantrouwen in te dienen tegen de PvdA-staatssecretarissen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb.
Vooropgesteld: het Nederlandse beleid luidt al tien jaar dat het onwenselijk is als mensen die het Nederlanderschap verwerven hun oude nationaliteit behouden. Uitzonderingen bestaan sindsdien alleen voor wie geen afstand kan doen of daardoor in problemen kan komen. In 2003 diende nota bene het CDA-Kamerlid Mirjam Sterk een door de Kamer aangenomen motie in om de dubbele nationaliteit verder te beperken.
En het vorige kabinet stelde al dat er voor Turken die Nederlander willen worden al sinds 2003 geen praktische beperkingen meer zijn om hun oorspronkelijke nationaliteit op te geven. Turken die Nederlander willen worden, moeten tegenwoordig dan ook afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit.
Platte politiek
Samengevat: als Wilders of wie dan ook stelt dat de dubbele nationaliteit zelfs voor gewone burgers als onwenselijk moet worden beschouwd en dat Turken hun nationaliteit probleemloos kunnen loslaten, dan zeggen zij niets onfatsoenlijks, plaatsen ze zich niet buiten de orde, is dat geen platte politiek en jagen zij niemand in het harnas. Nee, dan is dat de tot op heden gangbare meerderheidsopvatting in de politiek.
Voor Albayrak en Aboutaleb geldt bovendien, dat zij geen gewone burgers met een dubbele nationaliteit zijn. Zij maken deel uit van de regering, zijn dienaren van de Kroon, vormen als het ware mede de Nederlandse staat. Als het voor gewone burgers al terecht onwenselijk wordt gevonden dat zij behalve Nederlander in Nederland te zijn ook nog deel uitmaken van een andere natie, dan geldt dat bij uitstek voor wie in de leiding van de Nederlandse natie zit.
Dat heeft niets te maken met de vraag of Albayrak of Aboutaleb als persoon wel of niet loyaal aan Nederland zouden zijn of dat ze zich in hun hart, als onderdeel van hun persoonlijke identiteit, ook nog in meer of mindere mate Turks of Marokkaan voelen.
Belangenconflict
Feit is, dat wie als lid van de Nederlandse regering tevens deel uitmaakt van een andere natie dan de Nederlandse op enig moment in een belangenconflict terecht kan komen. Wie eigenaar van een onderneming is, moet als lid van het Nederlandse kabinet het beheer van die onderneming uit handen geven.
Aan wie op het hoogste politieke niveau een overheidsfunctie bekleedt, mag zelfs niet de geur van belangenverstrengeling kleven. Dat gevaar kleeft Albayrak en Aboutaleb wèl aan.
Daarom zou het veel beter zijn het voor kabinetsleden wettelijk onmogelijk te maken er naast de Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit op na te houden. Tot dusver voorziet de wet daar niet in. Albayrak en Aboutaleb kúnnen dus deel uitmaken van de regering. Waarmee niet gezegd is, dat het ook wenselijk is. Dat is het niet, het is onwenselijk.
Aboutaleb kan niet van zijn Marokkaanse nationaliteit af. Albayrak kan wel haar Turkse nationaliteit opgeven. Het zou dan ook veel beter zijn als ze afstand zou doen van haar Turkse nationaliteit. Ze kan intussen probleemloos het Turkse deel van haar identiteit blijven koesteren, dat is een particuliere aangelegenheid. Maar identiteit en nationaliteit zijn niet hetzelfde. En al helemaal niet voor een dienaar van de Kroon.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement