vrijdag 25 mei 2012

Tags

Artikel Profiteer van de crisis

Beleggen en sparen: alle do's en don'ts op een rij

donderdag 22 maart 2007 14:24

Wat kost het en wat voor product koop ik eigenlijk? En nog zeven verplichte vragen voor iedere zichzelf respecterende belegger.

Beleggers willen zoveel mogelijk winst maken, of op z'n minst een veilig rendemen behalen. Banken op hun beurt doen hun best hen zoveel mogelijk van dat rendement afhandig te maken. Daarom: tips om verstandig te beleggen.

Banken, vermogensbeheerders en andere aanbieders van financiële producten willen maar één ding: uw geld. Bij elk product dat ze weten te slijten – of het nu een hypotheek, een verzekering dan wel een beleggingsfonds is – berekenen ze kosten. Althans: kosten voor u, winst voor hen.

Bancaire creaties
Hoe meer producten zij verkopen, des te hoger hun eigen banksaldo. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het aanbod aan bancaire creaties halsoverkop toeneemt. Vooral bij samengestelde beleggingen, een productklasse die zich uitstekend leent voor eindeloos experimenteren met constructies, wordt een stortvloed aan producten gelanceerd.

Vaak gaat het om beursgenoteerde beleggingen, zoals obligatiemandjes, aandelenfondsen en optieconstructies. Maar niet altijd: ook op basis van niet-beursgenoteerd onroerend goed, schepen, teakhout, kortom bijna alles waar mogelijkheden tot investeren bestaan, verschijnen beleggingsproducten. De aanbiedingen staan in de krant, ze worden u aangeprezen door uw lokale bankier en ze vallen op uw deurmat.

Negen vragen die u zich moet stellen als u weer eens zo'n glanzende brochure onder ogen krijgt.

  1. Wat wil ik met mijn geld?
  2. Iedere belegger moet zich de vragen stellen: met welk doel investeer ik, en wanneer wil ik dit doel hebben bereikt? Beleggingen en de financiële wensen van de belegger moeten altijd in overeenstemming zijn. Geld stoppen in een hoog renderende investering in de hoop snel een nieuwe, mooie auto aan te kunnen schaffen, is namelijk heel wat anders dan vermogen opzijzetten om een hypotheek af te lossen. Bij hoge rendementsverwachtingen hoort standaard een hoog risico.

    Wie belegt in aandelen, mag op de lange termijn hopen op een hoger rendement dan de spaarder of de belegger in obligaties. Maar hij moet ook rekening houden met potentieel hogere verliezen, zeker als hij besluit tussentijds uit te stappen.

    Niet slim is om te beleggen in een financieel product simpelweg omdat het leuk oogt, of omdat dat stoere verhalen kan opleveren tijdens de vrijdagmiddagborrel. Tenzij het om geld gaat dat kan worden gemist en sowieso was bedoeld om mee te gokken.

  3. Heb ik hier geld voor?
  4. Reclame benadrukt steevast de hoge winsten die met dat ene superproduct kunnen worden behaald. Zo hopen aanbieders dat beleggers zonder al te diep na te denken instappen. Maar snel instappen is vaak onverstandig. Geld dat is belegd, is niet vrij beschikbaar. Als een belegging al tussentijds van de hand kan worden gedaan, dan zijn er bijna altijd transactiekosten, en soms ook een boete, die moeten worden betaald.

    Voordat ze op een aanbieding ingaan die ze op tv of in de reclamefolder hebben gezien, doen beleggers er goed aan stil te staan bij de vraag: heb ik wel geld over? Was ik niet aan het sparen voor een nieuwe ijskast? En: wat kost het als ik geld uit mijn oude, vertrouwde belegginsfonds wil halen?

  5. Waar investeer ik in?
  6. Namen van beleggingsproducten dienen als reclame. Ze zeggen meer over de creativiteit van de aanbieder dan over de inhoud. Steevast wordt het te behalen voordeel belicht. Genieten van het beste wat Europa te bieden heeft met Best Strike Europe van ING, behoudend beleggen met Fortis L Fund Safe Balanced en beleggen in de snelle groei van opkomende markten met het Asian Tigers Equity Fund van ABN AMRO.

    Klinkt goed allemaal, maar aan belangrijke vragen wordt voorbijgegaan: hoe hoog is het verwachte rendement, hoe zeker is dat rendement, is de inleg gegarandeerd, en is er een schuldverplichting? Ofwel, moet de belegger onder bepaalde omstandigheden bijbetalen?

    De gevaarlijkste variant van beleggen is speculeren met geld van een ander: wie met geleend geld aandelen koopt, loopt grote risico's. Als de gekochte aandelen dalen, incasseert de belegger niet alleen het koersverlies, maar ook zal hij de partij van wie hij geld leende, moeten bijbetalen. De waarde van de aandelen is immers ontoereikend om het geleende bedrag (plus rente) af te lossen.

    Ook risicovol is beleggen in aandelen om een lening, bijvoorbeeld een hypotheek, af te lossen. De aandelenkoersen kunnen te allen tijde kelderen. Bij een zuivere aandelenbelegging is het nooit 100 procent zeker dat vermogen wordt opgebouwd. Sterker nog, ook het terugontvangen van de inleg is niet gegarandeerd. Zo kan een plan om een lening af te lossen, uitgroeien tot nog hogere schulden.

    Alleen spaarrekeningen en westerse staatsobligaties bieden volledige zekerheid over de inleg, tenzij de bank waar de tegoeden worden beheerd failliet gaat. Ook zijn er talloze financiële producten waar de inleg deels is verzekerd. Meestal gaat het hierbij om het beperken van de risico's bij het beleggen in aandelen.

  7. Wat zijn de kosten?
  8. Reclamefolders informeren liever over te behalen rendementen voor de belegger dan over te behalen winst voor de beheerder, ofwel de kosten van het product. Om daar zicht op te krijgen, is het cruciaal het prospectus en de financiële bijsluiter te lezen.

    Belangrijkste aandachtspunten zijn jaarlijks terugkerende kosten als de beheerkosten en de administratiekosten, en eenmalige kosten als een prestatiebeloning en transactiekosten. Vergelijkend warenonderzoek kan uitwijzen of de kosten realistisch zijn.

    Hoe complexer het product, des te hoger de kosten. Beleggingsfondsen die zijn opgebouwd uit andere beleggingsfondsen bijvoorbeeld, rekenen tweemaal kosten: voor het overkoepelende fonds en voor de onderliggende fondsen. Ook het inbouwen van extra zekerheid kost geld. Geld dat links- of rechtsom van de belegger moet komen.

  9. Zijn er verzwegen kosten?
  10. Niet alle kosten zijn meteen zichtbaar. Bij de uitgifte van nieuwe certificaten van aandelen is het gebruikelijk dat banken – naast de transactiekosten – een verschil aanbrengen tussen de uitgifteprijs van het certificaat (de prijs die de belegger betaalt) en de nominale waarde (de echte waarde). Zo kan de nominale waarde 100 euro zijn, maar de uitgifteprijs 101,50 euro. Winst voor de bank: 1,50 procent.

    Bij certificaten of deelnemingsbewijzen wordt ook geregeld het dividend door de banken afgeroomd. Certificaathouders profiteren hierdoor veelal alleen van koersstijgingen.

  11. Hoe hoog is het risico?
  12. Vuistregel is: hoe minder spreiding, des te meer risico. Een beleggingsfonds dat uitsluitend in aandelen belegt, is risicovoller dan een fonds dat in zowel obligaties als aandelen belegt. De koers van een fonds dat alleen in Europese aandelen investeert of in internetbedrijven is (in theorie) meer volatiel dan een fonds dat zijn geld over wereldwijde aandelen en diverse sectoren spreidt.

    Ook is het belangrijk om te weten of het rendement van een belegging gestaag tot stand komt of juist met flinke uitschieters. In het laatste geval is de kans op verrassingen groter.

  13. Welk rendement wordt getoond?
  14. Historische rendementen bieden geen garantie voor de toekomst. Maar ook: het ene historische rendement is het andere niet. Een koersgrafiek met alleen de topjaren van een product, ziet er heel anders uit dan een grafiek die ook de magere jaren meerekent.

  15. Begrijp ik wat ik koop?
  16. Een aandelenfonds bestaat (meestal) uit een mandje aandelen. Een film-cv financiert een film. Maar het kan vele malen ingewikkelder, zoals het met opties goochelende CoOptions van Beleggers Coöperatie Nederland (zie 'Probeer dit niet thuis!' op pagina 68). Beleggers die na het lezen van de beschikbare productinformatie nog steeds geen benul hebben van wat dat product inhoudt, doen er verstandig aan een andere belegging te kiezen.

  17. Wat is het alternatief?
  18. Een goed product wordt altijd nagebootst. Soms beter, soms slechter. En het ene op Europa gerichte bedrijfsobligatiefonds is het andere niet. Vergelijkend warenonderzoek naar historisch rendement en kosten kan jaarlijks vele procenten winst (of verlies) schelen.

 


advertentie