vrijdag 25 mei 2012

Tags

Nederland

Onderwijs haalt 'te weinig' uit de leerlingen

dinsdag 15 mei 2007 16:25

Het onderwijs geeft zichzelf een ruime voldoende, maar er zijn wel ‘een paar ernstige en hardnekkige problemen’, zo meldt de Onderwijsinspectie in haar rapport over 2005-2006.

Voortijdig schoolverlaters blijven bron van zorg Voortijdig schoolverlaters blijven bron van zorg

Het onderwijsverslag 2005-2006 van de Inspectie van het Onderwijs, De staat van het onderwijs, is zojuist verschenen.

In dat verslag wordt het hele Nederlandse onderwijsstelsel onder de loep genomen, van primair onderwijs tot en met het hoger onderwijs.

Een juichend beeld van het onderwijs wordt niet geschetst. Zo moet er op het gebied van lezen en de begeleiding van kinderen met problemen nog het nodige gebeuren.

Lage kwaliteit
Het voortgezet onderwijs idem: lage kwaliteit van het onderwijs op de vmbo’s in de vier grote steden, examenreglementen die niet altijd voldoen aan de eisen, een te groot verschil tussen het niveau van de schoolexamens en de centrale examens.

Wat de leraren betreft, volgens dit rapport slaagt maar een op de vier scholen voor voortgezet onderwijs erin om het onderwijs geheel door bevoegde leraren te laten geven.

Vooral in het vmbo worden veel lessen gegeven door daartoe niet bevoegde leraren, alsof dat op die schoolsoort niet juist heel belangrijk zou zijn.

Bron van zorg

De voortijdig schoolverlaters blijven een bron van zorg. Dat zijn leerlingen die geen startkwalificatie hebben, dus geen diploma op mbo2-, havo- of vwo-niveau.

In 2000 was 15,5 procent voortijdig schoolverlater, en dat zou er in 2010 nog maar 8 procent moeten zijn. Maar in 2006 had 12,9 procent van de 18- tot 24-jarigen geen startkwalificatie en zat niet meer op school. Dat zijn 21.000 jongeren met geen tot weinig kansen op de arbeidsmarkt.

En dan de tijd die wordt besteed aan het lesgeven. ‘Op nagenoeg geen enkele school voor voortgezet onderwijs bleek de daadwerkelijk gerealiseerde onderwijstijd te voldoen aan de feitelijke eisen van de wet.’

Ook de nabeschouwing over het hoger onderwijs waarmee het verslag eindigt, stemt niet bepaald hoopgevend. ‘Wanneer Nederland streeft naar een hoogwaardige kennissamenleving, dan vraagt dit aanzienlijk meer van het hoger onderwijs dan op dit moment gerealiseerd wordt.’

Wel goed, maar...
De toon die uit het rapport spreekt, is er een van ‘wel goed, maar...’ er dan volgen er grote bezwaren en problemen.

Er wordt, en dat geldt voor alle schoolsoorten, te weinig uit de leerlingen gehaald. Er zijn te veel kinderen die beter kunnen, er zijn er te veel die weinig plezier beleven aan leren, er zijn er te veel die het bijltje er maar helemaal bij neergooien.

Het lijkt erop dat Paul van Dam, de oud-Citogroepmedewerker die na langdurig onderzoek beweerde dat te veel kinderen in het basisonderwijs niet goed genoeg kunnen rekenen en lezen, gelijk heeft.

Door Liesbeth Wytzes 


advertentie







advertentie