dinsdag 26 oktober 2004 15:52
Beleg uw geld met verstand. Negen vragen die u zich altijd moet stellen voordat u in een scheeps-cv, een hybride hypotheek of aandelenfonds stapt.
Particuliere beleggers durven weer optimistisch te zijn, maar een beetje koudwatervrees blijft. Aanbieders verdringen elkaar met nieuwe financiële producten die gouden bergen beloven. Hier een overzicht van de nieuwste trends. Plus: hoe ging het met de clickfondsen en de MeerWaardehypotheek?
Banken, verzekeraars en andere aanbieders van financiële producten hebben het gemunt op uw portemonnee. Vermogensbeheerders lanceren volop nieuwe beleggingsfondsen en ook buiten de beurs gist het. Particuliere beleggers tonen zich optimistischer over aandelen. Maar het ontbreekt nog aan daden die de positieve gevoelens substantie geven; in 2003 toonden Nederlanders zich vooral fervente spaarders. De katers van 2001 en 2002 ligt nog vers in het geheugen.
Elsevier biedt een overzicht van nieuwe trends op het gebied van financiële producten. Ter introductie: negen vragen die iedereen zich moet stellen, als er weer een glanzende brochure op de deurmat ploft.
1. Heb ik hier geld voor?
Verkopers van financiële producten suggereren steevast dat degene die hun superaanbieding negeert, een dief is van zijn eigen portemonnee. Vetgedrukte passages in reclamefolders benadrukken het hoge rendement en eisen automatisch de aandacht van de lezer op. Dat nodigt uit om de aanmeldingsbon in te vullen, zonder stil te staan bij de vraag: heb ik wel geld over? Of: was ik niet aan het sparen voor een nieuwe auto?
2. Wat is dit eigenlijk?
Namen van financiële producten zijn lokkertjes. Ze maken zelden duidelijk waarin iemand belegt. De nadruk ligt meestal op het te behalen voordeel, maar uiteindelijk tellen drie zaken: is teruggave van de inleg gegarandeerd, hoe zeker is het rendement, en is er sprake van een schuldverplichting?Volledige zekerheid over de inleg bieden spaarrekeningen en zuivere obligaties. Maar er zijn ook tal van financiële producten waarvan de inleg deels is verzekerd. Vaak gaat het er dan om de risico’s van beleggen in aandelen te beperken. Producten met een vaste vergoeding zijn het best te vergelijken met sparen, terwijl onzekerheid over het rendement kenmerkend is voor aandelen. Maar omdat bedenkers van financiële producten creatief zijn, is het inmiddels ook mogelijk om te beleggen in producten die deels een vast en deels een variabel rendement kennen.Wie geld leent, bijvoorbeeld voor een huis, moet extra opletten met beleggen. Want als de hypotheekschuld in euro’s luidt, zorgt investeren in dollarwaarden voor valutarisico. Daar kunnen bezitters van de MeerWaardehypotheek van de Postbank over meepraten.
3. Past het bij wat ik wil?
Beleggen in een financieel product omdat de inhoud sympathiek is – bijvoorbeeld de biologische ananas– is verleidelijk, maar niet per se verstandig. Belangrijk is dat investeringen aansluiten bij de financiële wensen van de belegger. Die moet zich altijd afvragen: waarvoor beleg ik en hoe lang?
Geld reserveren voor een nieuwe zitbank is van een andere orde dan vermogen opbouwen voor een tweede huis. Zelfs de belegger die slechts belegt om straks meer te kunnen beleggen, moet bepalen of het vermogen direct beschikbaar dient te zijn of voor langere tijd vast mag staan.
Beleggen in aandelen levert op lange termijn meer rendement op dan sparen, maar tegelijkertijd is de kans op een tegenvallende opbrengst bij tussentijds uitstappen groot. Wie spaart, krijgt een lagere vergoeding, maar loopt ook minder risico op verlies.
4. Wat kost het?
Reclamefolders reppen altijd uitgebreid over winstkansen, maar de bijbehorende kosten krijgen summiere aandacht. Om daar een idee van te krijgen, is het noodzakelijk het prospectus en – indien beschikbaar – de financiële bijsluiter van producten door te nemen. Daarin staan eenmalige kosten, zoals aan- en verkoopkosten van participaties en eventuele inschrijfkosten. Minstens zo belangrijk zijn jaarlijks terugkerende kosten, zoals de vergoeding voor de beheerder van een beleggingsfonds. Daarbij kan het geen kwaad om vergelijkend warenonderzoek te doen.
5. Zijn er verborgen kosten?
Banken die beleggingsproducten in de markt zetten, verdienen vaak het meest aan indirecte toeslagen. Een simpel, maar veel toegepast trucje bij de uitgifte van beleggingscertificaten is het aanbrengen van een verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde. Het laatste slaat op de omvang van het te beleggen bedrag, bijvoorbeeld 100 euro per certificaat. Vaak ligt de inschrijfkoers boven de nominale waarde, bijvoorbeeld op 101,50. Ofwel: de verkopende partij roomt 1,5 procent af.
6. Hoe is het rendement berekend?
Aanbieders van financiële producten zijn verplicht te melden dat het historische rendement geen garantie geeft voor de toekomst. Niettemin ogen prestaties uit het verleden vaak indrukwekkend. Van belang is goed te kijken over welke periode het rendement is berekend: gaat het om de vette jaren uit het verleden of zijn magere tijden ook meegenomen?Bij beleggingscertificaten die garantie geven op de inleg, verrekenen aanbieders de kosten van de extra zekerheid ook via het rendement. Beleggers profiteren meestal beperkt van de stijging van onderliggende aandelenindices. In geval van sterke koersstijgingen gaat een deel van de winst aan de belegger voorbij. Bovendien genieten certificaathouders vaak alleen van koersstijgingen, terwijl het dividend van de onderliggende aandelen naar de bank gaat. Dit gemis kan oplopen tot 3 of 4 procentpunt per jaar.
7. Zijn de risico’s duidelijk?
Voor beleggingsproducten waarbij in- en uitstappen onbeperkt mogelijk is, telt zwaar mee of het rendement tot stand komt via een combinatie van positieve en negatieve uitschieters, of via geleidelijke groei. Hoe groter de waardeschommelingen, hoe groter de kans op verrassingen op korte termijn. Van belang is dus of aanbieders relevante informatie verschaffen over de variatie van het rendement.
Verder geldt voor elke investering dat beleggen in een bepaalde sector kwetsbaar maakt voor de specifieke risico’s van die sector – bijvoorbeeld leegstand in de vastgoedmarkt. Naast de zogeheten marktrisico’s speelt tevens de expertise van degene die het geld daadwerkelijk investeert een rol. Hoe exotischer de belegging, hoe groter het belang van kundig management.
8. Begrijp ik dit product wel?
Sommige dingen zijn simpel, andere ingewikkeld. Met financiële producten is het niet anders. Investeren in schepen is iets anders dan beleggen in garantieproducten met ingewikkelde optieconstructies à la ING’s Coconote. Maar wie zich in een financiële aanbieding verdiept, moet op grond van de voorgaande zeven vragen wel enig idee hebben van de aard van het voorstel. Is dat niet zo, aarzel dan niet om het idee te laten varen.
9. Is er een alternatief?
Als een beleggingsvoorstel aantrekkelijk oogt, wil dat niet zeggen dat betere en goedkopere alternatieven ontbreken. De markt voor producten die aandelenindices nabootsen, is bijvoorbeeld sterk concurrerend. Hetzelfde geldt voor pensioenopbouw via lijfrentes. Want zoals dat hoort in een naar behoren functionerende markteconomie: een goed idee is gauw gekopieerd.
Nuttige websites
Toezicht: Autoriteit Financiële Markten, www.afm.nl
Product-analyse: www.bijsluiterscore.info, www.iex.nl
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement