vrijdag 25 mei 2012

Weblog Op de catwalk

Alexander McQueen eert overleden muze

maandag 8 oktober 2007 12:23


Moderedacteur John de Greef blogt vanuit Parijs over de catwalkshows voor de zomer 2008. Hij zag in de Alexander McQueen-show veel vreemde veren en verschoot letterlijk van kleur bij Hermès.

Als adelaarsvleugels, met een spanwijdte van zeker 15 meter, kromden zich buizen van staal en neon achter en over de catwalk van Alexander McQueen. De gigantische constructie beheerste de relatief bescheiden witte showruimte. Duidelijk was er afstand genomen van de te imposante show van vorig seizoen, maar bescheiden was de aanpak ook nu niet.

Alexander McQueen

Het publiek had vorige keer ver vanaf tribunes in een popstadion naar een ritueel schouwspel rond een heksverbranding met koudvuur gekeken, zonder een goed zicht op de kleren. Die bleken wonderbaarlijk genoeg bij nadere beschouwing van dichtbij oud-Egyptisch en hadden niks behekst.

Maskers van make up
McQueen houdt er van om met zijn presentaties ingewikkelde verhalen te vertellen vol bijzinnen en afslagen waardoor de hoofdlijn van zijn betoog wazig wordt. Niets loopt zo maar simpel over zijn catwalk. Kostbare en ingewikkelde ontwerpen, kunstig ontworpen en met finesse uitgevoerd (zullen ze ooit echt nog gedragen worden?) gingen onder verrukkelijk absurde hoofdversieringen à la wijlen Isabella Blow.

Deze opvallende moderedactrice was de ontdekker en muze van McQueen. Zij pleegde eerder dit jaar, lijdend aan kanker, zelfmoord en zij werd duidelijk met deze collectie geëerd voor haar excentrieke opvattingen en uiterlijk. Was zij ook het voorbeeld voor de voortreffelijke, maar vreemde kapsels met pony? Of is dat de riante fantasie van McQueen? Af en toe was een gezicht overdekt met een griezelig tribal masker in make-up.

McQueen is een sfeermaker maar ook een geweldige kleermaker. Zijn ingewikkelde én gelukkig ook zijn iets minder bewerkelijke creaties zijn perfect gesneden en genaaid. Voile fladderjurkjes, zoeavenbroeken uit het discotijdperk en microhotpants onder perfect getailleerde jasjes (denk: type sexy en strenge secretaresse) vielen iets eenvoudiger uit, maar straalde dezelfde superperfectie uit als de meest bewerkelijke stukken. Zoals de enorme gewaden in papegaaikleuren en de japon waarbij zich in het decolleté een grijze vogel (althans zijn gespreide vleugels) had genesteld.

Alexander McQueen

Mooi ongemakkelijk
Allemaal mooi dat extravagante werk, maar ook ongemakkelijk. En dan bedoel ik niet het arme modelkind, dat net als stijlfiguur Blow (altijd in te strakke rokken en te hoge hakken) in een creatie met nauwe zoom en in plaats van schoenen op torenhoge trippen of chopines moest trippelen. Deze historische plateauzolen werden ooit gedragen, liefst met steun van een of twee dienstmeiden, om niet in de drek op straat te trappen.

Nee, het ongemakkelijke gevoel kreeg ik, omdat niemand me zou moeten vragen: is dit nu mode? Een vraag die ik vroeger bij de rare modefilm Mahogany vol fantasiekleren ook al niet kon beantwoorden. Ik noem sindsdien het kijken naar dit soort eigenzinnige ontwerpen die buiten de mode staan dan ook mijn 'Mahogany-moment' en neurie zacht: 'Do you know where you're going to?’

McQueen, in Schotse rok en samen met hoedenmaker Philip Treacy, sloot zijn fabuleuze, maar eigenzinnige fantasieparade af met Neil Diamond die maar bleef zingen: 'Play me'. Zo heeft iedereen zijn tune.

Gekrompen tassen
Ook Jean Paul Gaultier raakt nooit uitgespeeld. Ging hij voor zijn eigen lijn vol overstylde outfits deze week wel erg wild tekeer met woeste pirateninspiratie, voor de collectie van het luxe huis Hermès deed hij gelukkig rustiger aan. Maar ook hier greep hij naar een veelbeproefd stylingthema: India.

Hermès

De paardrijlaarzen van Hermès en de blouses met prints van paardentuig en stijgbeugels gingen nu met tulband over de catwalk. Gaultier hield zich in zodat we dit keer wel konden genieten van zijn ontwerptalent. Soepele, saris maakte hij kort en sexy. Nehru-jasjes gingen over shorts. En zijden jurkjes en jurken liet hij met extra stofpanelen wijd uitzwieren. Sommige Hermès-tassen waren in formaat behoorlijk gekrompen. Leuk, maar soms een beetje kinderlijk.

Rode Chinees
Naast veel blanke kleren bracht Gaultier de rijkdom van de Indiase klederdracht naar voren met allerlei variaties roze, blauw en oranje. Gelukkig hield hij zich in en bleef het allemaal erg sophisticated.

Maar het effect van kleur ging verder dan de kleren op de catwalk. Over het gele decor werd vanuit de hoogte steeds meer oranje poeder gestrooid. Erg mooi, erg Indiaas (tijdens het Holi-festival) wordt er veel gesmeten met dit soort kleurpoeder), maar moeilijk te doseren in de hitte van de show. De wolken rode stof gingen over decor, modellen, catwalk en de eerste rijen publiek. Vorige keer had ik vanuit de nok niets kunnen zien, dus mocht ik nu op de tweede rij, dicht bij het decor en in de kleurstofwolken.

Eenmaal buiten werd ik gealarmeerd door het zien van een rode Chinees die net uit de showtent stapte samen met rode blanke dames. Veel van het publiek was van kleur verschoten. Mijn handen, mijn broek, jas en hemd hadden een kleurlaag: oranje. Hermès-oranje als de beroemde verpakkingen en shoppingbags van Hermès.

Waar de kleurstof de warme huid had geraakt, werd hij hennarood. Van het resistente soort. Het was voor iedereen te zien: mode raakt me echt!


advertentie







advertentie