woensdag 26 december 2007 10:28
Het proces tegen Willem Holleeder roept een aantal nieuwe vragen op. Holleeder is veroordeeld onder andere op basis van de verklaringen van vastgoedmagnaat Willem Endstra die op klaarlichte dag voor zijn kantoor werd doodgeschoten. Zijn foto stond een paar dagen eerder in de Telegraaf. Broederlijk zat hij naast Holleeder.
De moord op de bankier Endstra was de zoveelste liquidatie in de Amsterdamse onderwereld. Endstra werd gezien als de bankier van de onderwereld. Dit komt ook enigszins naar voren uit de zogeheten keukentapes van Endstra. De kernvraag is: wat heeft de ene Willem met de andere gedaan?
Keukentapes
De rechters in de zaak tegen Willem Holleeder weigerden naar de opnamen te luisteren die zijn gemaakt in de keuken van vastgoedhandelaar Willem Endstra. Wie had deze tapes ter beschikking gesteld? Willem Holleeder bood de rechtbank een selectie van twee uur aan, maar gaf vijftig uur tape aan het tv-programma Nova. De rechtbank was het met de officier van justitie eens dat de rechters werden afgescheept met een selectie waarvan niet duidelijk was of die representatief is.
De rechtbank was wel bereid om de Endstratapes te horen en later als bewijs te gaan gebruiken. Het zijn opnames van gesprekken tussen Endstra en de politie. Daarin zei Endstra dat hij door Willem Holleeder werd afgeperst en bedreigd. In een auto, waarschijnlijk van de politie, vonden die gesprekken plaats. Deze ‘achterbankgesprekken’ gingen over bedreigingen en afpersingen. Dat waren eigenlijk gesprekken met de inlichtingeneenheid van de Amsterdamse politie.
Endstra was bang om vermoord te worden. Toch werd hij niet als een bedreigde persoon behandeld. Endstra werd door de politie niet gehoord als getuige. Het zijn, niet nader te kwalificeren, gesprekken. Daarbij vroeg immers Endstra niet om als anonieme getuige op te treden, evenmin vroeg Endstra om als kroongetuige te willen optreden.
Getuigenis
Zijn deze gesprekken dus waardeloos? Nee. Je kunt ze vergelijken met tapmateriaal. Politie tapt regelmatig criminelen af. Nu, in dit geval gaat het om het tapmateriaal van een gesprek tussen de politie en een persoon die betrokken is bij criminaliteit. Daarvan werd ook door de politie een proces-verbaal gemaakt.
Nu wordt Holleeder veroordeeld wegen afpersing van Endstra op basis van de 'achterbankgesprekken' die Endstra voor zijn dood voerde met de politie. Endstra was dus geen anonieme getuige, geen kroongetuige, en evenmin voerde hij de gesprekken als gewone getuige. Ook deed hij geen aangifte van afpersing en bedreiging, Ten slotte kon Endstra door de verdediging niet worden gehoord want hij werd in 2004 doodgeschoten.
In de afpersingszaak rond Houtman bleek de getuigenis van diens vrouw Maria voldoende om tot een veroordeling te komen. De weduwe verklaarde onder meer dat haar man onder bedreiging een miljoen euro heeft moeten betalen. Ook daarna zouden de afpersingen door zijn gegaan.
Zeegers
Er was nog een andere getuige: de advocaat Bram Zeegers. Hij was – ‘was’ omdat hij ook ondertussen dood is - een vertrouweling van Willem Endstra. Zeegers heeft hierover tussen september 2004 en oktober 2006 tegenover Justitie vijftien zogenoemde 'kluisverklaringen' afgelegd.
Zeegers gaf op een gegeven moment toestemming om deze verklaringen uit de kluis van Justitie te halen en toe te voegen aan het Holleeder-dossier. God moge zijn ziel behouden, voor zover God aan dergelijke personen een ziel heeft gegeven. Endstra had kennelijk veel liefhebbers: de weduwe van Houtman, Bram Zeegers, en uiteraard de Amsterdamse politie.
Endstra kon door de verdediging niet worden gehoord, hij had ook geen getuigenis afgelegd. Kan dit achterbankgesprek van een dode persoon met een niet te verwaarlozen betrokkenheid bij dezelfde criminele wereld als bewijs worden gezien?
Consequenties
Deze vraag is indringend, omdat Endstra tijdens de berechting van Holleeder niet kon worden gehoord. Juridisch gezien is voor mij deze vraag belangrijker dan de veroordeling van Holleeder zelf. Want indien wij dit gaan aanvaarden, kan het vergaande consequenties hebben voor het politiewerk in de toekomst.
De politie gaat dan vooral gesprekken opnemen en zich minder bekommeren op het contradictoir karakter van het strafproces. Dit is uitermate onwenselijk en gevaarlijk. Immers, een op tegenspraak gebaseerd strafproces verkleint de kans op de gerechtelijke dwaling. De gouden regel luidt: voor de waarheidsvinding is de twijfels die de verdediging zaait, noodzakelijk.
In de jurisprudentie vinden we een voorbeeld van een doodgeschoten kroongetuige. Onder de kroongetuige verstaat men iemand die in ruil voor de toezegging van niet vervolging dan wel vrijstelling van straf ter zake van door hem begane strafbare feiten, bereid is belastende verklaringen af te leggen tegen (mede)verdachten.
Probleem
Echter, in het Holleeder-proces is het probleem dat Endstra niet als getuige mag worden beschouwd. Het arrest ‘Doodgeschoten kroongetuige’ is de enige uitspraak waar we op terug kunnen grijpen. Het ging daar om drugshandel.
Er was een kroongetuige die, nadat hij bij de justitiële autoriteiten een verklaring had afgelegd, is vermoord. Dus kon hij tijdens de zitting niet meer worden ondervraagd. Deze ondervraging heeft betrekking op de betrouwbaarheid van een getuige. Dat was hier nu niet meer mogelijk.
Mag de verklaring van de omgelegde kroongetuige, die niet meer kon worden gehoord, als bewijsmiddel worden aanvaard? De Hoge Raad (30 juni 1998) vindt van wel, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:
- De onmogelijkheid om door een rechter gehoord te worden, moet niet te wijten zijn aan justitie. Dat was niet het geval. De man is door zijn vriendjes omgelegd.
- Iedereen die hem heeft gehoord, moet tijdens de rechtszitting gehoord kunnen worden.
- De bewezenverklaring moet niet in overwegende mate berusten op de tot het bewijs gebezigde verklaring van de vermoorde kroongetuige. De verklaring moet ook dus steun vinden in ander gebezigd bewijsmateriaal.
Cirkel
In de strafzaak tegen Holleeder is het de taak van het Hof om de vraag te beantwoorden of Holleeder voornamelijk op basis van achterbankgesprekken is veroordeeld. Dit kan ook het geval zijn wanneer de verklaring van anderen (het zogeheten steunbewijs) op basis van horen zeggen op Endstra terug te voeren valt: Piet heeft van Jan gehoord dat Endstra zou hebben gezegd dat...
Dit is een soort cirkelbewijsvoering waarbij alle verklaringen uit dezelfde bron komen. Eén bron is geen bron. Temeer nu het om twee groepen van criminelen gaat: de vrienden van Endstra en de vrienden van Holleeder. Beide zijn uitermate onbetrouwbare groepen. En als de bron van verklaring ook nog een dode persoon is, is het uiterst ingewikkeld om de betrouwbaarheid te kunnen toetsen.
Hoe dan ook moeten de partijen ook in beroep gaan bij Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Over deze materie valt door dit Hof nog beslissingen te nemen die in andere zaken, onder andere in terreurzaken, van belang kunnen zijn.
Frontlinie
Als Holleeder mijn tekst mag lezen, moet hij daaruit niet concluderen dat ik voor hem in alle zaken vrijspraak bepleit. Dat doe ik niet, dat kan alleen de rechter. Hier bepleit ik slechts behoedzaamheid bij het aannemen van de verklaringen van een dode ‘bankier van de onderwereld’.
De rechter moet ervoor waken dat hij niet in de frontlinie van een strijd onder criminelen terechtkomt, waardoor het recht als instrument door criminelen wordt gebruikt voor een onderlinge afrekening. Het gaat hier om de eeuwige strijd van Willem E. tegen Willem H.
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement