vrijdag 25 mei 2012

Weblog Oh oh Den Haag

Goedemorgen met Wilders-hater Appa

vrijdag 18 januari 2008 20:03


‘Ik zou het niet erg vinden als Wilders omkomt.’ Goedemorgen! Dat was gezellig wakker worden met het gelijknamige programma vrijdagochtend. Dat viel, naast m’n omeletje, wat rauw op m’n maag. Rapper Appa wil met zijn teksten mensen dichter bij elkaar brengen, zo zei hij. Dat schiet lekker (op) zo. Hij noemt zichzelf ‘straatfilosoof’, maar heeft niets geleerd.

Want Appa heeft vorig jaar al van zich doen spreken. ‘Als iemand binnenkort een kogel door zijn [Wilders’] fokking kop schiet, vind ik dat niet erg’ en ‘Men moet niet raar opkijken als Mohammed C. binnenkort opstaat’. Waarlijk vredelievende taal.

De auteur van pareltjes als ‘Schijt aan de overheid’ (video) vindt het in de uitzending van ‘Goedemorgen Nederland’ (‘Your wake-up call’) dan wél weer vreemd dat sommige autochtonen Marokkaanse Nederlanders wat argwanend beschouwen sinds Mohammed Bouyeri Theo van Gogh fileerde. Het is van tweeën één, Appa, lopen er nu wel of niet veel gefrustreerde rakkers als jij rond van Marokkaanse komaf, al dan niet voorzien van geweldspotentieel en/of wapen?

Rare kronkel
Appa verbaasde me niet, hij heeft een rare kronkel in zijn hoofd, zo bleek eerder. Zou het toeval zijn dat APPA in het Engels staat voor ‘The American Psychopathological Association', devoted to the scientific investigation of disordered human behavior, and its biological and psychological substracts’, of heeft hij toch nog enige zelfkennis?

Wie me wel verbaasde was de een of andere stadsdeelvoorzitter (mevrouw Els Iping – PvdA), die de doodswens/geweldsoproep van Appa niet veroordeelde en compleet onbesproken liet, maar hem wel direct bijviel toen hij opmerkte dat de moord op Pim Fortuyn ten onrechte de hele Marokkaanse gemeenschap zou zijn aangerekend.

Tegenwicht
Ik roep in tegenstelling tot de rapper zelf niet op tot het doodschieten van mensen; maar je kunt Appa natuurlijk wel doodzwijgen, al dat is toch een beetje je kop in het zand steken. Er wordt veel naar hem geluisterd door scholieren, bijvoorbeeld van het VMBO. Hij heeft dik achtduizend vrienden op Hyves en z’n liedjes voor het slapengaan en wake-up calls zijn meer dan een miljoen keer beluisterd. Een beetje tegenwicht kan dan geen kwaad, maar of dat er thuis, in de vriendenkring en op school is?

Zo was ik vorig jaar eens uitgenodigd op een VMBO-school in Den Haag om te jureren bij een debat. Het was discriminatie voor en discriminatie na. En altijd van de allochtoon door de autochtoon. Op straat, in de tram, op de arbeidsmarkt.

Baseballpetje
Het enige zelfkritische geluid was dat van een Marokkaanse dame die bij een instantie op Personeelszaken werkte en opmerkte dat het bij sollicitaties nogal eens aan de presentatie schortte. Baseballpetje schuin op je hoofd, fietsketting om je nek, dat soort werk. Dat wekt misschien wel indruk bij een sollicitatie, maar dan wel de verkeerde.

Maar voor de rest: een en al droefenis, allemaal veroorzaakt door de ‘witte’ Nederlander. Ik had de indruk in een experiment van ‘groupthink’ verzeild te zijn geraakt. En kon me niet aan de indruk onttrekken dat de leraren daaraan bijdroegen, door nooit eens een tegengeluid te laten horen of te wijzen op de kansen die er in dit land wel degelijk volop zijn.

Tegengeluiden die ik gelukkig wel zo nu en dan van iemand als Ahmed Marcouch hoor, zoals vorige week: ‘Je moet blokken, goede cijfers halen, solliciteren en aan het werk. Maar het liefst willen ze horen dat iedereen werkloos is omdat alle bedrijven discrimineren.’

Spuugzat
Op een gegeven moment was ik de eenzijdige discussie op de school zo spuugzat dat ik uit m’n rol van jurylid én uit m’n slof schoot. Ik vroeg of ik een vraag mocht stellen aan de (in verschillende opzichten gekleurde) zaal. Dat mocht. ‘Okay, wie van jullie wordt door z’n ouders compleet vrijgelaten om thuis te komen met een partner naar zijn of haar keuze, of die nu van een andere nationaliteit, ras of geloof is?’

Het werd doodstil in de aula. Na enkele ongemakkelijke ogenblikken, trok ik maar hardop mijn eigen conclusie: ‘Míjn ouders hebben me nooit een strobreed in de weg gelegd bij mijn partnerkeuze, elke vriendin kon zich welkom voelen. Dus wie discrimineert nu eigenlijk wie?’ Meneer Lieben wacht nog steeds op antwoord. Op zíjn ‘wake-up call’.


advertentie








advertentie