maandag 14 februari 2005 11:37
Het gevaar van een virus zetelt in de combinatie van kracht en besmettelijkheid. Het aidsvirus is behoorlijk krachtig, maar nauwelijks besmettelijk: een mens moet bizarre rituelen uitvoeren, zoals het penetreren van een ander lichaam, om dit virus over te dragen. Het Ebolavirus is aanzienlijk gevaarlijker dan het aidsvirus en ook veel besmettelijker. Vanuit het virus gezien is dat evenwel geen ideale strategie: de meeste zieken liggen in het ziekenhuis dan wel op het kerkhof, voor ze de tijd hebben andere mensen te besmetten.
Het griepvirus is het aidsvirus en Ebola de baas. Het is doorgaans niet zo heel erg ziekmakend en redelijk besmettelijk. En dat alles op een dusdanige manier dat de meeste mensen die ziek zijn dat pas na een paar dagen merken, als ze bijvoorbeeld in het vliegtuig zitten.
En dan ook nog eens op zo’n wijze dat andere mensen niet terugdeinzen: geen bloedspuwen zoals bij Ebola maar gewoon een tikje hoesten.
Spaanse griep
Momenteel is veel aandacht op aids gericht. Terecht, aids geselt de wereld, vooral de Derde Wereld. Toch heeft het aidsvirus in de afgelopen 25 jaar 'slechts' twintig miljoen doden veroorzaakt. Griep is in staat om twee tot vier keer zoveel doden te veroorzaken. Niet in 25 maar in 2 jaar, zo heeft de Spaanse griep in 1918 en 1919 aangetoond.
De Spaanse griep was erger dan de daaraan voorafgaande oorlog. Van alle Amerikaanse militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog stierven, bezweek 70 procent aan de Spaanse griep.
Overigens werd die aanvankelijk in Duitsland de Vlaamse griep genoemd. In werkelijkheid kwam het virus noch uit Spanje, noch uit Vlaanderen. De Spaanse griep is vermoedelijk vanuit China via de Verenigde Staten naar Spanje gekomen. Daar werd koning Alfonso de Dertiende er ziek van, en zo kreeg de ziekte internationale bekendheid.
Bacardi
Tijdens het hoogtepunt van de ziekte dronk koning Alfonso een fles Bacardi-rum leeg. De volgende ochtend was de koorts weg. Sindsdien staat het Spaanse koninklijk wapenschild op elke fles Bacardi. Hoe verleidelijk de gedachte ook is om een noodvoorraad Bacardi aan te leggen, antivirale middelen verdienen toch de voorkeur.
Eens in de zoveel jaar slaat het griepvirus op hol. Sowieso verandert griep elk jaar van karakter. Dat zijn echter kleine, genetische veranderingen (antigenic drift). Af en toe is er een ingrijpende, grote genetische verandering (antigenic shift) waardoor het virus niet meer wordt herkend door alle mensen die in het verleden griep hebben gehad. Dan kunnen er honderden miljoenen mensen ziek worden en miljoenen overlijden.
Er zijn drie voorbeelden van zo’n genetische revolutie binnen het griepvirus bekend: in 1918 de Spaanse griep, 1957 de Aziatische griep en in 1968 de Hong Kong griep. Op papier zou het weer eens tijd worden voor een grote verandering. Tussen 1918 en 1957 zat bijna veertig jaar, tussen 1957 en 1968 ruim tien jaar, en tussen 1968 en nu ruim 35 jaar.
Big One
Met andere woorden, misschien laat de Big One, de grote griep, nog tien jaar op zich wachten, misschien nog vijftien jaar, maar niemand hoeft vreemd op te kijken als hij deze winter toeslaat.
Daar is een aantal argumenten voor. De gedachte was altijd dat dergelijke nieuwe griepvirussen ontstaan als een mensenvirus en een vogelvirus samenkomen en seks hebben. Bij virussen heet dat eufemistisch: genen uitwisselen. Dit zou gebeuren in varkens, omdat die zowel door mensenvirussen als door vogelvirussen besmet kunnen worden.
China
Vandaar ook dat China een belangrijke rol speelt, want daar leven vogels (eenden), mensen en varkens dicht op elkaar. De afgelopen jaren zijn er echter diverse voorbeelden geweest van vogelvirussen die seks hadden met mensenvirussen zonder bemiddeling van varkens.
Anders gezegd, vogelvirussen die in staat waren om niet alleen mensen ziek te maken, maar ook van mens tot mens over te stappen. Nederland bood daar in 2003 een aardig voorbeeld van met de oversteek van de vogelpest van kippen naar mensen, waardoor 83 mensen ziek werden en een dierenarts overleed.
In Vietnam en Thailand overleden 24 mensen die rechtstreeks besmet werden door een vogelvirus. Er is nog een opmerkelijk verschil met het verleden. Onderzoekers van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore, de Verenigde Staten, hebben uitgerekend hoeveel passagiers in 1968 tussen de 52 grootste steden van de wereld reisden en hoeveel dat er nu zijn.
Reizen
Hun conclusie was dat het griepvirus anno 2004 tweemaal zo snel reist als in 1968. Waar het virus uit 1968 een jaar nodig had om de wereld rond te reizen, zou datzelfde virus vandaag de dag maar een halfjaar nodig hebben.
Gegeven het feit dat het ongeveer een halfjaar duurt om een vaccin tegen een nieuwe griepvariant te maken, is dat een wezenlijk verschil.
De grote angst is dat er een combinatie ontstaat van vogeleiwitten die nieuw zijn voor het menselijk afweerstelsel in een vertrouwd omhulsel dat in staat is via hoestdruppeltjes en vieze handen andere mensen te besmetten.
Horrorscenario
Het blad Science beschreef onlangs een horrorscenario. Ergens in het Verre Oosten ontstaat een combinatie van vogeleiwit en mensenvirus. In het begin is het virus nog niet zo gemeen. Er worden een paar mensen ziek, een enkeling gaat dood, maar intussen wordt het virus steeds beter in het besmetten van mensen.
Tegen de tijd dat de gezondheidsautoriteiten in de gaten hebben dat het virus gevaarlijk is, zit het al lang en breed in het vliegtuig, op weg naar alle vliegvelden ter wereld.
Vervolgens gaan alom mensen bij bosjes dood. Hun longen lopen vol infectievocht en ze verdrinken of stikken. Het geschokte publiek vraagt massaal om maatregelen, maar een beschermend vaccin is pas over een paar maanden klaar. Er zijn medicijnen die de ziekte een halt kunnen toeroepen, maar daar zijn er te weinig van.
Verpleegsters
De vraag is bovendien: wie krijgt die? Natuurlijk in de eerste plaats de dokters en verpleegsters die de ziekenhuizen gaande moeten houden. Daarna komen de politici en politieagenten aan de beurt. Het land moet worden bestuurd, de straat bewaakt.
Is er dan nog wel genoeg medicijn voor de burger? Zoals Science constateert: 'De meeste landen zijn niet eens begonnen om over deze vraag te debatteren.'
Nederland gelukkig wel. Als een van de eerste landen ter wereld heeft Nederland een noodvoorraad griepmedicijn, Tamiflu van fabrikant Roche, aangeschaft. Dergelijke middelen zijn cruciaal.
Dat geeft de overheid zelf aan in haar Beleidsdraaiboek influenzapandemie: 'Als snel en effectief antwoord op het verschijnen van een pandemische influenzastam in Nederland is chemoprofylaxe (antivirale medicijnen – red.) van de gehele bevolking (of althans het meest kwetsbare gedeelte ervan en/of de voor de samenleving noodzakelijke diensten als brandweer, politie en dergelijke) de belangrijkste optie.'
Schokkend
De vraag dient zich dan aan hoeveel van die levensreddende medicijnen de Nederlandse overheid heeft aangeschaft. Het antwoord is schokkend: 200.000 doses. Samen met andere voorraden beschikt Nederland nu over ruim 225.000 griepkuren.
Dat is bij lange na niet genoeg. Dokters, politici en commissarissen der politie zullen het middel ontvangen. Voor de gewone agent, laat staan de gewone burger, is er absoluut niet voldoende.
De Nederlandse overheid weet dit. Ze windt er geen doekjes om. Het concept Operationeel modeldraaiboek influenzapandemie van augustus 2004: 'Er zijn inmiddels veilige antivirale middelen die een griepinfectie kunnen voorkomen of die de duur daarvan kunnen bekorten maar de voorraden zijn ontoereikend om iedereen tegelijkertijd te kunnen behandelen.' Het staat er echt.
Het betekent zoiets als: wij, de Nederlandse regering, weten dat elk moment een onvoorstelbare griepepidemie kan toeslaan waar volgens de Wereldgezondheidsorganisatie wel een kwart van de Nederlandse bevolking ziek van kan worden en 10 procent aan zou kunnen overlijden, maar we hebben slechts voor 1 procent van de bevolking geneesmiddelen beschikbaar.
Regeren is vooruitzien?
13 november 2004
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement