maandag 19 mei 2008 15:19
Wilt u eerder stoppen met werken? Dan is het waarschijnlijk nodig om extra geld opzij te zetten voor uw pensioen.
Voorkom een lager pensioen als u eerder wilt uittreden en zet meer geld opzij
Wie jonger is dan 57 jaar, kan niet meer fiscaal voordelig eerder stoppen met werken. Twee jaar geleden zijn de vervroegde uittreding (vut) en het prepensioen afgeschaft.
Wie eerder stopt, krijgt daardoor in principe een lager pensioen. Hij bouwt immers minder lang pensioen op, terwijl het pensioenfonds eerder begint met uitkeren. Een lager pensioen is te voorkomen door extra geld opzij te zetten. Dat kan door extra stortingen te doen in het pensioenfonds, door een lijfrentepolis af te sluiten die vanaf de pensioendatum periodiek een bepaald bedrag uitkeert of door deel te nemen aan de levensloopregeling.
Fiscaal voordeel
Bijsparen bij het pensioenfonds of met een lijfrentepolis kan deels met fiscaal voordeel. Werknemers die vallen onder de middelloonregeling, mogen jaarlijks 2,25 procent van hun inkomen aan pensioen opbouwen. Bij de meeste pensioenfondsen valt de opbouw echter lager uit. De premie die nodig is om de opbouw tot 2,25 procent aan te vullen, is fiscaal aftrekbaar.
Wie bijspaart met een lijfrentepolis, kan op de site van de Belastingdienst met een handig rekenprogramma nagaan hoeveel premie hij als aftrekpost mag opvoeren.
Sparen bij de werkgever
Sinds 1 januari 2006 kunnen werknemers die in loondienst zijn, via hun werkgever deelnemen aan de levensloopregeling. Binnen deze regeling mogen ze elk jaar maximaal 12 procent van hun brutoloon opzij zetten op een speciale levenslooprekening. Het spaarsaldo kunnen werknemers gebruiken om verlof mee te bekostigen – of om eerder te stoppen met werken. Op een levenslooprekening mag nooit meer dan 210 procent van het brutoloon staan. Daarmee kunnen werknemers die bij hun pensionering genoegen nemen met 70 procent van hun laatstverdiende loon, drie jaar eerder stoppen met werken.
Om te berekenen hoe veel u binnen de levenslooprekening maandelijks moet sparen om eerder te kunnen stoppen met werken, is eenvoudig te berekenen met de Levensloopwijzer van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vul in hoeveel u wilt sparen, en het ministerie rekent u precies voor hoeveel maanden verlof dat oplevert. Als u invult hoe lang u met verlof wilt, dan rolt uit de levensloopwijzer hoeveel u moet sparen.
Een voorbeeldje: een werknemer van 34 jaar met een brutosalaris van 3.400 euro per maand laat zijn baas elke maand 136 euro op een levenslooprekening storten. Na zes jaar is, bij een rente van 4 procent, een verlof mogelijk van vier tot vijf maanden.
Nog een voorbeeld: u bent 38 jaar oud, werkt full time en verdient 3.400 euro bruto per maand. U verwacht er qua inkomen nog op vooruit te gaan, maar verwacht ook weer geen bijzondere salarisstijging. Als u 8 procent van uw inkomen op een levenslooprekening stort, houdt uw werkgever elke maand 272 euro in. U kunt dan 36 maanden voor uw 65e stoppen met werken en krijgt dan tot uw 65e bruto 2.960 euro per maand.
Dit artikel is gelieerd aan het weekbladartikel Financiële domper dreigt over het bijsparen voor het pensioen dat aan banden is gelegd
Door Jorien Apperloo
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement