zaterdag 26 mei 2012

Weblog Afshin Ellian

Arrestatie Nekschot: Amsterdamse komedie

vrijdag 30 mei 2008 10:17


De Tweede Kamer beschikt nu over de feiten rond de arrestatie van de cartoonist Gregorius Nekschot.

In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft de minister van Justitie waarom voor doorzoeking en aanhouding is gekozen: 

‘Er is gekozen voor een doorzoeking en niet voor het uitnodigen voor verhoor
van de bewoner van de woning, op grond van de in zulke situaties gebruikelijke overweging de kans uit te sluiten dat betrokkene voor de vaststelling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid relevant bewijsmateriaal zou kunnen wegmaken. Om dezelfde reden achtte het OM het niet wenselijk de identiteit van Gregorius Nekschot te achterhalen via diens uitgever. Immers, ook dan was er
een kans dat verdachte op de hoogte zou komen van het onderzoek.’

Oprollen
Het beledigen, aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen moeten in openbaarheid hebben plaatsgehad. Daarom luidt de openingszin van artikelen 137c en 137d van Wetboek van Strafrecht als volgt: ‘Hij die zich in het openbaar...’

De vraag is dus welk bewijsmateriaal Nekschot zou kunnen wegmaken. WIlde het OM een criminele organisatie van haatzaairs oprollen? Dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk.

Toch staat in de brief een vreemd zinnetje:

‘Bovendien is het uitnodigen voor verhoor van een betrokkene alleen zinvol indien bekend is wie welke rol heeft vervuld. Dit was in deze zaak toen nog niet het geval.’

Kennelijk was de Officier van Justitie op zoek naar meer feiten en personen dan één cartoonist.

Ongelooflijk: dit valt onder de categorie Amsterdamse  komedie. 

Aanwijzingen
Vervolgens meldt Justitie dat:

‘Vrij snel nadat de doorzoeking van de woning was begonnen, werden aanwijzingen aangetroffen waaruit bleek dat de aanwezige persoon de maker
van de tekeningen is. (…) of hij inderdaad zelf verantwoordelijk is voor de verspreiding van de tekeningen, en welke personen daarbij mogelijk verder
een rol hebben gespeeld.’

Er was geen enkele aanwijzing dat Nekschot de feiten had willen ontkennen. Had het OM al eerder ervaringen met Nekschot, waardoor ze vreesden voor een mogelijke ontkenning? Natuurlijk niet. Zocht Justitie naar een netwerk van cartoonisten? Nekschot is een brave man, want hij heeft zelfs al zonder de tussenkomst van een rechter acht tekeningen verwijderd.

Disproportioneel
Er wordt nog een andere reden aangevoerd voor de disproportionele aanhouding en ondervraging van Nekschot:

’Nadat was gebleken dat de bewoner van de woning de tekenaar zelf was, was het van belang om te onderzoeken of hij inderdaad zelf verantwoordelijk is voor de verspreiding van de tekeningen, en welke personen daarbij mogelijk verder een rol hebben gespeeld. Voort was het van belang om zicht te krijgen op de bewustheid van de maker ten aanzien van het discriminerende karakter van de tekeningen. Dit is immers voor de strafbaarheid van belang.’

Inderdaad is de bewustheid van belang voor de strafbaarheid van de dader, omdat de dader opzettelijk moet hebben gehandeld.

Waaruit blijkt opzet in dit soort zaken? De opzet moet niet alleen gericht zijn op het beledigen (dan wel aanzetten tot haat) maar ook op het feit dat de belediging in het openbaar plaatsheeft. Hoe kom je erachter? Precies, via de openbaar gemaakte tekeningen.

Afweging
Wat had het OM dus moeten doen? Het OM had eerst een afweging moeten maken over die tekeningen waarbij ze zich op de nationale, internationale jurisprudentie en de huidige maatschappelijke conventie had moeten baseren.

Wat achten we nu, in 2008, onaanvaardbaar in het maatschappelijke debat? Tenslotte hadden deze wetsbepalingen moeten worden geïnterpreteerd en toegepast in het licht van maatschappelijke veranderingen.

Daarnaast had het OM zich de vraag moeten stellen of de vervolging niet juist tot de verscherping van maatschappelijke conflicten zou leiden. Niets voor niets berust het opportuniteitsbeginsel bij het OM: justitie bepaalt of er iemand wordt vervolgd.

Kafkaiaanse zaak
De stand van zaken in deze bijna Kafkaiaanse zaak: het OM zegt dat ze niet wilden weten wie de tekenaar was om hem en zijn vriendjes te kunnen verrassen.

Is deze kinderlijke verklaring geloofwaardig? Elke halvegare weet dat je, in opiniezaken, eerst de identiteit vaststelt, voordat de autoriteiten  tot doorzoeking en aanhouding overgaan.

Stel je voor dat de tekenaar prinses Máxima was. Vermoedelijk wist het OM allang wie Nekschot was, alleen mocht Nekshcot niet weten dat het OM hem wilde vervolgen. Is dat niet het geval, dan bestaat het OM van Amsterdam uit een clubje van amateurs. Zou het OM van te voren hebben gerechercheerd?

Vervolging
Om deze vragen te beantwoorden, moet Nekschot worden vervolgd. Gebeurt dat niet, dan moet Nekshot die vervolging afdwingen. En het parlement moet zo spoedig mogelijk komen met een duidelijke motie, waarin Justitie wordt gevraagd om opiniemakers en kunstenaars niet te vervolgen op basis van hun afwijkende opvattingen.

Het OM moet verder de zaak-officier op non-actief stellen, voordat hij ons meer ellende gaat bezorgen. Een Officier van Justitie die niet weet hoe opzet in dit soort zaken wordt bewezen, moet niet worden uitgerust met strafvorderlijke bevoegdheden. Over de politiemensen zeg ik niets, omdat Job Cohen altijd de hand boven het hoofd van zijn mensen houdt.

En Nekschot moet onverwijld een tekening maken met deze wereldschokkende bekentenis: ik geef me over, vervolg me in vredesnaam.

Nekschot is dan de eerste Nederlander die graag wil worden vervolgd. 


advertentie








advertentie