dinsdag 29 juli 2008 14:11
Nederland is als modeland een rare natie. Geen confectie-industrie, maar wel heel veel opleidingen. Veel aandacht voor vele jonge ontwerpers, maar weinig mogelijkheden voor al dat aanstormend en grotendeels onbewezen talent om aan de slag te gaan. Slechts de allersterksten halen toch de top, hier of in het buitenland.
Het internationale succes van de onlangs met een Grand Seigneur onderscheiden illustrator Piet Paris en de huidige prachttentoonstelling De Ideale Man die stylist Maarten Spruyt in het Haags Gemeentemuseum vorm gaf, bewijzen dat juist andere creatieve takken van de mode vaak belangrijker zijn, dan het ontwerpen van het zoveelste aardige of soms tergend slecht nageaapte jurkje.
AIFW
Een lange week van modeshows tijdens de AIFW (Amsterdam International Fashion
Week) maakte de afgelopen dagen vooral weer eens duidelijk dat de verhoudingen
in de Nederlandse confectie eigenaardig scheef zijn gegroeid.
Natuurlijk, er is niets mis mee om afgestudeerden aan modeopleidingen of fris gestarte ontwerpers een podium en allerlei prijzen te geven. Mooi dus dat de Amsterdamse modeweek grossiert in shows en competities. Maar, de overmatige aandacht voor jonge ontwerpers doet vermoeden dat er een bloeiende handel in hun waren zou bestaan. Of heel veel internationale belangstelling naar al dat Dutch Fashion Design-talent. Helaas, de werkelijkheid is anders.
Veel kranten en tijdschriften die doorgaans geen geld over hebben om de internationale verrichtingen in de mode te volgen, presenteren nationale nieuwelingen in de mode naar aanleiding van de presentaties in Amsterdam kritiekloos als helden.
Echt talent
Je zou bijna vermoeden dat het AIFW de plaats is om echt
talent te scouten. Maar, waar onze Eindhovense Design Academy of de modeacademie
in Antwerpen werkelijk wereldniveau halen en internationale aandacht trekken,
stellen veel afgestudeerden van onze modeopleidingen nogal teleur als ze langs
de internationale meetlat worden gelegd.
Een show met de titel Lichting 2008 waarin de beste talenten
van de diverse academies werden getoond, liet eigenlijk zien dat het modeonderwijs
flinke hiaten vertoont.
Kan komen omdat studenten in de huidige studieprogrammering te weinig begeleid kunnen worden. Maar zo te zien schoten ook de docenten echt te kort. Vele van de als origineel bedoelde ontwerpen refereerden al te duidelijk aan kleren die al over de catwalks in Milaan en Parijs gingen. Dat dienen leerkrachten te voorkomen.
Gewoon wachten!
Gewoon wachten levert de garantie van echte creatieve gaven.
Dat bewijst gevestigd talent. Viktor & Rolf bouwden vijftien jaar aan hun
modehuis om in het Diesel-concern nu pas een stevige financiële partner te vinden.
Piet Paris, studeerde vol belofte af in 1980, maar ontwikkelde zich pas de
laatste jaren tot uitzonderlijk tekentalent van wereldniveau. En Maarten Spruyt
heeft na vele omzwervingen (en uitmuntende modereportages) zijn roeping
gevonden: als voortreffelijk vormgever van exposities.
Kortom, laat modetalent rijpen! Overdonder ze niet te veel met prijzen en overdreven aandacht. Geef jonge ontwerpers een kans, maar laat ze vooral de keiharde tegenwind van de echte mode voelen. Laat ze lang in de leer gaan bij gevestigde namen, hun weg zoeken en dan excelleren in een door hen zelf ontdekt gebied.
Bedenk met al die serieuze shows en ontwerpwedstijden: bij een beginnende kok, verwacht ook niemand meteen een sterrenrestaurant.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement