woensdag 10 september 2008 14:35
De grote modeweken in New York, Milaan en Parijs met de vrouwencollecties voor zomer 2009 zijn begonnen. Moderedacteur John de Greef blogt vanaf de New York Fashion Week over de shows.
Proenza Schouler
Amerikanen zijn slecht in het organiseren van modeshows, matig in ontwerpen, maar razend knap in imago-building. Er zijn uitzonderingen op deze regel: designer Marc Jacobs! Ook Proenza Schouler toonde talent. Al gingen daarvoor oude Franse ontwerpers uit de jaren tachtig compleet in de remix.
Heerlijke hel
Zullen de beeldschone jongens en even zo mooie, maar minder aanwezige meisjes uit de Abercrombie & Fitch shop ooit nog uitgaan na hun werk?
Ze staan de hele lange dag al swingend achter de kassa of heupdraaiend op de keiharde beats op de verkoopvloer alsof ze zelf de heetste koopwaar zijn. Voor sommige boys is het zelfs hun dagelijks werk om met kaal lijf, ontbloot tot op de geschoren schaamsteek als dancing doorman in het winkelportiek op 5th Avenue je welkom te heten.
Welkom in deze heerlijke hel van geluid en duister! Gewoon een winkel voor jeans en poloshirts. Maar wat een slim imago. Iedereen, zelfs een oude sukkelige vader (moi), koopt er de o zo begeerde logo's met kleren. Nee, niet andersom, want het is de A&F-naam en het elandembleem die de waarde bepalen van de simpele kleren.
Overal in de winkel beelden van blote torso's: veel mannenhuid en af en toe jongensachtige meisjes met een arm voor de blote borsten. En honderden hongerige klanten. Wat zitten sommige Amerikaanse modemerken toch knap in elkaar.
Slechts vulling
Ik raakte verzeild in de A&F, omdat het stortregende en ik doorweekt was, nadat lang wachten in de rij voor de modeshow van de nauwelijks noemenswaardige Monique l'Huiller me slechts een staanplaats opleverde. Hetgeen betekende dat ik weer in een rij moest, zonder er zeker van te zijn ook daadwerkelijk iets van de getoonde kleren te zien.
Boos besloot ik dan maar de winkels te verkennen. En dankzij de slagregens waren er geen rijen voor de Abercrombie-winkel.
Publiek en ook de serieuze toeschouwers zijn in New York vooral vulling bij de modeshows. Het is alsof iedereen, van de sterren en sterretjes op de eerste rij tot de sneue mensen met staanplaats, die niets kunnen zien maar wel gezien worden, vooral bijeen zijn als figuranten voor een clip over fabulous fashion.
Proenza Schouler
Nederlands succces
De kleren (ontzettend veel Sexy and the City-jurkjes) doen er over het algemeen weinig toe. Dat er een modeshow plaatsheeft met allemaal mooie en liefst beroemde mensen schijnt al voldoende te zijn. Het genereert alleen al in New York een tumult aan publiciteit. Wie er niet bij is, denkt dat New York the place to be is.
Daar maken merken als Diesel, G-Star, Lacoste en Miss Sixty handig gebruik van. Door de New York Fashion Week te kiezen om ook hun grote modeshows te geven, vallen hun collecties extra op. Tussen de grote designers als Prada en Marni in Milaan of Balenciaga en Dries van Noten in Parijs zouden ze geheel verdwijnen. Hier in New York springen ze er positief uit.
Zo ook de Nederlander Tony Cohen met een collectie die een aardige combinatie toonde van koopmansgeest en gevoel voor het draperen van voile, zonder de werkelijk sublieme techniekbeheersing die het werken met dit mooie maar o zo moeilijke materiaal eigenlijk vraagt. Maar hé, Cohen heeft maar wel even een drukbezochte show gegeven in New York!
Snufje SM
Tussen goede doorsneelabels en middenmaatcollecties vol leuke gevalletjes voor een gang over de rode loper, is er in New York gelukkig ook wat oorspronkelijks te zien. Proenza Schouler bijvoorbeeld. Een fantasienaam voor een mannenduo (samenwerkend onder de meisjesnamen van beide moeders).
Zij kwamen met hun ode aan de jaren tachtig, die ze zelf nooit bewust hebben meegemaakt. Met grote ronde schouders versierd met opstaande dubbele naad, met ruime jumpsuits en asymmetrische Jerry-Hall-toen-kapsels remixte zij oud werk van Annemarie Beretta, Thierry Mugler en Claude Montana. Een bijzonder sierlijke potpourri. Geen opgewarmde hutspot, die ook nog een snufje SM kreeg met zware leren riemen en metalen ringen over de rug.
Marc Jacobs
Dikke bril
De meest eigenwijze mix en ongelooflijk originele visie op romantische zomermode kwam van Marc Jacobs. Jacobs was reuze op drift, hij mengde de meer dan een eeuw oude Amerikaanse Gibson-girl, impressionisme, Afrikaanse stijl, schorten, lange rokken vol ruches, kleine platte hoedjes, korte jasjes met bolle schouders, heel veel wilde kleuren en tinten met opvallend veel glans, glitter, kralen en kwastjes.
Een soort bric-à-brac van de modehistorische rommelzolder, maar zo kunstig en rijk gecombineerd dat hij voorlopig de beste van New York is.
Ook Jacobs (paar jaar geleden nog een te dikke jongen met warrig haar en een te dikke bril, maar nu atletisch, kort geknipt zonder bril) weet zijn imago van superster uit te venten. Hij poseert deze maand in het tijdschrift The New Yorker met alleen maar spieren en een lage heupslip en zegt dat iedereen een ding zou moeten nastreven: schaamteloos zijn. Nou, schaamteloos sterk dit maal.
advertentie
advertentie
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacy Statement