zaterdag 26 mei 2012

Tags

Cultuur & Televisie Op zoek naar een boek?

De Wittgensteins, geschiedenis van een excentrieke familie

vrijdag 31 oktober 2008 17:01

Auteur: Alexander Waugh
Uitgever: De Bezige Bij

Karl Wittgenstein (1847-1913) had een aardige methode om te testen hoe sterk zijn kinderen waren. Toen zijn vijf zonen jong waren, tilde hij ze van tijd tot tijd op aan hun oren. Als het ze lukte hun pijnkreten te bedwingen, riep hij 'hochgeboren!' Maar als ze piepten, brulde hij ‘nichtgeboren!’ – van lage geboorte dus. Vader Wittgenstein was nogal bezig met zijn komaf. Hij werkte zich eigenhandig op van arbeidersjongen tot puissant rijke industrieel, met een eigen 'palais' in Wenen.

Alexander Waugh
Geboren in 1963. Musicoloog en kleinzoon van Evelyn. Werkte als operarecensent voor verschillende Britse kranten. Schreef een boek over zijn eigen familie, Fathers and Sons. Waugh is tevens uitgever en illustrator.

Mahler
Slappelingen moest hij duidelijk niet. Zijn kinderen leken geboren voor de muziek – alle zoons en dochters waren uitstekende musici, componisten als Strauss, Schönberg en Mahler woonden huisconcerten bij. Karl Wittgenstein walste die gevoeligheid plat, de staalindustrie was de enige gepaste bestemming.

De opvoeding had zo haar gevolgen; drie van de vijf zonen konden de druk niet meer aan en pleegden zelfmoord. 'Eén zoon kwijtraken kan worden beschouwd als pech. Twee zoons kwijtraken heeft veel weg van slordigheid,' zoals de oudste dochter Hermine na de eerste twee zelfmoorden droog opmerkte, vrij naar Oscar Wilde.

Excentriek geslacht
Over de Wittgensteins verschenen eerder biografieën, maar niet eerder zo’n gedetailleerde als De Wittgensteins. Schrijver Alexander Waugh tekende hun geschiedenis op onderkoeld Britse wijze op. Zijn belangstelling voor de Wittgenstein-dynastie komt niet uit de lucht vallen: zelf stamt hij ook uit een nogal excentriek geslacht. Hij is kleinzoon van de befaamde Evelyn Waugh, die elders in dit blad wordt belicht.

Alle leden van de Wittgenstein-familie fascineren, maar het interessantst is toch het relaas van de twee jongste zonen. Paul Wittgenstein (1887-1961) was een matige pianist totdat hij in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm verloor. Die vloek bleek een zegen; als eenarmige pianist trok hij volle zalen. Vooraanstaande componisten schreven speciale werken voor de linkerhand, vooral vanwege de hoge honoraria. Rijke dilettant of toch goede pianist? De recensenten kwamen er niet uit.

Filosofie
Broer Ludwig (1889-1951) was volgens de hele familie 'van lotje getikt'. Hij kon absoluut niet tegen rijkdom en schonk zoveel mogelijk weg. In Cambridge studeerde hij filosofie onder Bertrand Russell en gaf zelf les. Studenten kwamen 'uitgeput en verbijsterd' uit Wittgensteins lessen terug, maar wel allemaal als fervent aanhanger.

Waugh baseerde zich voor De Wittgensteins op een lawine aan feiten. Brieven, archieven, alles pluisde hij nauwkeurig na. In zijn boek verliest hij zich af en toe in de details. Zoals wanneer hij schrijft over het getouwtrek over de bezittingen van de Wittgensteins tijden de Tweede Wereldoorlog – door een ironische speling van het lot werden juist deze antisemieten destijds als Volljuden beschouwd.

De schrijver schaamt zich er gelukkig niet voor na al te wijdlopige betogen zowel zichzelf als de lezer bij de les te roepen. Op die momenten is het relaas precies wat een biografie moet zijn: accuraat, maar ook indiscreet, grappig en scherp.

Deze recensie verscheen 13 september 2008 in weekblad Elsevier

Bestel hier het boek


 

 


advertentie







advertentie